Deelnemers zetten kleine maar waardevolle stappen
Van maart tot en met augustus kregen 80 mensen met post-COVID, Q-koorts of klachten na COVID-19 vaccinatie de mogelijkheid om een participatietraject ‘Stap Vooruit’ te volgen. Dit traject is opgezet door C- en Q-support om mensen, die 35-100% arbeidsongeschikt zijn, te begeleiden om binnen hun mogelijkheden meer te participeren in de samenleving. Alle deelnemers hebben hun trajecten inmiddels afgerond waardoor het project in de laatste fase is beland.
“We hadden ruimte voor 80 deelnemers. Gedurende het traject zijn er een paar mensen afgevallen. Omdat het bij nader inzien toch niet goed aansloot bij hun belastbaarheid, verwachtingen of dat er iets in hun leven gebeurde waardoor ze voortijdig moesten stoppen,” licht Susanne van der Staak, projectleider van Stap Vooruit toe.
Trajecten Stap Vooruit
Uiteindelijk hebben 66 deelnemers het traject afgerond. Ze hebben 6 maanden lang intensieve gesprekken gevoerd met een vaste casemanager waarbij hun mogelijkheden en behoeften centraal stonden. Doel was om te verkennen of mensen meer konden participeren in de maatschappij. Casemanagers hebben waar nodig ook met naasten en/of zorg- en hulpverleners gesproken of naar hen doorverwezen. De eerste stap was het opstellen van een Persoonlijk Participatieplan waar casemanagers en deelnemers doelen en acties in vastlegden. Dit plan was de leidraad voor de gesprekken.
Opbrengen en bevindingen
“Om de opbrengsten van het project in kaart te brengen hebben we twee vragenlijsten laten invullen, een bij de start en een bij de afronding van het project. Daarnaast hebben we elke twee maanden de bevindingen van de casemanagers besproken. De bevindingen van de vragenlijsten en van de casemanagers hebben we vorige week besproken in rondetafelgesprekken met professionals uit het veld en afgevaardigden van patiëntenorganisaties. Doel was om de bevindingen te toetsen en te verrijken en samen vooruit te kijken naar verbeteringen van participatie- en re-integratietrajecten.”
De bevindingen laten zien dat het traject voor veel mensen waardevol is gebleken. De verschillen tussen deelnemers zijn groot. Sommigen hebben een stap naar (ander) vrijwilligerswerk kunnen zetten, maar de meesten hebben vooral stappen gezet in hun persoonlijke ontwikkeling; op het gebied van balans tussen belasting en belastbaarheid, energiemanagement en het accepteren en beter omgaan met hun beperkingen en mogelijkheden. Zinvolle dagindeling en zingeving zijn vaak onderwerp van gesprek geweest. Het verhaal van Frits is hier een mooi voorbeeld van:
“De samenwerking met mijn casemanager was waardevol, juist omdat die ondersteunend was. Niet door oplossingen aan te dragen, maar door mee te denken, vragen te stellen en samen terug te kijken op de ervaringen die ik opdeed. Dat gaf mij de bevestiging om mijn eigen keuzes met meer vertrouwen te blijven maken. De schommelingen bleven. Goede dagen en minder goede dagen wisselden elkaar af. Maar ik ontdekte steeds beter waar mijn grenzen lagen en welke bandbreedte er was waarbinnen bewegen, ontmoeten en deelnemen haalbaar bleven.”
Casemanagers
Ook de deelnemende casemanagers zijn positief over Stap Vooruit. Ze moesten even wennen aan hun nieuwe rol, die intensiever was dan hun normale werkzaamheden als nazorgadviseur bij Q- en C-support. Maar ze hebben mensen echt kunnen helpen om een kleine of grote stap te zetten.
“Het traject heeft deelnemers geholpen om realistischer naar hun mogelijkheden te kijken. Ze hebben inzicht gekregen in hun belastbaarheid en zijn hun grenzen gaan erkennen en verkennen. Dit heeft meer zelfvertrouwen gebracht waardoor kleine stapjes richting participatie mogelijk werden. De belangrijkste winst zit niet in werkhervatting, maar in bewustwording, acceptatie en het vinden van nieuwe perspectieven.”, aldus Noel van Dam, een van de casemanagers.
Zijn collega Karin van Rijsdijk zag ook iets anders gebeuren: “Veel deelnemers zijn continu aan het worstelen om terug te keren naar hun oude functioneren. Ze gaan hierbij over hun grenzen en zijn streng voor zichzelf. In de gesprekken keken we niet zozeer naar de beperkingen maar naar de persoon zelf. Wie ben ik, ondanks mijn ziekte? Deelnemers gingen inzien dat hun kennis, ervaring, talenten en persoonlijkheid door hun ziekte niet verdwenen waren.”
Rapport en advies
Alle ervaringen, inzichten en reflecties worden nu samengebracht in een eindrapport voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Projectleider Susanne besluit: “Zodra het rapport klaar is, komen we opnieuw op de lijn. We vinden het belangrijk dat meer mensen gaan inzien welke aanpak voor mensen met postinfectieuze aandoeningen goed werkt.”