Wat is de interventie?
Antihistaminica zijn geneesmiddelen die de werking van histamine remmen door histaminereceptoren te blokkeren. Histamine is een signaalstof die onder andere betrokken is bij allergische reacties, jeuk, zwelling, slijmvliesklachten, maagzuurproductie en bepaalde ontstekingsreacties. In de praktijk gaat het meestal om H1-antihistaminica. Deze worden gebruikt bij allergische rhinitis, urticaria, jeuk en andere allergische klachten. Veelgebruikte tweede-generatie H1-antihistaminica zijn cetirizine, levocetirizine, loratadine, desloratadine en fexofenadine. Deze middelen geven gemiddeld minder sufheid dan oudere, sederende antihistaminica, al kan sufheid ook bij tweede-generatiemiddelen voorkomen, vooral bij hogere doseringen.
Daarnaast bestaan er H2-antagonisten die histamine-H2-receptoren blokkeren. Deze receptoren zitten vooral op pariëtale cellen in de maag en spelen een rol bij maagzuursecretie. Famotidine is een H2-antagonist die in Nederland op recept beschikbaar is voor maagklachten. In de context van post-COVID worden H1- en H2-blokkades soms gecombineerd vanuit de hypothese dat histamine en mestcelactivatie bijdragen aan klachten. Dit gebruik is echter niet standaard geregistreerd als behandeling voor post-COVID, Q-koortsvermoeidheidssyndroom, chronische Q-koorts of klachten na vaccinatie.
Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie?
Mestcellen zijn immuuncellen die bij activatie stoffen zoals histamine, cytokinen, prostaglandinen en leukotriënen kunnen uitscheiden. Bij het mestcelactivatiesyndroom (MCAS) is er sprake van terugkerende, multisystemische klachten die passen bij overmatige of ontregelde uitscheiding van mestcelmediatoren. Bij post-COVID komen klachten voor die lijken op de klachten zoals die gezien worden bij histamine-intolerantie of MCAS, zoals flushing, urticaria, jeuk, diarree, buikklachten, benauwdheid, hoofdpijn, tachycardie, duizeligheid, slaapstoornissen en cognitieve klachten. Er kan dan sprake zijn van postinfectieuze MCAS achtige klachten.
H1-antihistaminica blokkeren vooral de effecten van histamine op onder andere bloedvaten, slijmvliezen, glad spierweefsel en zenuwuiteinden. H2-antagonisten remmen vooral histamine-afhankelijke maagzuursecretie, maar H2-receptoren komen ook op immuuncellen voor. De hypothese bij post-COVID is daarom dat de gecombineerde H1/H2-blokkade niet alleen allergische symptomen kan verminderen, maar mogelijk ook invloed heeft op immuunactivatie en symptoomlast. Het onderscheid tussen MCAS, histamine-intolerantie, allergie, dysautonomie en post-infectieuze klachten is klinisch complex en vereist verder wetenschappelijk onderzoek.
Wat is er bekend over het effect?
Post-COVID
De klinische onderbouwing voor antihistaminica bij post-COVID is beperkt maar niet afwezig. Er zijn mogelijke aanwijzingen voor effect van antihistaminica en tegelijkertijd nog geen goede klinische studies voor echte bewijsvoering. Er zijn praktijkervaringen van effectiviteit van antihistaminica, vooral bij mensen met pre-existente allergische klachten en maagdarm symptomen zoals het prikkelbaar darm syndroom. Er zijn kleine studies die verbetering van klachten rapporteren, maar de kwaliteit van het bewijs is laag tot matig door kleine aantallen deelnemers, observationele opzet, risico op selectie- en placebo-effecten, heterogene klachtenprofielen en beperkte follow-up. Er is nog geen grote, onafhankelijke, goed geblindeerde studie die aantoont dat H1/H2-antihistaminica breed werkzaam zijn bij post-COVID.
Een prospectieve observationele studie bij 65 mensen na milde SARS-CoV-2-infectie beschreef 49 deelnemers met post-COVID. Van de 26 patiënten die vrijwillig H1/H2-antihistaminica gebruikten, rapporteerde 72% klinische verbetering. De studie vond ook T-celveranderingen bij post-COVID, maar deze immunologische metingen voorspelden niet duidelijk wie wel of niet reageerde. Bij het evalueren van de symptomen verbeterden vooral neurologische klachten, pijn op de borst, constitutionele klachten en vermoeidheid; er was een geen duidelijke verbetering in dysautonomie. Belangrijke beperkingen bij deze studie zijn het ontbreken van randomisatie en blindering, een kleine onderzoeksgroep en het gebruik van symptoomrapportage in plaats van vooraf gevalideerde primaire uitkomstmaten.
Een retrospectieve studie uit 2023 onderzocht 14 post-COVID-patiënten met klachten die aan mestcelactivatie werden toegeschreven en behandelde hen met H1- en H2-antihistaminica. Deze patiënten werden vergeleken met 13 onbehandelde controles. De behandelde groep liet na ongeveer 20 dagen meer verbetering zien in onder andere vermoeidheid, brain fog, buikklachten en cardiovasculaire klachten. Ook deze studie is klein, niet gerandomiseerd en gevoelig voor confounding.
Voor famotidine is één kleine gerandomiseerde, dubbelblinde placebogecontroleerde studie gepubliceerd bij 50 post-COVID-patiënten met cognitieve klachten. De interventiegroep kreeg tweemaal daags famotidine 40 mg gedurende 12 weken. Na 6 en 12 weken werden betere scores gezien op cognitieve testen en angstklachten ten opzichte van placebo; het effect op depressieve klachten was minder consistent. Door de kleine omvang, specifieke populatie en enkelvoudige studieopzet is bevestiging nodig voordat dit als bewezen behandeling kan worden gezien.
Samengevat: antihistaminica kunnen bij een subgroep mensen met allergische, histamine- of mestcelactivatie-achtige klachten mogelijk symptoomverlichting geven. De huidige mechanistische rationale bewijst echter niet dat antihistaminica effectief zijn voor post-COVID of andere post-acute infectieuze syndromen. Het bewijs is onvoldoende om antihistaminica als algemene behandeling voor post-COVID aan te bevelen. Gebruik moet worden afgewogen met een arts, vooral bij comorbiditeit, zwangerschap, borstvoeding, nierfunctiestoornissen, ouderen, gelijktijdig medicatiegebruik of bij middelen die sufheid en rijvaardigheidsproblemen kunnen geven.
QVS
Er zijn geen klinische studies gevonden die het effect van antihistaminica of H1/H2-combinatietherapie bij QVS systematisch onderzoeken. QVS is een postinfectieus vermoeidheidssyndroom na acute Q-koorts, met klachten zoals ernstige vermoeidheid, inspanningsintolerantie, concentratieproblemen en spier- of gewrichtsklachten. Hoewel er symptoomoverlap kan bestaan met post-COVID en andere PAIS, is niet aangetoond dat histamine of mestcelactivatie een centrale behandelbare oorzaak is bij QVS. De interventie is onvoldoende onderzocht bij deze aandoening.
Chronische Q-koorts
Er is geen bewijs dat antihistaminica een behandeling vormen voor chronische Q-koorts. Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii en vereist specialistische diagnostiek en langdurige antibiotische behandeling volgens geldende richtlijnen. Antihistaminica kunnen eventueel worden gebruikt voor afzonderlijke allergische klachten of maagklachten wanneer daar een reguliere indicatie voor bestaat, maar niet als behandeling van de infectie of de onderliggende ziekteactiviteit.
Klachten na vaccinatie
Voor langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie is geen klinisch onderzoek gevonden dat de effectiviteit van antihistaminica systematisch evalueert. Er zijn publicaties die MCAS-achtige of urticariële klachten na vaccinatie beschrijven, maar deze vormen geen bewijs dat antihistaminica effectief zijn voor het brede klachtenbeeld na vaccinatie. Bij duidelijke allergische of urticariële klachten kunnen antihistaminica binnen de reguliere allergologische zorg passend zijn. Voor multisystemische, langdurige klachten na vaccinatie blijft het bewijs onvoldoende om antihistaminica als specifieke behandeling aan te bevelen.
Toegankelijkheid wanneer van toepassing
Veel H1-antihistaminica, zoals cetirizine en loratadine, zijn zonder recept verkrijgbaar. Andere middelen of hogere doseringen kunnen receptplichtig zijn of medisch toezicht vereisen. Famotidine is in Nederland op recept verkrijgbaar. De kosten zijn meestal beperkt tot het eerste recept, maar vergoeding hangt af van middel, indicatie, dosering en verzekeringsvoorwaarden.
Antihistaminica zijn niet zonder risico. Mogelijke bijwerkingen zijn sufheid, droge mond, hoofdpijn, duizeligheid en maag-darmklachten. Bij H2-antagonisten zoals famotidine worden onder andere hoofdpijn, duizeligheid, moeheid, spierpijn, obstipatie en diarree beschreven; bij ouderen of nierfunctiestoornissen is extra voorzichtigheid nodig. Antihistaminica kunnen allergietesten beïnvloeden en sommige middelen kunnen de rijvaardigheid verminderen. Zelf starten, combineren of langdurig gebruiken buiten een reguliere indicatie verdient daarom overleg met arts of apotheker.
Let op: Een histaminearm dieet is geen bewezen behandeling, langdurige restrictie zonder begeleiding kan onwenselijk zijn.
Bronnen en wetenschappelijk bewijs
- Glynne, P., Tahmasebi, N., Gant, V., & Gupta, R. (2022). Long COVID following mild SARS-CoV-2 infection: characteristic T cell alterations and response to antihistamines. Journal of Investigative Medicine, 70(1), 61-67. https://doi.org/10.1136/jim-2021-002051
- Momtazmanesh, S., Shobeiri, P., Hanaei, S., et al. (2023). Effect of famotidine on cognitive and behavioral dysfunctions induced in post-COVID-19 infection: A randomized, double-blind, and placebo-controlled study. Journal of Psychosomatic Research, 172, 111389. https://doi.org/10.1016/j.jpsychores.2023.111389
- Salvucci, F., et al. (2023). Antihistamines improve cardiovascular manifestations and other symptoms of long-COVID attributed to mast cell activation. Frontiers in Cardiovascular Medicine, 10, 1202696. https://doi.org/10.3389/fcvm.2023.1202696
- Weinstock, L. B., Brook, J. B., Walters, A. S., et al. (2021). Mast cell activation symptoms are prevalent in Long-COVID. International Journal of Infectious Diseases, 112, 217-226. https://doi.org/10.1016/j.ijid.2021.09.043
- Afrin, L. B., Weinstock, L. B., & Molderings, G. J. (2020). Covid-19 hyperinflammation and post-Covid-19 illness may be rooted in mast cell activation syndrome. International Journal of Infectious Diseases, 100, 327-332. https://doi.org/10.1016/j.ijid.2020.09.016
- Farmacotherapeutisch Kompas. Antihistaminica, systemisch. Geraadpleegd 08-06-2026.
- Farmacotherapeutisch Kompas. H2-antagonisten. Geraadpleegd 08-06-2026.
- British Dietetic Association. (2021). Caution advised with low histamine diets for Long Covid. Geraadpleegd 08-06-2026.
- Allergy UK. (2021). Response to Long COVID, MCAS and Low Histamine Diet. Geraadpleegd 08-06-2026.
- Bellavite, P., et al. (2026). Autoimmune Features of Post-COVID-19 Vaccination Syndrome and Their Impacts on the Renin-Angiotensin System. Vaccines, 14(4), 354. https://doi.org/10.3390/vaccines14040354
- Weiler CR, Austen KF, Akin C, Barkoff MS, Bernstein JA, Bonadonna P, Butterfield JH, Carter M, Fox CC, Maitland A, Pongdee T, Mustafa SS, Ravi A, Tobin MC, Vliagoftis H, Schwartz LB. AAAAI Mast Cell Disorders Committee Work Group Report: Mast cell activation syndrome (MCAS) diagnosis and management. J Allergy Clin Immunol. 2019 Oct;144(4):883-896. doi: 10.1016/j.jaci.2019.08.023.