Skip to main content

Hartritme en HRV pacing

Wat is de interventie? 

‘HRV pacing’ is een interventie waarbij het hartritme en de hartritmevariabiliteit (HRV) worden ingezet om de dagelijkse belasting nauwkeurig af te stemmen op de draagkracht van het autonome zenuwstelsel. Deze methode wordt toegepast bij aandoeningen die worden gekenmerkt door autonome ontregeling en post-exertionele malaise (PEM), waaronder post-COVID, het Q koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) en andere post-acute infectieuze syndromen (PAIS). De patiënt gebruikt hierbij draagbare sensoren, zoals een smartwatch of borstband in combinatie met een app die real time inzicht geeft in fysiologische belasting. Daarmee wordt het mogelijk om inspanning op het juiste moment te doseren, herstel te bevorderen en overbelasting te voorkomen.  

HRV pacing wordt geregeld gecombineerd met ademhalingsinterventies of biofeedback, bijvoorbeeld via slow breathing programma’s. Dit omdat dergelijke technieken een aantoonbare invloed hebben op het autonome zenuwstelsel.  

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Het mechanisme achter HRV pacing is gebaseerd op de fysiologische betekenis van HRV als maat voor de balans tussen het sympathische en parasympathische zenuwstelsel. Wanneer de HRV laag is, wijst dit doorgaans op een verhoogde stressrespons en een overactief sympathisch systeem. Wanneer de HRV hoger is, duidt dit op betere veerkracht en parasympathische dominantie. Bij postinfectieuze aandoeningen blijkt dat de HRV in rust en tijdens specifieke ademhalingsmanoeuvres vaak verstoord is, wat past bij een duidelijke autonome disbalans. In onderzoek naar post-COVID wordt herhaaldelijk beschreven dat patiënten een significant lagere HRV hebben dan gezonde controles, evenals een hogere hartslag en veranderde autonome reactiviteit. Dit ondersteunt het idee dat het autonome zenuwstelsel bij deze groep onvoldoende in staat is om adequaat te herstellen van inspanning.  

Daarnaast tonen studies met continue HRV metingen aan dat post-COVID-patiënten een vertraagde normalisatie van HRV laten zien na activiteiten die zich zelfs onder de eerste ventilatoire drempel afspelen. Deze bevindingen impliceren dat het lichaam van deze patiënten gevoeliger is voor inspanning en dat PEM kan ontstaan zodra de fysiologische drempelwaarden worden overschreden. HRV pacing biedt patiënten een methode om deze drempel in het dagelijks leven te herkennen en eronder te blijven.  

Verder is aangetoond dat HRV biofeedback, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van gereguleerde diepe ademhaling, de parasympathische activiteit kan verbeteren en daarmee de autonome disbalans kan verminderen. Deze interventie leidt tot meetbare veranderingen in HRV‑parameters en tot vermindering van autonome klachten. 

Wat is er bekend over het effect? 

Post‑COVID 

Onderzoek naar HRV pacing en HRV biofeedback bij post-COVID laat een consistent beeld zien van autonome ontregeling en verminderde inspanningstolerantie. In verschillende studies wordt bevestigd dat patiënten met post-COVID lagere HRV‑waarden hebben dan gezonde controles en een hogere autonome symptoomlast. Deze bevinding wordt ondersteund door analyses van Holtermetingen en vragenlijsten die de ernst van autonome klachten in kaart brengen. In onderzoek met draagbare sensoren blijkt bovendien dat de HRV na inspanning bij post-COVID patiënten langdurig verlaagd blijft, tot minstens 24 uur na relatief lichte activiteiten. Dit vertraagde herstelpatroon wordt niet gezien in gezonde controles en wordt geïnterpreteerd als een fysiologische marker van PEM. De toepassing van HRV pacing kan helpen om inspanning te doseren op een manier die de kans op PEM verkleint. 

Een interventiestudie naar HRV biofeedback bij post-COVID toont verder dat patiënten na een vierweekse training significante verbeteringen laten zien in autonome symptoomscores, kwaliteit van leven en HRV parameters. Hoewel deze studie nog kleinschalig is, toont zij aan dat deze interventievorm uitvoerbaar is, goed wordt verdragen en potentieel klinisch relevant is. Verdere grootschalige studies zijn echter nodig om de effectiviteit definitief vast te stellen. 

Q‑koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Hoewel er geen specifieke studies beschikbaar zijn die HRV pacing rechtstreeks onderzoeken bij QVS, is de klinische relevantie van deze interventie goed te onderbouwen op basis van de aard van de aandoening. QVS is een langdurig postinfectieus syndroom dat wordt gekenmerkt door ernstige vermoeidheid, cognitieve klachten en een aanzienlijke mate van inspanningsintolerantie. Uit langlopend onderzoek blijkt dat QVS-patiënten vaak PEM ervaren, net als patiënten met post‑COVID. Bovendien blijft bij deze groep het functioneren jarenlang verlaagd, waarbij veel patiënten hun inspanningsmogelijkheden structureel moeten aanpassen. Het ligt het voor de hand dat deze interventie een mogelijke ondersteunende rol kan spelen bij het doseren van activiteit in het dagelijks leven van QVS-patiënten. Dit gezien de overlap met andere aandoeningen waarbij HRV pacing wel onderzocht is. Echter bewijs voor directe effectiviteit ontbreekt nog en er is behoefte aan specifiek onderzoek binnen deze populatie. 

Chronische Q‑koorts 

De situatie bij chronische Q koorts wijkt wezenlijk af van die bij QVS of post-COVID, omdat het hier gaat om een persisterende bacteriële infectie met risico op ernstige cardiovasculaire complicaties. HRV pacing kan deze onderliggende pathofysiologie niet beïnvloeden en is daarom geen behandelingsoptie voor chronische Q koorts. Wel kan monitoring van hartritme en HRV in algemene zin inzicht bieden in de conditie of herstelstatus van individuele patiënten, maar dit heeft geen invloed op het beloop van de ziekte zelf. De behandeling blijft primair medisch en richt zich op langdurige antibiotische therapie en het monitoren van cardiovasculaire risico’s. 

Klachten na vaccinatie 

Er zijn op dit moment geen klinische studies gevonden waarin HRV-pacing of HRV-biofeedback specifiek als behandeling voor langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie is onderzocht. Wel zijn er observationele studies waarin bij een geselecteerde groep patiënten met langdurige klachten na vaccinatie symptomen van autonome ontregeling worden beschreven. Daarbij komen onder andere inspanningsintolerantie, vermoeidheid, hartkloppingen, duizeligheid en POTS voor. In een cohort van 191 patiënten met zogenoemd post-acute COVID-19 vaccination syndrome voldeed een groot deel tevens aan kenmerken van dysautonomiesyndromen. Deze bevindingen bieden een mogelijke rationale om bij patiënten met KNV en aanwijzingen voor dysautonomie of PEM aandacht te besteden aan hartslag, HRV, orthostatische belasting en herstel na inspanning. De kennis over HRV-pacing bij post-COVID kan hierbij mogelijk richting geven, maar kan niet zonder meer worden vertaald naar KNV. Het is nog niet aangetoond dat sturen op HRV-drempelwaarden PEM bij deze patiëntengroep voorkomt of het herstel bevordert. HRV-metingen met wearables kunnen eventueel ondersteunend worden gebruikt om individuele patronen in belasting en herstel zichtbaar te maken.  

Toegankelijkheid, kosten en gebruik 

Onder begeleiding van een arts kunnen HRV metingen worden uitgevoerd met smartwatches, borstbanden en verschillende apps die direct inzicht geven in hartritme en variabiliteit. De kosten van dergelijke apparaten variëren, maar liggen voor de meeste consumenten tussen de vijftig en tweehonderdvijftig euro. Deze interventie valt doorgaans niet onder verzekerde zorg. 

Bronnen en wetenschappelijk bewijs