Skip to main content

Low Dose Aripiprazol (LDA)

Versie: 20-05-2026

Wat is de interventie? 

Aripiprazol is een antipsychoticum dat in reguliere doseringen wordt gebruikt bij onder andere schizofrenie, bipolaire stoornis en als aanvullende behandeling bij depressie. In zeer lage doseringen wordt aripiprazol off-label toegepast bij sommige patiënten met Myalgische Encefalomyelitis / Chronisch Vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) en, recenter, bij een deel van de patiënten met post-COVID. In de literatuur wordt meestal gesproken over low-dose aripiprazole (LDA), met doseringen die duidelijk lager liggen dan de psychiatrische standaarddoseringen. In de ME/CVS-retrospectieve studie varieerde de dagelijkse dosis van 0,2 tot 2,0 mg, met titratie op basis van effect en tolerantie. In een recente post-COVID-retrospectieve studie werd een titratieschema van 0,1 tot 2,0 mg per dag beschreven.

Het gebruik bij post-COVID, QVS of andere PAIS is experimenteel en niet opgenomen als standaardbehandeling in reguliere richtlijnen. De beschikbare gegevens zijn vooral afkomstig uit retrospectieve observaties en uit extrapolatie vanuit ME/CVS. Daarmee is LDA een potentiële, maar nog onvoldoende bewezen, medicamenteuze interventie voor klachten zoals vermoeidheid, PEM, cognitieve klachten en slaapklachten.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Aripiprazol werkt farmacologisch als partiële agonist op dopamine-D2- en serotonine-5-HT1A-receptoren en als antagonist op 5-HT2A-receptoren. Bij lage doseringen wordt verondersteld dat vooral dopaminerge modulatie relevant is. De rationale binnen ME/CVS en post-COVID is dat ontregeling van neuro-immuunprocessen, microgliale activatie en neuro-inflammatie kunnen bijdragen aan klachten zoals brain fog, vermoeidheid, PEM en niet-verkwikkende slaap. Dopamine-D2-receptoractiviteit is in preklinische en klinische contexten in verband gebracht met regulatie van microgliale activatie en neuro-inflammatie. Deze mechanistische plausibiliteit is echter geen bewijs voor klinische effectiviteit.

Voor post-COVID wordt daarnaast verondersteld dat overlap met ME/CVS-fenotypes relevant kan zijn, vooral bij patiënten met PEM, orthostatische intolerantie, slaapstoornissen en cognitieve klachten. Het is nog onbekend welke subgroepen eventueel het meest kunnen profiteren van een mogelijke LDA-behandeling. Er zijn geen gevalideerde biomarkers of klinische kenmerken waarmee betrouwbaar kan worden voorspeld welke patiënten mogelijk baat hebben bij LDA. Daarnaast staan ook de optimale dosering, behandelduur en noodzakelijke monitoring staan nog niet vast.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

De meest recente directe aanwijzing voor een effect van LDA bij post-COVID is een retrospectieve observationele studie van Stanford, gepubliceerd als posterabstract in Open Forum Infectious Diseases in januari 2026. In deze studie werden elektronische patiëntendossiers geanalyseerd van 50 volwassen post-COVID-patiënten die tussen mei 2021 en oktober 2023 LDA kregen, met doseringen van 0,1 tot 2,0 mg per dag. De onderzoekers beoordeelden 29 symptomen, een Long COVID Functional Status Scale en een samengestelde symptoomscore. De meest voorkomende geanalyseerde symptomen waren hoofdpijn, vermoeidheid, brain fog, niet-verkwikkende slaap, slaapproblemen, PEM en lichtheid in het hoofd.

Na behandeling met LDA verbeterde de functionele status statistisch significant (adjusted p=0,0149; effect size −0,580) en de samengestelde symptoomscore verbeterde eveneens significant (p<0,001). Op symptoomniveau werden matige verbeteringen gezien voor slaapproblemen, vermoeidheid en hoofdpijn, maar deze bleven niet significant na correctie voor multiple testing. Elf van de 50 patiënten (22%) bereikten een klinisch betekenisvolle verbetering, gedefinieerd als ≥30% reductie in de samengestelde symptoomscore; 6 patiënten (12%) verslechterden met dezelfde drempel en 66% bleef binnen de categorie geen duidelijke verandering. De duur van klachten vóór start van behandeling (>365 versus <365 dagen) voorspelde de respons niet.

De bewijskracht blijft laag, omdat het om een kleine retrospectieve studie zonder controlegroep gaat. Placebo-effecten, natuurlijke fluctuatie, gelijktijdige behandelingen en selectiebias kunnen niet worden uitgesloten. De studie ondersteunt vooral de conclusie dat LDA nader onderzocht moet worden in gerandomiseerde, gecontroleerde trials. Er is op dit moment geen robuust bewijs om LDA algemeen te adviseren voor patiënten met post-COVID. Er is ook nog geen duidelijkheid over specifieke fenotypen waarbij toepassing van dit geneesmiddel kan bijdragen aan symptoomvermindering.

Ondersteunende, indirecte literatuur komt uit ME/CVS. In een retrospectieve Stanford-studie met 101 ME/CVS-patiënten rapporteerde 74% verbetering in ten minste één domein: vermoeidheid, brain fog, niet-verkwikkende slaap of PEM-frequentie. Bij responders namen vermoeidheid, brain fog en slaapklachten gemiddeld significant af; PEM trad minder frequent op en werd door veel patiënten als milder/korter beschreven. Ook deze studie was retrospectief, zonder placebo of controlegroep, waardoor de resultaten hypothesevormend zijn.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Er zijn geen klinische studies gevonden waarin LDA specifiek is onderzocht bij QVS. QVS heeft klinische overlap met ME/CVS en post-COVID, met langdurige vermoeidheid, cognitieve klachten, spier- en gewrichtsklachten en beperkingen in functioneren. Die overlap vormt hoogstens een theoretische reden om onderzoeksresultaten uit ME/CVS en post-COVID als indirect relevant te beschouwen. Het is onbekend of het werkingsmechanisme, de responskans en de risicobatenbalans bij QVS vergelijkbaar zijn. De interventie is daarom onvoldoende bekend bij deze pathologie.

Chronische Q-koorts 

Er zijn geen aanwijzingen dat LDA een behandeling is voor chronische Q-koorts. Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii, waarbij behandeling en monitoring gericht zijn op infectiologische en cardiovasculaire complicaties, zoals endocarditis of vasculaire infecties. Symptoomoverlap met post–acute infectiesyndromen (PAIS) is onvoldoende reden om LDA als behandeling voor chronische Q-koorts te beschouwen. Voor deze doelgroep geldt dat LDA niet onderzocht is en geen plaats heeft als behandeling van de onderliggende infectie.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen klinische studies gevonden naar LDA bij langdurige klachten na vaccinatie of post-acuut vaccinatie syndroom. Er is literatuur die langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie beschrijft, waaronder vermoeidheid, inspanningsintolerantie, brain fog, dysautonomie en neurologische klachten, maar behandeling met LDA is daarin niet systematisch onderzocht. De interventie is onvoldoende bekend bij deze doelgroep.

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

Aripiprazol is uitsluitend op recept verkrijgbaar. Gebruik van LDA bij post-COVID, QVS of andere PAIS is off-label. De praktische beschikbaarheid hangt af van voorschrijvend arts, apotheekbereiding of tabletdeelbaarheid, lokale afspraken en vergoeding. Omdat het om off-label gebruik gaat, is terughoudendheid en duidelijke monitoring aangewezen. Mogelijke bijwerkingen zijn onder meer agitatie, rusteloosheid/akathisie, slapeloosheid, misselijkheid, gewichtstoename, metabole veranderingen en, zeldzaam maar relevant, extrapiramidale klachten of tardieve dyskinesie. Bij patiënten met ernstige slaapstoornissen, psychiatrische comorbiditeit, interacties met andere medicatie of kwetsbaarheid voor bijwerkingen is extra voorzichtigheid nodig.

Let op: voor LDA geldt dat het bewijs nog beperkter is en bijwerkingen/monitoring zwaarder wegen dan bij veel andere supplementachtige interventies. 
Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • Cui, J. et al. (2026). P-1610. Low-Dose Aripiprazole is a Promising Drug for Long COVID Treatment: A Retrospective Observational Study. Open Forum Infectious Diseases, 13(Suppl. 1), ofaf695.1788. https://doi.org/10.1093/ofid/ofaf695.1788
  • Crosby, L.D. et al. (2021). Off label use of Aripiprazole shows promise as a treatment for Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome (ME/CFS): a retrospective study of 101 patients treated with a low dose of Aripiprazole. Journal of Translational Medicine, 19, 50. https://doi.org/10.1186/s12967-021-02721-9
  • Jason, L.A. et al. (2023). What Long COVID investigators can learn from four decades of ME/CFS research. Journal of Infection and Public Health / ScienceDirect. https://doi.org/10.1016/j.jiph.2023.08.003
  • Spronk, I. et al. (2023). Long-term health outcomes of Q-fever fatigue syndrome patients. PLOS ONE / PMC. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10600735/
  • Reukers, D.F.M. et al. (2022). Impact of Q-fever on physical and psychosocial functioning until 8 years after Coxiella burnetii infection. PLOS ONE. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0263239
  • Semmler, A. et al. (2023). Chronic Fatigue and Dysautonomia following COVID-19 Vaccination is Distinguished from Normal Vaccination Response by Altered Blood Markers. Vaccines, 11(11), 1642. https://doi.org/10.3390/vaccines11111642