Skip to main content

Hyperbare zuurstoftherapie (HBOT)

Versie: 02-10-2026

Wat is de interventie? 

Hyperbare zuurstoftherapie (HBOT, hyperbaric oxygen therapy) is een medische behandeling waarbij een patiënt 100% zuurstof inademt in een speciaal daarvoor ontworpen drukkamer waarin de omgevingsdruk wordt verhoogd, meestal tot ongeveer 2,0-2,5 atmosfeer absoluut (ATA). Door de combinatie van een hoge zuurstofconcentratie en verhoogde druk lost aanzienlijk meer zuurstof rechtstreeks op in het bloedplasma. Hierdoor kan tijdelijk meer zuurstof aan weefsels worden aangeboden.

HBOT is een gevestigde behandeling voor een beperkt aantal medische indicaties, waaronder decompressieziekte, koolmonoxidevergiftiging en bepaalde complexe wonden en late bestralingsschade. Voor post-COVID behoort HBOT niet tot de bewezen standaardbehandelingen. De behandeling bestaat meestal uit meerdere sessies van ongeveer 60-120 minuten. HBOT moet worden onderscheiden van normobare zuurstoftherapie, waarbij zuurstof bij normale atmosferische druk wordt toegediend.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Door zuurstof onder verhoogde druk in te ademen stijgt de hoeveelheid fysiek opgeloste zuurstof in het bloedplasma sterk. Waardoor tijdelijk meer zuurstof beschikbaar komt voor weefsels, ook onder omstandigheden waarin de lokale zuurstofvoorziening beperkt is. Aan herhaalde HBOT worden daarnaast verschillende biologische effecten toegeschreven, waaronder stimulatie van angiogenese, beïnvloeding van ontstekingsprocessen, veranderingen in oxidatieve stress, verbetering van mitochondriale functie en stimulatie van neuroplasticiteit. Deze mechanismen zijn relevant geworden voor post-COVID omdat bij het ziektebeeld onder andere veranderingen in microcirculatie, endotheel, immuunactiviteit, autonome regulatie en energiemetabolisme worden onderzocht. In een Israëlische  gerandomiseerde gecontroleerde studie (RTC) werden na HBOT bijvoorbeeld veranderingen in functionele en structurele hersenconnectiviteit gevonden die samenhingen met verbetering van bepaalde cognitieve uitkomsten.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Het onderzoek naar HBOT bij post-COVID bestaat inmiddels uit case reports, ongecontroleerde studies en meerdere RCTs. De resultaten zijn niet consistent. Een belangrijke vroege studie was de dubbelblinde, sham-gecontroleerde RCT van Zilberman-Itskovich et al. uit 2022. Hierin werden 73 patiënten met post-COVID en cognitieve klachten gerandomiseerd naar 40 dagelijkse HBOT-sessies (n=37) of een sham-behandeling (n=36). Eén tot drie weken na de behandeling werden in de HBOT-groep grotere verbeteringen gevonden in globale cognitieve functie (effectgrootte d=0,50), aandacht (d=0,48), executieve functies (d=0,46), energie (d=0,52), slaap (d≈0,48), psychiatrische symptomen (d=0,64) en interferentie van pijn met dagelijks functioneren (d=0,74). Hoewel in de studie van Zilberman-Itskovich statistisch significante verbeteringen werden gevonden, beoordeelde de richtlijncommissie vooral of deze verschillen groot genoeg waren om voor patiënten daadwerkelijk merkbaar en klinisch relevant te zijn. Daarnaast werd de kwaliteit van het bewijs als laag beoordeeld vanwege beperkingen in de beschikbare onderzoeken. Daarom werd geen sterke aanbeveling voor toepassing van HBOT gedaan. Voor fysiek functioneren en cognitief functioneren werd geen klinisch relevant verschil vastgesteld. Voor geheugen, pijn, aandacht, depressie en angst werd eveneens geen overtuigend klinisch relevant voordeel gevonden ten opzichte van sham. Alleen het SF-36-domein fysieke beperkingen liet volgens de richtlijncommissie mogelijk een klinisch relevante verbetering zien. De kwaliteit van het bewijs werd als laag beoordeeld. Een follow-upstudie uit 2024 onderzocht 31 deelnemers uit de oorspronkelijke HBOT-groep gemiddeld ongeveer een jaar na behandeling. Verbeteringen in kwaliteit van leven, slaap, neuropsychiatrische klachten en pijn bleken grotendeels behouden. Deze studie had echter geen shamcontrolegroep meer tijdens de langetermijnfollow-up. Ook werd niet systematisch vastgelegd welke andere behandelingen deelnemers in het tussenliggende jaar hadden ontvangen. Daardoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de aanhoudende verbetering door HBOT werd veroorzaakt.

Sindsdien zijn twee belangrijke placebo-/sham-gecontroleerde studies verschenen die geen overtuigend voordeel laten zien. De Zweedse HOT-LoCO-trial randomiseerde 80 patiënten naar tien HBOT-sessies of shambehandeling. Na 13 weken verbeterden beide groepen, maar er was geen significant verschil in de primaire uitkomsten fysiek functioneren, het vermogen om dagelijkse activiteiten uit te voeren, zoals traplopen, huishoudelijke activiteiten en andere lichamelijke inspanningen (verschil 0,63 punten; 95%-BI −7,04 tot 8,29; p=0,87) of fysieke rolbeperkingen (verschil 2,35 punten; 95%-BI −5,95 tot 10,66; p=0,57), in welke maten lichamelijke klachten dagelijkse activiteiten, werk of sociale rollen beperken. Tien HBOT-sessies waren daarmee niet effectiever dan placebo voor deze primaire uitkomsten.

PEM is een specifiek aandachtspunt. HBOT is een intensieve behandeling waarbij patiënten gedurende meerdere weken regelmatig naar een behandelcentrum moeten reizen en langdurige sessies ondergaan. In de Nederlandse richtlijn wordt beschreven dat ernstig aangedane post-COVID-patiënten moeite kunnen hebben om opeenvolgende sessies te verdragen vanwege vermoeidheid. Bij patiënten met PEM kan de totale belasting van behandeling en vervoer bovendien tot tijdelijke klachtenverergering leiden. Daarnaast is er nog geen bewijs dat HBOT een effect heeft op PEM.

Samenvattend laten vroege studies mogelijke verbeteringen zien van enkele cognitieve, neuropsychiatrische en kwaliteit-van-levenuitkomsten na HBOT. Inmiddels laten meerdere nieuwere dubbelblinde placebo-/sham-gecontroleerde onderzoeken echter geen overtuigend voordeel zien. De totale bewijslast is daardoor onzeker en onvoldoende om HBOT als standaardbehandeling voor post-COVID aan te bevelen. Er zijn momenteel geen gecontroleerde studies die aantonen dat HBOT symptomen van POTS of andere vormen van dysautonomie verbetert. De Nederlandse richtlijn adviseert behandeling voor post-COVID vooralsnog alleen in studieverband.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Er zijn geen klinische studies gevonden waarin HBOT specifiek als behandeling voor QVS is onderzocht. QVS kan gepaard gaan met langdurige vermoeidheid, cognitieve klachten, inspanningsintolerantie en PEM. Hoewel enkele van deze symptomen overeenkomen met symptomen die in HBOT-onderzoek bij post-COVID zijn onderzocht, kan de beschikbare evidence niet rechtstreeks naar QVS worden vertaald. Er is ook geen bewijs dat bij QVS sprake is van een algemeen weefselzuurstoftekort dat door HBOT kan worden gecorrigeerd. De praktische belasting van een HBOT-traject is daarnaast relevant voor patiënten met ernstige vermoeidheid of PEM. Reizen naar een hyperbaar centrum en frequente behandelsessies kunnen een aanzienlijke fysieke en cognitieve belasting vormen.

Chronische Q-koorts 

Er zijn geen klinische studies gevonden die HBOT ondersteunen als behandeling van chronische Q-koorts. Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii, waarbij vooral endocarditis en infecties van aneurysmata of vaatprothesen kunnen voorkomen. HBOT elimineert C. burnetii niet en heeft geen plaats als behandeling van de onderliggende infectie. De behandeling van chronische Q-koorts bestaat uit langdurige antimicrobiële therapie onder specialistische begeleiding. Eventuele cardiale of vasculaire complicaties kunnen aanvullende medische of chirurgische behandeling noodzakelijk maken.

HBOT zou alleen een afzonderlijke indicatie kunnen hebben wanneer een patiënt daarnaast een andere aandoening heeft waarvoor HBOT regulier is geïndiceerd, bijvoorbeeld bepaalde complexe wonden. Dat betreft dan behandeling van die afzonderlijke aandoening en niet van chronische Q-koorts zelf.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen gerandomiseerde of andere overtuigende klinische studies gevonden waarin HBOT specifiek als behandeling voor langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie is onderzocht.

Symptomen die bij KNV worden beschreven, zoals vermoeidheid, cognitieve klachten, autonome klachten en inspanningsintolerantie, kunnen overlappen met post-COVID. Deze klinische overlap betekent echter niet dat resultaten van HBOT-onderzoek bij post-COVID rechtstreeks kunnen worden toegepast op patiënten met KNV. Ook is niet aangetoond dat HBOT eventuele veronderstelde onderliggende mechanismen van KNV, zoals immuunactivatie of autonome ontregeling, corrigeert.

Bij patiënten met KNV en PEM geldt bovendien dezelfde praktische overweging als bij post-COVID: een intensief traject met herhaald reizen en langdurige behandelsessies kan de totale belasting verhogen en mogelijk een tijdelijke klachtenverergering uitlokken.

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

HBOT wordt uitgevoerd in gespecialiseerde hyperbare behandelcentra. In Nederland is slechts een beperkt aantal hyperbare kamers beschikbaar. Een reguliere behandeling kan uit tientallen sessies bestaan en vraagt daarmee een aanzienlijke tijds- en reisbelasting.  HBOT wordt vanuit de basisverzekering alleen vergoed voor specifieke erkende indicaties die voldoen aan de stand van wetenschap en praktijk. Post-COVID, QVS en KNV behoren niet tot de reguliere verzekerde indicaties voor HBOT. Wanneer HBOT voor post-COVID buiten onderzoek wordt aangeboden, kunnen de kosten daarom voor rekening van de patiënt komen.

HBOT wordt over het algemeen goed verdragen, maar is niet zonder risico. Mogelijke bijwerkingen zijn onder andere: drukgerelateerde klachten van oren en bijholten (barotrauma); tijdelijke veranderingen van het gezichtsvermogen, met name tijdelijke myopie; claustrofobische klachten; vermoeidheid na behandeling; zuurstofotoxiciteit, waarbij in zeldzame gevallen een epileptisch insult kan optreden; pulmonale zuurstoftoxiciteit bij hoge cumulatieve blootstelling.

Een onbehandelde pneumothorax geldt als een belangrijke contra-indicatie voor HBOT. Andere aandoeningen en geneesmiddelen kunnen aanleiding geven tot aanvullende beoordeling voorafgaand aan behandeling. Voor patiënten met post-COVID, QVS of KNV en ernstige PEM moet naast de directe veiligheid van de druk- en zuurstofblootstelling ook de totale belasting van het behandeltraject worden meegewogen. De Nederlandse richtlijn benadrukt expliciet dat het risico op PEM moet worden afgewogen tegen het nog onzekere mogelijke voordeel.

Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • Federatie Medisch Specialisten/NVALT. Hyperbare zuurstoftherapie bij langdurige klachten na COVID-19.Richtlijnendatabase COVID-19. Gepubliceerd 27 september 2024.
  • Zorginstituut Nederland. Standpunt hyperbare zuurstoftherapie (HBOT). 2019; gebaseerd op het standpunt over verzekerde indicaties uit 2009.
  • Zilberman-Itskovich S, Catalogna M, Sasson E, et al. Hyperbaric oxygen therapy improves neurocognitive functions and symptoms of post-COVID condition: randomized controlled trial. Sci Rep. 2022;12:11252. doi:10.1038/s41598-022-15565-0.
  • Catalogna M, Sasson E, Hadanny A, et al. Effects of hyperbaric oxygen therapy on functional and structural connectivity in post-COVID-19 condition patients: a randomized, sham-controlled trial. Neuroimage Clin.2022;36:103218. doi:10.1016/j.nicl.2022.103218.
  • Katz I, et al. Hyperbaric oxygen therapy for post-COVID conditions: mechanistic and clinical considerations. 2024.
  • Leitman M, Fuchs S, Tyomkin V, et al. The effect of hyperbaric oxygen therapy on myocardial function in post-COVID-19 syndrome patients: a randomized controlled trial. Sci Rep. 2023;13:9473. doi:10.1038/s41598-023-36570-x.
  • Hadanny A, Zilberman-Itskovich S, Catalogna M, et al. Long term outcomes of hyperbaric oxygen therapy in post covid condition: longitudinal follow-up of a randomized controlled trial. Sci Rep. 2024;14:3604. doi:10.1038/s41598-024-53091-3.
  • Kjellberg A, et al. Ten sessions of hyperbaric oxygen versus sham treatment in patients with long covid (HOT-LoCO): a randomised, placebo-controlled, double-blind, phase II trial. 2025. ClinicalTrials.gov NCT04842448.
  • D’Hoore L, Germonpré P, Rinia B, Caeyers L, Stevens N, Balestra C. Effect of normobaric and hyperbaric hyperoxia treatment on symptoms and cognitive capacities in Long COVID patients: a randomised placebo-controlled, prospective, double-blind trial. Diving Hyperb Med. 2025;55(2):104–113. doi:10.28920/dhm55.2.104-113.
  • Effects of Hyperbaric Oxygen Therapy on Long COVID: A Systematic Review. 2024. PMID: 38672710.
  • Li Y, Lin J, Gao J, Tang L, Liu Y, Zhang Z. Efficacy and safety of hyperbaric oxygen therapy for long COVID: a protocol for systematic review and meta-analysis. BMJ Open. 2024;14.
  • C-support. Update Hyperbare zuurstoftherapie. Geactualiseerd 25 februari 2025.
  • Federatie Medisch Specialisten. Richtlijn COVID-19 aangevuld met nieuwe module. 4 oktober 2024.
  • Centers for Disease Control and Prevention. Clinical Guidance for Q Fever. Updated 5 March 2025.