Achtergrond
Bij een deel van de patiënten met post-COVID zijn aanwijzingen gevonden voor aanhoudende veranderingen in het stollingssysteem tot maanden na de acute SARS-CoV-2-infectie [1,3]. Observatiestudies tonen aan dat het risico op veneuze trombo-embolische complicaties verhoogd kan blijven in de post-acute fase, met name in de eerste drie tot zes maanden na infectie [3]. Tegelijkertijd is er grote heterogeniteit tussen patiënten en ontbreekt robuust interventieonderzoek dat routinematige antistolling bij post-COVID ondersteunt [1,2].
Pathofysiologische overwegingen
Jing et al. beschrijven dat bij sommige post-COVID patiënten sprake is van aanhoudende ontsteking van het endotheel en verstoorde bloedstolling, wat kan bijdragen aan een langdurig verhoogd trombose risico [2]. Daarnaast worden bij een subgroep verhoogde D-dimeer waarden tot vier tot twaalf maanden na infectie beschreven, mogelijk in relatie tot aanhoudende inflammatie en immunothrombose [2]. Crook et al. plaatsen deze bevindingen in een breder kader van langdurige vasculaire en inflammatoire ontregeling na COVID-19, waarin endotheel beschadiging, inflammatie en stollingsactivatie elkaar wederzijds versterken [1].
Therapeutische implicaties
Jing geeft aan dat er op basis van deze bevindingen antistolling als behandeling voor de hand ligt, maar er zijn klinische studies nodig om tot concrete aanbevelingen te komen [2]. Er zijn op dit moment geen gerandomiseerde gecontroleerde studies die routinematige profylactische antistolling bij post-COVID ondersteunen [1,2]. Resultaten uit studies bij acute COVID-19 of post-ziekenhuisontslag kunnen niet zonder meer worden geëxtrapoleerd naar patiënten met post COVID in de eerstelijns of chronische fase [2].
Klinisch beleid
Op basis van de huidige stand van kennis wordt routinematige antistolling bij post-COVID zonder aanvullende risicofactoren niet aanbevolen [1,2]. Antistolling kan worden overwogen bij individuele patiënten met een duidelijke indicatie, zoals een doorgemaakte veneuze trombo-embolie, actieve maligniteit, ernstige immobiliteit of een combinatie van sterk verhoogde stollingsmarkers en klinische risicofactoren [2,3]. Antibloedplaatjestherapie, zoals acetylsalicylzuur, wordt niet geadviseerd zonder een bestaande cardiovasculaire indicatie [1,2]. In de klinische praktijk verdient waakzaamheid en laagdrempelige diagnostiek bij verdenking op trombose de voorkeur boven profylactische behandeling [1]. Aanvullend is het is te adviseren om andere trombotische risicofactoren in kaart te brengen en waar mogelijk te behandelen.
Conclusie
Post-COVID kan gepaard gaan met langdurige pro-trombotische veranderingen, maar het is nog onduidelijk of antistollingsbeleid een zinvolle interventie is [1–3]. Besluitvorming dient individueel en risico gestuurd te gebeuren.
Bronnen
[1] Crook H. et al. Long COVID: mechanisms, risk factors and management. Journal of Medical Virology, 2021.
[2] Jing Z. et al. Long COVID: pathophysiological mechanisms and therapeutic strategies. Signal Transduction and Targeted Therapy, 2022.
[3] Katsoularis I. et al. Risk of venous thromboembolism following COVID-19. BMJ, 2022.