Op 16 juli 2025 verscheen er een uitgebreid overzichtsartikel in het wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal (BMJ) over de functionele en economische gevolgen, de aard en ernst, en het beloop van de neuropsychiatrische restverschijnselen van post-COVID. Dit artikel bespreekt risicofactoren, mogelijke mechanismen en geeft aanwijzingen voor behandelstrategieën en toekomstig onderzoek. Dit artikel kan worden beschouwd als een aanvulling op eerdere overzichtsartikelen over de huidige stand van zaken, waarover C-support eerder uitgebreide samenvattingen plaatste. We delen dit omdat het één van de weinige artikelen is dat significante aantallen noemt en informatie biedt die zinvol lijkt te zijn op deze soort klachten.
Als C-support vinden we het van belang om dit in een breder verband te zien en plaatsen we hieronder een eigen disclaimer over CGT en psychologisering, die in het artikel aan bod komen. Daarbij verwijzen naar aanvullend bestaand onderzoek.
Hieronder lees je de samenvatting van dit artikel van E. Aretouli, et al. Cognitive and mental health outcomes in long covid.
Neuropsychiatrische klachten van post-COVID
Post-COVID betreft een reeks chronische en vaak invaliderende gezondheidsproblemen die optreden na een acute (COVID-19). Er treden lichamelijke klachten op zoals uitputtende vermoeidheid, ademhalingsproblemen, spier- en gewrichtspijn en hartklachten mogelijk door schade aan organen en systemen. Daarnaast rapporteren veel patiënten ook cognitieve en psychische symptomen. Dit worden ook wel neuropsychiatrische symptomen genoemd. Hieronder vallen ‘hersenmist’, concentratie- en geheugenproblemen, depressie, angst en posttraumatische stress. Ongeveer 20% van de mensen met post-COVID ervaart neuropsychiatrische klachten, die vaak langer aanhouden dan andere lichamelijke klachten. Deze hebben een grote impact op het dagelijks functioneren, de kwaliteit van leven en deelname aan de maatschappij.
Hoe vaak komt het voor?
Onderzoek laat zien dat 1 op de 5 volwassenen langdurige cognitieve of psychische symptomen ervaart die ≥12 weken na de acute infectie aanhouden. De schatting is dat er wereldwijd ongeveer 6% van de volwassenen die COVID-19 heeft gehad langdurige klachten ontwikkelt. Dit is vaak ingedeeld in clusters:
- Vermoeidheid met pijn of stemmingswisselingen.
- Cognitieve problemen.
- Ademhalingsproblemen.
Definities en cijfers over aantallen van zieken variëren sterk door uiteenlopende definities, onderzoeksmethoden en populatiekenmerken.
Gevolgen voor het functioneren en de economie
De gevolgen voor functioneren en economie zijn aanzienlijk. Tussen de 28-38% van de patiënten ervaart cognitieve of psychische klachten die zorgen voor functionele beperkingen in werk en dagelijkse activiteiten. Dit leidt tot verminderde productiviteit, aanpassing in werkzaamheden, langdurig ziekteverzuim en substantiële economische lasten. De economische impact wordt geschat op miljarden dollars wereldwijd, aan verloren arbeidstijd, medische kosten en verminderde kwaliteit van leven. Post-COVID risicogroepen zijn ouderen, vrouwen, mensen met een ernstige acute COVID-19-infectie en mensen met neurologische complicaties.
Mogelijke mechanismen en het risico op neuropsychiatrische klachten
De oorzaken van neuropsychiatrische restverschijnselen zijn door meerdere factoren bepaald. Een enkelvoudige benadering van post-COVID kan leiden tot het missen van cruciale risicofactoren en mechanismen. Er wordt nog weinig aandacht besteed aan de mechanismen achter aanhoudende cognitieve stoornissen en psychische klachten. Biologisch onderzoek richt zich tot dusver meer op neurologische complicaties, mechanismen gerelateerd aan de acute infectie en de gevolgen ervan:
- Infectie van de hersenen door SARS-CoV-2.
- Immuunrespons en ontstekingsreacties (o.a. van de bloed-hersen barrière).
- Endotheel- en vaatdysfunctie (beschadiging van vaatwanden en ontstekingen in kleine bloedvaten).
- Hypoxie (zuurstoftekort) of metabole verstoringen.
Daarnaast spelen (al bestaande) biopsychosociale factoren een rol in het risico op aanhoudende neuropsychiatrische post-COVID klachten. Zoals vermoeidheid, pijn, slaapproblemen, verstoring van het autonome zenuwstelsel, eerdere trauma’s en stress. Onderzoek suggereert dat dit komt door ontregelingen van het immuunsysteem en een toegenomen inflammatie. Onderzoek naar biomarkers en beeldvorming van de hersenen heeft nog geen eenduidige resultaten opgeleverd als verklaring voor de neuropsychiatrische symptomen.
Cognitieve en mentale gezondheid bij post-COVID
Cognitieve klachten behoren tot de meest voorkomende symptomen van post-COVID, maar de exacte aantallen zijn lastig vast te stellen. Dit komt door beperkingen in diagnostische methode en overlap met andere klachten zoals depressie en vermoeidheid. Uit de zelfrapportages komen vaak hoge aantallen zieken tot 58%, terwijl objectieve cognitieve testen lagere percentages vinden rond 15–20%. De belangrijkste gebieden van cognitieve stoornissen beschreven bij post-COVID zijn aandacht, geheugen, verwerkingssnelheid en uitvoerende functies. Deze stoornissen zijn bij de meeste patiënten mild, maar veroorzaken toch grote beperkingen in functioneren.
Bij post-COVID blijken psychische klachten, zoals depressie, angst en PTSS vaak voor te komen en worden gezien als een belangrijke oorzaak van beperkingen. Onderzoek laat zien dat mensen met post-COVID tweemaal zo vaak depressieve- en angstklachten rapporteren als controles na een COVID-19 infectie zonder post-COVID. Hoewel ziekenhuisopname bij acute infectie het risico op cognitieve klachten verhoogt, lijken de cijfers vergelijkbaar met andere ernstige ziekten (niet COVID gerelateerd). Bij ouderen lijkt het risico op dementie hoger na COVID-19, maar dit is vergelijkbaar met andere luchtweginfecties.
Variatie in cognitieve en psychologische klachten ontstaat o.a. door het verloop van de acute infectie, mate van herstel, ernst van de langdurige klachten, terugval of schommeling van klachten.
Behandelperspectief en symptoombestrijding
De behandeling van neuropsychiatrische klachten bij post-COVID vraagt om een, multidisciplinaire aanpak op maat waarbij artsen, psychologen, logopedisten, ergotherapeuten en fysiotherapeuten samenwerken. Voor behandeling en begeleiding is het belangrijk zowel fysieke als psychologische aspecten te erkennen, zonder patiënten te stigmatiseren. Voorafgaand aan behandeling is een grondige diagnostiek nodig, inclusief medische voorgeschiedenis, comorbiditeit (tegelijkertijd meerdere ziekten hebben) en het uitsluiten van andere oorzaken (bijv. schildklier of vitamine B12 problematiek).
Gestandaardiseerde meetinstrumenten voor neuropsychiatrische klachten en functies worden aanbevolen voor de diagnose. Aanbevolen interventies zijn vaak zonder medicijnen;
- Cognitieve revalidatie en zelfmanagement.
- Compensatie technieken.
- Cognitieve gedragstherapie (CGT), mindfulness, lichaamsbeweging.
- Lotgenotensteun en psycho-educatie.
Grootschalig bewijs ontbreekt, maar enkele Randomised Controlled Trials (RCT’s) laten zien dat CGT en gestructureerde groepsprogramma’s mogelijk effectief kunnen zijn in het verbeteren van vermoeidheid, depressie en subjectief cognitief functioneren*. Nieuwe technieken zoals neuromodulatie (hersenstimulatie) worden nog onderzocht.
Wat betreft medicatie is er nog weinig bewijs. SSRI’s lijken depressieve klachten te verlichten, mogelijk door ontstekingsremmende effecten. Low-dose naltrexon (LDN) laat in vroege studies verbetering zien van cognitieve klachten, vermoeidheid en stemming.
Richtlijnen gericht op functioneren
Een evidence-based behandelpad ontbreekt nog, maar internationale organisaties (WHO, NICE, CDC, AAPMR) hebben sinds februari 2025 richtlijnen opgesteld met als doel het verminderen van psychische klachten, verbetering van functioneren en kwaliteit van leven. Hierbij ligt de focus niet op het vinden van een verklaring van de oorzaak maar op het behoud/verbeteren van functioneren. Denk hierbij aan:
- Patiëntgerichte en multidisciplinaire zorg.
- Gebruik van gestandaardiseerde meetinstrumenten voor cognitieve en mentale gezondheid.
- Aandacht voor andere factoren als vermoeidheid, comorbiditeit, multimedicatie.
- Inzet van bewezen psychologische en gedragsmatige interventies.
Waar staan we nu?
Vijf jaar na de start van de COVID-19 pandemie zijn er nog geen betrouwbare biomarkers, diagnostische criteria of overeenstemming over een definitie voor post-COVID. Neuropsychiatrische klachten blijven veelvoorkomend en zorgen voor substantiële beperkingen en economische lasten. Objectieve cognitieve klachten zijn doorgaans mild, maar de impact op dagelijks functioneren en werk is groot. Ouderen met ernstig acuut ziekteverloop en mensen met vooraf bestaande psychische klachten lopen meer risico op neuropsychiatrische klachten.
Meer onderzoek naar biologische, ziekte gerelateerde en psychosociale mechanismen is noodzakelijk om effectieve behandelingen te ontwikkelen.
Aanbevelingen voor verder onderzoek
- Vaststellen van optimale diagnostische criteria.
- Rol van bestaande psychische klachten en risicofactoren.
- Ontwikkeling van fenotypische profielen, waarin bepaalde verschijningvormen van post-COVID kunnen worden onderscheiden.
- Biomarkers voor gepersonaliseerde zorg.
- Onderzoek naar de meest effectieve geneesmiddelenleer en psychologische, gedragsmatige en neuromodulatoire behandelingen.
- Bepalen van het optimale moment voor interventie in het herstelproces.
- Strategieën om stigma rond cognitieve en mentale klachten te verminderen.
Disclaimer C-support over Nederlandse samenvatting Review artikel Neuropsychiatrische klachten van post-COVID
* In het verleden is CGT (cognitieve gedragstherapie) als behandeling geadviseerd bij mensen met postinfectieuze aandoeningen. Het is belangrijk dat CGT bij post-COVID niet wordt ingezet met de insteek dat de ziekte een psychisch probleem zou zijn, maar uitsluitend als ondersteuning bij het omgaan met de gevolgen van de ziekte. Daarbij is essentieel dat de therapie niet gericht is op het negeren of overschrijden van lichamelijke grenzen, omdat dit bij patiënten met post-exertionele malaise (PEM) juist tot (ernstige) verergering van klachten kan leiden. Vanwege deze aandachtspunten adviseren wij professionals om CGT alleen in te zetten in goed overleg met de patiënt, waarbij gezamenlijk wordt besproken wat de therapie kan inhouden en welke grenzen belangrijk zijn. Vaak is Pacing een betere optie.
Onderzoek wijst uit dat Post-COVID een multisysteemziekte is, en geen psychische aandoening, sociaal fenomeen of gedragsprobleem. Er zijn verstoringen gevonden, onder andere in het immuunsysteem, in de bloedvaten, in de energievoorziening van cellen en in de manier waarop het autonome zenuwstelsel functioneert. Dit zijn biologische processen. Psychische en sociale factoren (bijvoorbeeld stress en eenzaamheid) kunnen het verloop van de ziekte wel (negatief maar ook positief) beïnvloeden. Patiënten kunnen psychische klachten ervaren, doordat ze langdurig ziek zijn. Die klachten zijn een gevolg en niet de oorzaak van post-COVID. Als patiënten al psychische problemen hadden voordat zij post-COVID kregen, kunnen deze ook versterkt worden.
Aanvullende literatuur en andere onderzoeken naar Psychologische en sociale factoren rondom chronisch ziek zijn
Post-COVID
- Mensen die Post-COVID of Post-COVID Vaccinatie Syndroom melden, worden vaak geconfronteerd met stigmatisering en psychologisering. Vanuit het perspectief van de patiënt lijkt psychologisering een belangrijke oorzaak te zijn van stigmatisering en negatieve uitkomsten, blijkt uit het artikel van Ronja Büchner et al. (2025) ”Have you considered that it could be burnout?” psychologization and stigmatization of self-reported long COVID or post-COVID-19 vaccination syndrome
- Een systematische review van López-Cortés et al. (2023) Cognitive, neurological, neuropsychological and neuropsychiatric alterations in post-COVID-19 patients: beschrijft op basis van 16 studies consistente cognitieve, neurologische en neuropsychiatrische restverschijnselen na COVID-19, waaronder geheugenstoornissen, aandacht- en executieve problemen, vermoeidheid, angst en depressieve klachten. Tevens worden neurologische complicaties zoals cerebrovasculaire events en encefalopathie gerapporteerd. De auteurs benadrukken dat de bevindingen passen bij neurobiologische betrokkenheid en dat leeftijd en ernst van de acute infectie risicofactoren vormen.
- Daarnaast laat het grootschalige Nautilus-project, Ariza et al. (2022) Neuropsychological impairment in post-COVID condition individuals with and without cognitive complaints: bij 319 post-COVID patiënten zien dat er objectief meetbare cognitieve afwijkingen bestaan in onder andere globale cognitie, verwerkingssnelheid, verbaal leren en executieve functies ten opzichte van gezonde controles. Opvallend is dat subjectieve cognitieve klachten niet altijd volledig overeenkomen met testprestaties. Hoewel vermoeidheid, angst en depressie vaker voorkomen, verklaren deze factoren de cognitieve afwijkingen niet volledig. Dit ondersteunt het beeld dat er naast psychosociale invloeden ook onderliggende biologische mechanismen betrokken zijn.
- Verder bevestigen een systematische review Neurocognitive Impairment in Long COVID: A Systematic Review (2024) en aanvullende cohort- en MRI-studies Profiles of Individuals With Long COVID Reporting Persistent Cognitive Complaints (2025); Structural and functional changes in the brain during post-COVID syndrome: neuropsychological and MRI study (2023) dat langdurige cognitieve stoornissen bij post-COVID frequent voorkomen en zich met name manifesteren in executieve functies, aandacht, geheugen en verwerkingssnelheid. De MRI-studies laten bovendien structurele en functionele veranderingen zien, waaronder volumevermindering van subcorticale structuren (zoals de nucleus accumbens), veranderingen in functionele connectiviteit (DMN en visuele netwerken) en afwijkingen in witte stofbanen. Dit wijst op objectief meetbare neurobiologische correlaten van cognitieve klachten.
COVID-19 pandemie onderzoeken over kwaliteit van leven
- Post-COVID en kwaliteit van leven | RIVM en Huiberts, A.J., de Bruijn, S., Andeweg, S.P. et al.(2025) Prospective cohort study of fatigue before and after SARS-CoV-2 infection in the Netherlands | Nature Communications
- PIENTER Corona onderzoek | RIVM en Cheyenne C. E. van Hagen et al. (2024) Health-related quality of life during the COVID-19 pandemic: The impact of restrictive measures using data from two Dutch population-based cohort studies | PLOS One
- Harald Brüssow, Kenneth Timmis, Society for Applied Microbiology and John Wiley & Sons Ltd (2021) COVID‐19: long covid and its societal consequences
- McBride O, Murphy J, Shevlin M, et al. (2020) Monitoring the psychological, social, and economic impact of the COVID‐19 pandemic in the population: Context, design and conduct of the longitudinal COVID‐19 psychological research consortium (C19PRC) study
- Joy D. Osofsky, Howard J. Osofsky, Lakisha Y. Mamon, Louisiana State University Health Sciences Center (2020) Psychological and Social Impact of Covid-19.pdf