Skip to main content

Nicotinepleisters

Versie: 13-10-2026 

Wat is de interventie? 

Nicotinepleisters zijn zelfzorgmiddelen die via de huid gedurende 16 of 24 uur een gecontroleerde hoeveelheid nicotine afgeven. Ze worden normaal gesproken gebruikt om ontwenningsverschijnselen te verminderen bij mensen die willen stoppen met roken. In Nederland zijn onder andere pleisters met afgiftes van 7, 14 of 21 mg per 24 uur verkrijgbaar. Het doel van deze geregistreerde toepassing is het ondersteunen van een rookstop, niet het behandelen van post-COVID.  

Sinds 2023 worden nicotinepleisters ook besproken als mogelijke experimentele behandeling van post-COVID. Sommige patiënten proberen op eigen initiatief een laaggedoseerde pleister, soms onder begeleiding van een arts. Daarbij worden zowel verbeteringen als verslechteringen gemeld. Nicotine is een werkzame stof met effecten op het zenuwstelsel en de bloedsomloop; een pleister is daarom niet zonder risico, ook niet wanneer deze zonder recept verkrijgbaar is.  

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Nicotine bindt aan nicotinerge acetylcholinereceptoren (nAChR). Deze receptoren zijn betrokken bij de communicatie tussen zenuwcellen en bij functies van het autonome zenuwstelsel, waaronder hartslag, alertheid en de afgifte van bepaalde signaalstoffen. Nicotine kan de afgifte van neurotransmitters beïnvloeden. Het effect verschilt per dosis, blootstellingsduur en individuele gevoeligheid. 

Een hypothese is dat SARS-CoV-2 of onderdelen daarvan de cholinerge signaaloverdracht verstoren en dat nicotine die verstoring kan beïnvloeden. In een publicatie uit 2023 werd geopperd dat nicotine het virus van nicotinerge receptoren zou kunnen verdringen. Een vervolgpublicatie uit 2025 beschreef aanvullende theoretische argumenten en een individuele casus met beeldvorming. Dit zijn hypothesen: het is niet bewezen dat SARS-CoV-2 bij mensen met post-COVID op deze manier langdurig aan receptoren gebonden blijft, of dat nicotine het virus daadwerkelijk verdringt. Laboratorium-, computer- en beeldvormingsbevindingen vormen geen bewijs voor klinische werkzaamheid. 

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Er is onvoldoende betrouwbaar klinisch onderzoek om vast te stellen of nicotinepleisters de klachten van post-COVID verminderen. De bekendste publicatie uit 2023 beschreef vier patiënten met uiteenlopende klachten, waaronder vermoeidheid, kortademigheid, concentratieproblemen en reuk- of smaakverlies. De patiënten gebruikten gedurende enkele dagen nicotinepleisters, meestal met een afgifte van ongeveer 7,5 mg per 24 uur. Zij rapporteerden verbetering van verschillende klachten. Bij één patiënt ontstonden echter ernstige misselijkheid, braken en diarree na gebruik van een hogere dosis; een andere patiënt meldde een onaangenaam drukkend gevoel op de borst.  

De studie was een beschrijving van slechts vier personen, zonder loting, placebogroep of geblindeerde beoordeling. De klachten werden grotendeels door de deelnemers zelf bijgehouden. Daardoor is niet te onderscheiden of veranderingen kwamen door nicotine, natuurlijk herstel, schommelingen in klachten of andere factoren. De gerapporteerde verbetering is daarom geen bewijs dat nicotinepleisters werken bij post-COVID.  

Een publicatie uit 2025 bespreekt opnieuw de cholinerge hypothese en bevat een aanvullende individuele casus met PET-beeldvorming. Deze publicatie is geen grote gecontroleerde behandelstudie. Ook hieruit kan niet worden geconcludeerd dat nicotinepleisters effectief of veilig zijn voor de brede groep patiënten met post-COVID.  

In het oorspronkelijke kennisdocument van C-support (2025; opgenomen in de interne achtergrondinformatie van juni 2026) staan patiëntenervaringen beschreven. Sommige mensen melden minder brain fog, vermoeidheid of PEM; anderen ervaren geen verbetering of juist meer klachten, waaronder forse verergering van PEM. Het gaat om ervaringen en niet om systematisch verzamelde onderzoeksgegevens. Er zijn geen betrouwbare effectgroottes of gegevens over langdurige werkzaamheid beschikbaar.  

Ook het gebruik van een halve of gedeeltelijk afgeknipte pleister, dat soms in patiëntenkringen wordt besproken, is geen gevalideerd behandelschema. Niet iedere pleister is geschikt om te knippen en de afgegeven dosis kan dan onvoorspelbaar worden. Het onderzoek biedt geen basis voor een aanbevolen dosis, duur of opbouwschema voor post-COVID.  

Samenvattend: er is een biologisch interessante maar onbewezen hypothese en er zijn enkele positieve casusbeschrijvingen. Goed opgezette klinische onderzoeken die werkzaamheid en veiligheid aantonen ontbreken. Daarom kunnen nicotinepleisters niet worden aanbevolen als behandeling van post-COVID, waaronder vermoeidheid, PEM, POTS of cognitieve klachten. Bij aandoeningen met een wisselend klachtenpatroon kunnen verwachtingen, spontane fluctuaties en natuurlijk herstel een belangrijke invloed hebben op ervaren verbetering. Daarom zijn placebo-gecontroleerde onderzoeken noodzakelijk om de werkelijke werkzaamheid vast te stellen. 

QVS

Er zijn geen klinische onderzoeken gevonden naar nicotinepleisters als behandeling van QVS. De mogelijke rol van nicotinerge receptoren bij post-COVID kan niet zonder meer naar QVS worden vertaald. Er is geen bewijs dat nicotinepleisters de vermoeidheid, PEM of cognitieve klachten bij QVS verbeteren. Gebruik voor QVS wordt daarom niet ondersteund door wetenschappelijk bewijs. 

Chronische Q-koorts 

Er is geen onderzoek dat nicotinepleisters ondersteunt als behandeling van chronische Q-koorts. Deze aandoening wordt veroorzaakt door een persisterende infectie met Coxiella burnetii en vereist gerichte diagnostiek en, indien vastgesteld, langdurige antibiotische behandeling onder specialistische begeleiding. Nicotine bestrijdt deze bacterie niet. Bij patiënten met cardiovasculaire betrokkenheid, zoals endocarditis of vaatinfecties, verdienen de cardiovasculaire effecten van nicotine extra aandacht. 

Klachten na vaccinatie

Er zijn geen klinische studies gevonden waarin nicotinepleisters specifiek zijn onderzocht bij langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie. Ervaringen en hypotheses over post-COVID leveren geen bewijs voor een effect bij KNV. Voor klachten zoals vermoeidheid, cognitieve problemen, PEM of dysautonomie na vaccinatie is de werkzaamheid onbekend. Nicotinepleisters worden daarom niet aanbevolen als syndroomgerichte behandeling. 

Toegankelijkheid wanneer van toepassing 

Nicotinepleisters zijn in Nederland zonder recept verkrijgbaar voor stoppen met roken. Verschillende producten geven nicotine gedurende 16 of 24 uur af. De producten zijn niet geregistreerd voor post-COVID, QVS of KNV. De doseringen die bij rookstop worden gebruikt, kunnen niet automatisch als veilige of werkzame dosering voor mensen die niet roken worden beschouwd. In de officiële geneesmiddelinformatie worden niet-rokers als contra-indicatie genoemd.  

Bijwerkingen zijn onder andere jeuk of huidirritatie op de plakplaats, misselijkheid, buikklachten, hoofdpijn, duizeligheid, onrust, slapeloosheid, levendige dromen en hartkloppingen. Soms kunnen een hogere hartslag of bloeddruk optreden. Het risico op nicotineafhankelijkheid door kortdurend gebruik van nicotinepleisters lijkt lager dan bij roken of nicotineproducten met snelle afgifte, maar is niet volledig afwezig. De pleistervorm geeft een langzamere afgifte dan roken, maar maakt nicotine niet risicovrij.  

Extra voorzichtigheid is nodig bij hart- en vaatziekten, hartritmestoornissen, recent hartinfarct of beroerte, ongecontroleerde hoge bloeddruk, zwangerschap en borstvoeding. Nicotine activeert het autonome zenuwstelsel en kan daardoor hartslag en bloeddruk beïnvloeden. Juist bij patiënten met dysautonomie of POTS kunnen deze effecten leiden tot een verergering van klachten. Nicotinepleisters moeten buiten bereik van kinderen en huisdieren worden gehouden; ook gebruikte pleisters bevatten nog nicotine.  

Het oorspronkelijke standpunt van C-support blijft op basis van de huidige stand van bewijs verdedigbaar: vanwege het ontbreken van overtuigend bewijs voor werkzaamheid en de mogelijke bijwerkingen worden nicotinepleisters niet aangeraden als behandeling van post-COVID. Wanneer een patiënt ze toch overweegt of gebruikt, is het belangrijk hierover zonder oordeel het gesprek aan te gaan, andere medische risico’s en medicatie te beoordelen en mogelijke bijwerkingen te bespreken.  

Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch Kompas: Nicotine. Beschikbaar via: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/n/nicotine. Geraadpleegd oktober 2026. 
  • College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Geneesmiddeleninformatiebank: Nicotinell 7 mg/24 uur, pleister voor transdermaal gebruik (RVG 33605). https://www.geneesmiddeleninformatiebank.nl/nl/rvg33605. Geraadpleegd oktober 2026. 
  • Leitzke M. Is the post-COVID-19 syndrome a severe impairment of acetylcholine-orchestrated neuromodulation that responds to nicotine administration? Bioelectron Med. 2023;9:2. doi:10.1186/s42234-023-00104-7. 
  • Leitzke M, Roach DT, Hesse S, et al. Long COVID – a critical disruption of cholinergic neurotransmission? Bioelectron Med. 2025;11:5. doi:10.1186/s42234-025-00167-8. 
  • Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch Kompas: Stoppen met roken. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/indicatieteksten/stoppen_met_roken. Geraadpleegd oktober 2026.  

Kijk ook op  Nicotine (pleisters) | Long Covid Toolkit