Skip to main content

Hormoonsuppletietherapie (HST)

Versie: 23-09-2026

Wat is de interventie? 

Hormoonsuppletietherapie (HST) is behandeling met hormonen om een vastgesteld of klinisch relevant tekort aan geslachtshormonen aan te vullen. Bij vrouwen gaat het meestal om oestrogeen (estradiol) bij overgangsklachten. Bij vrouwen met een intacte baarmoeder wordt systemisch oestrogeen doorgaans gecombineerd met een progestageen om het baarmoederslijmvlies te beschermen. Bij mannen kan testosteron worden voorgeschreven bij aangetoond hypogonadisme: klachten passend bij testosterontekort in combinatie met herhaaldelijk te lage testosteronwaarden.

HST kan worden toegediend als tablet, pleister, gel, spray, vaginaal preparaat of, bij testosteron, ook als injectie. Welke behandeling geschikt is, hangt af van de indicatie, klachten, leeftijd, medische voorgeschiedenis en individuele risicofactoren. Veel geregistreerde HST-producten bevatten hormonen die chemisch identiek zijn aan lichaamseigen hormonen, zoals estradiol en gemicroniseerd progesteron. De term ‘bio-identiek’ betekent daarom niet automatisch dat een preparaat natuurlijker, veiliger of effectiever is. Op maat samengestelde niet-geregistreerde ‘bio-identieke’ preparaten hebben geen aangetoonde meerwaarde boven geregistreerde HST. Het aanpassen van HST op basis van commerciële speekseltesten wordt niet aanbevolen, omdat deze metingen onvoldoende betrouwbaar zijn voor het bepalen van de dosering.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Oestrogenen, progesteron en testosteron hebben effecten in veel verschillende weefsels, waaronder hersenen, spieren, botten, bloedvaten en het immuunsysteem. Oestrogeen beïnvloedt onder andere thermoregulatie, botstofwisseling en urogenitale weefsels. Testosteron is onder andere betrokken bij seksuele functie, spiermassa, botstofwisseling en erytropoëse. Geslachtshormonen hebben daarnaast immunomodulerende effecten. Dit laatste heeft geleid tot hypotheses over een mogelijke relatie tussen geslachtshormonen en COVID-19. Tijdens acute COVID-19 zijn bij sommige patiënten veranderingen in testosteron-, oestrogeen- en andere hormoonwaarden beschreven. Ook is inmiddels duidelijk dat vrouwen gemiddeld een hoger risico op post-COVID hebben dan mannen, waarbij leeftijd, zwangerschap en menopauzale status mogelijk samenhangen met het risico. Vrouwen tussen de 40 en 55 jaar hebben het hoogste risico op post-COVID. De momenteel beschikbare studies laten vooral associaties zien tussen hormoonwaarden en post-COIVD. Het is nog onduidelijk of eventuele hormonale veranderingen een oorzaak, gevolg of epifenomeen zijn van het post-COVID-proces.

Daarnaast rapporteren veel vrouwen met post-COVID een relatie tussen hun klachten en hormonale schommelingen gedurende de menstruatiecyclus. Verergering van vermoeidheid, cognitieve problemen, pijnklachten, duizeligheid en inspanningsintolerantie wordt regelmatig beschreven rondom menstruatie, ovulatie en tijdens de overgang. Andersom zijn ook veranderingen in menstruatiepatroon, cyclusduur en overgangsklachten beschreven na een SARS-CoV-2-infectie. Hoewel de onderliggende mechanismen nog onvoldoende zijn opgehelderd, lijkt er sprake van een wisselwerking tussen hormonale veranderingen en de ervaren symptoomlast. Dit betekent echter niet dat hormonale afwijkingen de oorzaak van post-COVID vormen of dat hormoonsuppletie bewezen effectief is als behandeling van post-COVID zelf.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Er is op dit moment geen overtuigend klinisch bewijs dat oestrogeen-, progesteron- of testosteronsuppletie post-COVID als ziektebeeld behandelt. Er zijn geen grote gerandomiseerde placebogecontroleerde trials gevonden waarin HST is onderzocht als behandeling voor de algemene symptoomlast van post-COVID. Wel zijn veranderingen van de hypothalamus-hypofyse-gonade-as na SARS-CoV-2-infectie beschreven. Deze bevindingen zijn echter niet uniform en bij een deel van de patiënten lijken hormonale afwijkingen tijdens het herstel weer te normaliseren. Observationele associaties tussen geslachtshormonen en ziekte-ernst of post-COVID vormen daarom geen indicatie om hormonen zonder reguliere endocrinologische of gynaecologische indicatie voor te schrijven.

Voor testosteron is een individuele casus gepubliceerd van een 62-jarige man die na COVID-19 hypogonadotroop hypogonadisme ontwikkelde. Testosteronsuppletie normaliseerde zijn testosteronwaarde en verbeterde klachten die bij hypogonadisme pasten. Algemene post-COVID-klachten, neuropsychiatrische symptomen en kwaliteit van leven verbeterden echter nauwelijks. De auteurs concludeerden dat het hypogonadisme onderdeel kon zijn van het bredere post-COVID-beeld, maar dat testosteronsuppletie geen algemene behandeling voor post-COVID vormde.

Voor oestrogeen/progesteron is een gerandomiseerde studie gepubliceerd bij acuut opgenomen COVID-19-patiënten, niet bij post-COVID. Kortdurende behandeling met estradiol en progesteron beïnvloedde enkele immuunparameters, maar leverde geen overtuigend klinisch voordeel op voor belangrijke ziekte-uitkomsten. Deze studie kan daarom niet worden gebruikt als bewijs voor HST bij post-COVID.

Bij vrouwen met post-COVID die ook peri- of postmenopauzale klachten hebben, kan reguliere HST worden overwogen wanneer daarvoor volgens de gebruikelijke richtlijnen een indicatie bestaat. HST kan overgangsgerelateerde klachten verminderen en daarnaast zorgen voor minder hormonale schommelingen. Sommige vrouwen ervaren hierdoor een afname van cyclus- of overgangsgebonden fluctuaties in hun klachten. Er is echter geen bewijs dat HST het onderliggende post-COVID-syndroom behandelt of de ziekte zelf beïnvloedt.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Er zijn geen klinische studies gevonden waarin oestrogeen-, progesteron- of testosteronsuppletie specifiek als behandeling voor QVS is onderzocht. De beschikbare literatuur over QVS beschrijft langdurige vermoeidheid, cognitieve beperkingen en verminderd functioneren, maar levert geen bewijs dat een tekort aan geslachtshormonen een algemeen onderliggend mechanisme is of dat HST de klachten vermindert. Wanneer iemand met QVS daarnaast overgangsklachten of bewezen hypogonadisme heeft, kunnen deze volgens de reguliere medische richtlijnen worden behandeld. Eventuele verbetering van deze afzonderlijke klachten moet niet worden geïnterpreteerd als bewijs dat HST QVS behandelt.

Chronische Q-koorts 

Er zijn geen studies gevonden die HST als behandeling voor chronische Q-koorts ondersteunen. Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii, waarbij onder andere endocarditis en vasculaire infecties kunnen voorkomen. Hormoonsuppletie heeft geen invloed op de onderliggende infectie en vervangt de noodzakelijke antibiotische en specialistische behandeling niet. Wanneer bij een patiënt met chronische Q-koorts daarnaast een reguliere indicatie voor HST of testosteronsuppletie bestaat, moet de behandeling individueel worden beoordeeld. Vooral bij cardiovasculaire betrokkenheid is het belangrijk om de algemene risico’s en contra-indicaties van hormonale behandeling zorgvuldig mee te wegen.

Klachten na vaccinatie 

Menstruatieveranderingen zijn na COVID-19-vaccinatie beschreven. Dit betekent echter niet automatisch dat er sprake is van een blijvende verstoring van de geslachtshormonen. In een studie bij vrouwen in de reproductieve leeftijd werden voor en na mRNA-vaccinatie geen significante veranderingen gevonden in basale FSH-, LH- of estradiolwaarden. Ook andere onderzoeken leveren geen overtuigend bewijs voor een blijvende verstoring van de vrouwelijke of mannelijke geslachtshormonen door COVID-19-vaccinatie. Er zijn geen klinische studies gevonden waarin oestrogeen-, progesteron- of testosteronsuppletie specifiek als behandeling voor langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie is onderzocht. Ook is niet aangetoond dat HST-vermoeidheid, cognitieve klachten, PEM, POTS of andere symptomen van KNV vermindert.

Wanneer iemand met KNV daarnaast overgangsklachten of een medisch vastgesteld hormoontekort heeft, kan dit volgens de reguliere richtlijnen worden behandeld. Net als bij post-COVID moet onderscheid worden gemaakt tussen behandeling van een aangetoonde hormonale aandoening en behandeling van KNV zelf.

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

HST en testosteronsuppletie zijn geneesmiddelen die enkel op recept verkrijgbaar zijn. Beoordeling en voorschrijven vinden plaats via huisarts of medisch specialist, afhankelijk van de indicatie en complexiteit. Bij hinderlijke vasomotorische overgangsklachten kan reguliere HST worden overwogen na bespreking van voordelen, risico’s en individuele contra-indicaties. Bij vrouwen met een baarmoeder moet systemisch oestrogeen in principe worden gecombineerd met een progestageen ter bescherming van het endometrium. Na de start van de behandeling wordt samen met de voorschrijvend arts beoordeeld of de klachten voldoende verbeteren, of er bijwerkingen optreden en of voortzetting van de behandeling wenselijk is. Vervolgcontroles worden afgestemd op de indicatie, het gebruikte preparaat en de persoonlijke situatie van de patiënt.

Testosteron bij mannen is geïndiceerd bij klinische symptomen in combinatie met een aangetoond testosterontekort. Het Farmacotherapeutisch Kompas adviseert de diagnose te bevestigen met twee afzonderlijke testosteronbepalingen en andere oorzaken van de klachten uit te sluiten. Tijdens de behandeling zijn controles nodig, waaronder testosteronwaarden en, afhankelijk van de situatie, hematocriet/hemoglobine, prostaat en andere relevante parameters.

HST kent mogelijke bijwerkingen en risico’s die afhangen van onder andere het middel, de dosering, de toedieningsroute, de leeftijd en de persoonlijke voorgeschiedenis. Daarom moet behandeling individueel worden afgewogen. Bij post-COVID, QVS, chronische Q-koorts of KNV gelden dezelfde reguliere veiligheidsprincipes; aanwezigheid van deze aandoeningen is op zichzelf geen indicatie voor HST. Gebruik bij voorkeur geregistreerde hormoonpreparaten. Veel geregistreerde Nederlandse HST-preparaten bevatten al bio-identieke hormonen, zoals estradiol en gemicroniseerd progesteron. Commerciële speekseltesten worden niet aanbevolen voor het vaststellen van de behoefte aan menopauzale hormoontherapie.

Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • NHG-Standaard De overgang. 2022; aangepast 2024.
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Management rondom menopauze. Richtlijn en praktische handleiding HST. Geactualiseerd 2025–2026.
  • Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch Kompas: testosteron. Geraadpleegd september 2026.
  • American College of Obstetricians and Gynecologists. Compounded Bioidentical Menopausal Hormone Therapy. ACOG Clinical Consensus.
  • Klein SL, Flanagan KL. Sex differences in immune responses. Nat Rev Immunol.2016;16:626–638.
  • Lott N, et al. Sex hormones in SARS-CoV-2 susceptibility: key players or confounders? Nat Rev Endocrinol.2023;19:217–231.
  • Dhindsa S, Zhang N, McPhaul MJ, et al. Association of circulating sex hormones with inflammation and disease severity in patients with COVID-19. JAMA Netw Open.2021;4.
  • Peluso MJ, et al. Sex Differences in Long COVID. JAMA Netw Open.
  • Tramontana F, et al. Immuno-Endocrinology of COVID-19: The Key Role of Sex Hormones. Front Endocrinol.2021;12:726696.
  • Amodeo A, et al. Use of testosterone replacement therapy to treat long-COVID-related hypogonadism. Endocrinol Diabetes Metab Case Rep.2024:23-0097.
  • Lovre D, et al. Acute estradiol and progesterone therapy in hospitalized adults to reduce COVID-19 severity: a randomized controlled trial. Sci Rep.2024;14:22732.
  • Morroy G, Keijmel SP, Delsing CE, et al. Fatigue following Acute Q-Fever: A Systematic Literature Review. PLoS One.2016;11.
  • Jeon HJ, Lee WS, Park JE, et al. COVID-19 (SARS-CoV-2) mRNA vaccination does not affect basal sex hormone levels (follicle-stimulating hormone, luteinizing hormone, estradiol) in reproductive-age women. Clin Exp Reprod Med.2024;51(2):151–157.
  • Dong Y, Ba Z, Qin Y, et al. Comprehensive evaluation of inactivated SARS-CoV-2 vaccination on sperm parameters and sex hormones. Front Immunol.2024;15:1321406.
  • Cadegiani FA, et al. Endocrine system after 2 years of COVID-19 vaccines: a narrative review of the literature.
  • Newson L, Lewis R, O’Hara M. Long Covid and menopause – the important role of hormones in Long Covid must be considered. Maturitas. 2021 Oct;152:74. doi: 10.1016/j.maturitas.2021.08.026.
  • Shah DP, Thaweethai T, Karlson EW, et al. Sex Differences in Long COVID. JAMA Netw Open. 2025;8(1):e2455430. doi:10.1001/jamanetworkopen.2024.55430
  • Stichting Long COVID; Hormoonontregeling – Stichting Long COVID. Geraadpleegd november 2026