Skip to main content

Lichttherapie (lichtbril)

Versie: 10-10-2026

Wat is de interventie? 

Lichttherapie is een behandeling waarbij iemand op een gepland moment van de dag wordt blootgesteld aan helder kunstlicht. Het doel is om via het oog de biologische klok te beïnvloeden. Lichttherapie wordt al langer toegepast bij winterdepressie en bepaalde slaap-waakritmestoornissen. Ook bij andere vormen van depressie wordt de behandeling onderzocht of toegepast. Voor post-COVID is het gebruik van lichttherapie nog experimenteel.

Een gebruikelijke vorm is een lichttherapielamp of lichtbak die wit, uv-gefilterd licht geeft. In sommige behandelprotocollen wordt gedurende ongeveer 30 minuten in de ochtend licht met een verlichtingssterkte van 10.000 lux gebruikt. Dit is geen universeel schema: de effectieve blootstelling hangt af van de afstand tot de lamp, het apparaat, het tijdstip en de reden voor behandeling. Er bestaan ook draagbare lichttherapiebrillen die licht in de richting van de ogen afgeven. Een lichtbril kan praktisch zijn omdat iemand niet voor een lamp hoeft te blijven zitten, maar de technische eigenschappen en onderzoeksresultaten van verschillende brillen zijn niet automatisch vergelijkbaar.

Daarnaast bestaat er onderzoek naar blauw of blauwverrijkt licht, waaronder bestraling van de huid of het hele lichaam. Dat is een wezenlijk andere interventie dan een lichtbril die via de ogen het dag-nachtritme beïnvloedt. In deze kennisbanktekst worden deze vormen onderscheiden om te voorkomen dat positieve resultaten met een onderzoeksapparaat zonder meer aan een commerciële lichtbril worden toegeschreven.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

In het netvlies bevinden zich speciale lichtgevoelige zenuwcellen die het pigment melanopsine bevatten. Zij reageren vooral op kortgolvig, blauwachtig licht en sturen signalen naar de suprachiasmatische kern in de hypothalamus, het centrale regelcentrum van het circadiane ritme. Via deze route beïnvloedt licht onder meer de timing van melatonine, de slaap-waakcyclus, alertheid en andere dagelijkse fysiologische ritmen.

Het tijdstip van blootstelling is belangrijk. Helder licht in de ochtend kan een verlaat slaapritme doorgaans vervroegen; licht laat op de avond kan de biologische klok juist later zetten en de slaap verstoren. Daarom zijn de intensiteit, duur, kleur en timing niet los van elkaar te beoordelen. De lichtsterkte van een lichtbril wordt bovendien niet op dezelfde manier ervaren of gemeten als die van een grote lichtbak.

Bij post-COVID worden slaapstoornissen, vermoeidheid en veranderingen in het activiteit-rustritme gemeld. Bij sommige patiënten staat niet-verkwikkende slaap op de voorgrond. Hoewel lichttherapie invloed kan hebben op het slaap-waakritme, is niet aangetoond dat zij niet-verkwikkende slaap bij post-COVID verhelpt. Dit maakt een mogelijke rol van circadiane ondersteuning biologisch voorstelbaar, maar bewijst niet dat lichttherapie de oorzaak van post-COVID behandelt. Ook is niet aangetoond dat het onderdrukken van melatonine overdag op zichzelf PEM, dysautonomie, hersenmist of langdurige vermoeidheid herstelt.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Lichttherapie wordt bij post-COVID soms overwogen wanneer sprake lijkt van een verstoord slaap-waakritme of een verschoven biologische klok. Dit is echter iets anders dan behandeling van post-COVID zelf. Ook wanneer het slaapritme verbetert, betekent dat niet automatisch dat vermoeidheid, PEM of cognitieve klachten verminderen.

In een kleine studie van Nolberczak en collega’s (2024) beschreven. De studie omvatte 43 volwassenen die vier weken na een SARS-CoV-2-infectie nog vermoeidheid ervoeren. Zij kregen gedurende twee weken tien sessies van telkens 15 minuten bestraling van het hele lichaam met blauw LED-licht (453 nm; 40 mW/cm²), verdeeld over vijf dagen per week. Er was geen gerandomiseerde controlegroep en de deelnemers wisten dat zij de behandeling kregen.

De gemiddelde score op de Fatigue Severity Scale (FSS) daalde van 47,17 naar 33,12 punten, een verschil van −14,05 punten (p < 0,0001). De SF-36-vitaliteitsscore steeg van 57,10 naar 76,07 (verschil +18,74; p < 0,0001). Ook de Dermatology Life Quality Index verbeterde. Bij een deel van de deelnemers werden veranderingen in bepaalde bloedstoffen met een rol in het tryptofaan metabolisme gemeten. Deze voor-na-verschillen zijn statistisch significant, maar zonder controlegroep kan niet worden vastgesteld hoeveel van de verbetering door het licht, natuurlijk herstel, verwachtingen of andere factoren werd veroorzaakt.

Een belangrijke beperking voor de interpretatie is dat de deelnemers al vanaf vier weken na herstel van de acute infectie konden worden geïncludeerd. Dat is eerder dan de gebruikelijke definitie van post-COVID, waarbij klachten doorgaans rond drie maanden na infectie worden beoordeeld. Ook werd geen langdurige follow-up gerapporteerd. De studie laat dus vooral zien dat de onderzochte interventie uitvoerbaar was en dat er na de behandeling gunstige veranderingen werden gemeten, niet dat lichttherapie een bewezen behandeling voor langdurige post-COVID is.

De studie gebruikte bovendien een groot apparaat voor volledige lichaamsbestraling, geen lichttherapiebril of standaardlichtbak. De gebruikte golflengte, blootstellingsduur en biologische route verschillen. De uitkomsten kunnen daarom niet worden overgenomen als bewijs dat een lichtbril dezelfde effecten heeft. Dit onderscheid is belangrijk wanneer patiënten vragen naar commercieel verkrijgbare lichtbrillen.

Bij de gerichte literatuurcontrole is geen grote, overtuigende placebogecontroleerde gerandomiseerde studie gevonden die specifiek het effect van een lichttherapiebril bij bestaande post-COVID vaststelt. Er zijn daardoor geen betrouwbare effectgroottes voor vermindering van PEM, vermoeidheid, hersenmist, POTS of verbetering van het dagelijks functioneren door een lichtbril. Bij vermoeidheidsklachten, slaapklachten en kwaliteit-van-levenmaten kunnen verwachtingen en placebo-effecten een belangrijke rol spelen. Daarom zijn gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies noodzakelijk om de werkelijke werkzaamheid vast te stellen.

Aanvullende informatie uit andere aandoeningen

De gegevens bij andere aandoeningen zijn relevant voor de biologische plausibiliteit, maar zijn niet rechtstreeks toepasbaar op post-COVID. Een systematische review van Srisurapanont en collega’s (2021) onderzocht blauwlichttherapie bij mensen met traumatisch hersenletsel. De auteurs vonden aanwijzingen voor vermindering van vermoeidheid en depressieve symptomen, maar het aantal onderzoeken was klein en de kwaliteit van het bewijs beperkt. Voor slaapstoornissen en slaperigheid waren de resultaten minder duidelijk.

In een gerandomiseerde, sham-gecontroleerde studie bij 26 patiënten met multiple sclerose werd twee weken lang dagelijks 30 minuten helder wit licht vergeleken met zwak rood licht. De vermoeidheidsscores verbeterden in beide groepen, maar het verschil tussen de groepen was niet statistisch significant (p = 0,136). Dit illustreert dat verbetering binnen een behandelgroep niet voldoende is om werkzaamheid vast te stellen.

Een belangrijk nieuw onderzoek verscheen in 2025. Ludwig en collega’s onderzochten in een gerandomiseerde cross-overstudie 36 patiënten met chronische vermoeidheid syndroom (CVS). Zij kregen twee weken lang elke ochtend 30 minuten lichttherapie van 10.000 lux of stonden op een wachtlijst; na een tussenperiode werden de condities omgewisseld. In de volledige cross-overanalyse was de verbetering van vermoeidheid niet significant groter met lichttherapie dan tijdens de wachtlijstperiode. Wel verbeterde de reactiesnelheid bij een onderdeel van een aandachtstest. Vier deelnemers vielen uit; onder meer oogirritatie en hoofdpijn werden genoemd. De resultaten zijn niet afkomstig van post-COVID-patiënten en leveren geen bewijs voor een effect van een lichtbril bij post-COVID.

Bij winterdepressie bestaat veel meer onderzoek en is lichttherapie een gevestigde behandelmogelijkheid. Voor bipolaire depressie beschrijven internationale aanbevelingen uit 2025 mogelijke werkzaamheid als aanvullende behandeling, maar uitsluitend met aandacht voor stemmingsontregeling en passende begeleiding. Dat een interventie bij een depressieve stoornis werkzaam kan zijn, betekent niet dat zij postinfectieuze vermoeidheid of PEM behandelt.

Samengevat zijn er aanwijzingen dat lichtblootstelling slaap-waakritmen en alertheid kan beïnvloeden. Voor behandeling van de kernklachten van post-COVID is de directe onderbouwing beperkt tot klein en is er sprake van methodologisch kwetsbaar onderzoek. Een specifieke werkzaamheid van lichttherapiebrillen bij post-COVID is niet aangetoond.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Bij QVS kunnen vermoeidheid, slaapklachten en problemen met concentratie voorkomen. Er zijn geen gerandomiseerde klinische studies gevonden waarin een lichttherapiebril of een ander lichttherapieprotocol specifiek bij QVS is onderzocht. Een eventueel effect op slaapritme of alertheid kan niet zonder meer worden vertaald naar verbetering van QVS-gerelateerde vermoeidheid of PEM. Wanneer er daarnaast een afzonderlijke slaap-waakritmestoornis of winterdepressie bestaat, is dat een andere medische vraag dan behandeling van QVS zelf.

Chronische Q-koorts 

Chronische Q-koorts wordt veroorzaakt door een persisterende infectie met de bacterie Coxiella burnetii. Er is geen klinisch bewijs dat lichttherapie het verloop van deze infectie beïnvloedt. Lichttherapie heeft geen antibacteriële werking en vervangt geen gerichte antibiotische behandeling of specialistische controle. Eventuele ondersteuning bij een bijkomende slaapstoornis staat los van de behandeling van de infectie.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen klinische studies gevonden die het effect van lichttherapie of een lichtbril specifiek bij langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie onderzoeken. Er zijn daarom geen betrouwbare gegevens over verbetering van vermoeidheid, cognitieve klachten, PEM of dysautonomie bij deze groep. Resultaten uit onderzoek bij post-COVID, ME/CVS of depressie kunnen niet zonder meer op KNV worden toegepast.

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

Lichttherapielampen en lichttherapiebrillen zijn in Nederland verkrijgbaar bij uiteenlopende aanbieders. Ze verschillen in lichtspectrum, intensiteit, draagcomfort, toepassingsinstructies en prijs. Niet ieder product is onderzocht in klinische studies. Bij de beoordeling van een product is daarom belangrijk na te gaan of de fabrikant de werkelijke blootstelling aan het oog, het aanbevolen tijdstip, de gebruiksduur en de veiligheid voldoende beschrijft. Een algemene claim van “10.000 lux” maakt een lichtbril niet automatisch gelijkwaardig aan een onderzochte lichtbak.

Lichttherapie voor een erkende medische indicatie, zoals bepaalde depressieve of slaap-waakritmestoornissen, kan onderdeel zijn van reguliere zorg. Voor post-COVID bestaat geen standaardvergoeding van de aanschaf van een lichtbril als syndroomgerichte behandeling. De eventuele vergoeding van begeleiding of een hulpmiddel hangt af van indicatie, zorgsetting en verzekeringsvoorwaarden.

Mogelijke bijwerkingen zijn hoofdpijn, oogvermoeidheid, misselijkheid, prikkelbaarheid en slaapproblemen, vooral wanneer licht op een ongunstig tijdstip wordt gebruikt. Bij mensen met lichtgevoeligheid, netvliesaandoeningen of gebruik van fotosensibiliserende geneesmiddelen is voorafgaand overleg met een arts verstandig. Bij een bipolaire stoornis bestaat het risico op het uitlokken van hypomanie of manie; lichttherapie vraagt dan specifieke psychiatrische begeleiding en monitoring.

Bij post-COVID kan bovendien overgevoeligheid voor licht en prikkels voorkomen. De mate waarin lichttherapie PEM kan uitlokken of verergeren, is onvoldoende onderzocht. Voor patiënten die gevoelig zijn voor licht, migraine of prikkelbelasting is een standaardprotocol niet vanzelfsprekend passend. Een eventuele toepassing moet rekening houden met de individuele klachten, het slaap-waakpatroon en het doel van de behandeling.

Let op: er zijn mogelijke bijwerkingen en aandachtspunten bij bipolaire stoornis, oogproblemen en lichtgevoeligheid.
Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • International Society for Bipolar Disorders Chronobiology and Chronotherapy Task Force. Light therapy for bipolar disorders: Clinical recommendations. 2025. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12291220/.
  • Nolberczak D, Lesiak A, Czajkowski R, Bednarski IA, Narbutt J. LED-emitted blue light improves quality of life and reduces fatigue after COVID-19 infection. Postepy Dermatol Alergol. 2024;41(5):515–520. doi:10.5114/ada.2024.144522.
  • Srisurapanont K, Samakarn Y, Kamklong B, et al. Blue-wavelength light therapy for post-traumatic brain injury sleepiness, sleep disturbance, depression, and fatigue: A systematic review and network meta-analysis. PLoS One. 2021;16(2):e0246172. doi:10.1371/journal.pone.0246172.
  • Voggenberger L, Böck M, Moser D, et al. Bright light therapy as a non-pharmacological treatment option for multiple sclerosis-related fatigue: A randomized sham-controlled trial. Mult Scler J Exp Transl Clin. 2022;8(4):20552173221133262. doi:10.1177/20552173221133262.
  • Ludwig B, Hauer L, Böck M, et al. Assessing fatigue in myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome patients before and after treatment with bright light therapy: A prospective randomized controlled crossover study. Sleep Med. 2025;129:369–374. doi:10.1016/j.sleep.2025.03.003.
  • International Society for Bipolar Disorders Chronobiology and Chronotherapy Task Force. Light therapy for bipolar disorders: Clinical recommendations. 2025. PMID:40705857. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40705857/.
  • National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Myalgic encephalomyelitis (or encephalopathy)/chronic fatigue syndrome: diagnosis and management. NG206. 2021. https://www.nice.org.uk/guidance/ng206.