Skip to main content

Low Dose Naltrexon (LDN)

Versie: 03-11-2026

Wat is de interventie? 

Naltrexon is een opioïdreceptorantagonist die in standaarddoseringen wordt toegepast bij de behandeling van alcohol- of opioïdenafhankelijkheid. Bij low dose naltrexone (LDN) wordt naltrexon in veel lagere doseringen gebruikt, doorgaans ongeveer 0,5–4,5 mg per dag, vaak met individuele opbouwschema’s. Toepassing bij post-COVID, ME/CVS, fibromyalgie en andere chronische pijn- of vermoeidheidssyndromen is off-label.

LDN wordt ingezet als mogelijke interventie voor klachten zoals vermoeidheid, post-exertionele malaise (PEM), pijn, slaapstoornissen, cognitieve klachten en verminderd dagelijks functioneren. Hoewel PEM regelmatig wordt genoemd als behandeldoel, is er momenteel onvoldoende bewijs dat LDN PEM daadwerkelijk vermindert of het herstel na inspanning verbetert. De beschikbare gegevens zijn afkomstig uit observationeel onderzoek en patiëntervaringen. Hoewel LDN daarmee tot de beter onderzochte off-label medicamenteuze opties bij post-COVID behoort, blijft de bewijskracht beperkt door het ontbreken van voldoende goed uitgevoerde gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Het werkingsmechanisme van LDN bij chronische vermoeidheid, pijn en post-infectieuze klachten is niet volledig opgehelderd. Er bestaan 2 hypothesen over het werkingsmechnisme. Ten eerste kan tijdelijke blokkade van opioïdreceptoren leiden tot compensatoire veranderingen in endorfine- en opioïdsignalering, wat mogelijk invloed heeft op pijn, welbevinden en immuunregulatie. Ten tweede zijn er aanwijzingen dat naltrexon in lage dosering neuro-immuunprocessen kan beïnvloeden, onder andere via modulatie van microglia en toll-like receptor 4 (TLR4)-gerelateerde ontstekingsroutes. Deze mechanismen sluiten aan bij hypothesen over neuro-inflammatie, immuunontregeling en centrale sensitisatie bij post-COVID en ME/CVS.

De mechanistische rationale is biologisch plausibel, maar niet specifiek bewezen voor post-COVID, QVS of klachten na vaccinatie. Het is bovendien onbekend of de respons samenhangt met bepaalde fenotypen, zoals pijn-dominante klachten, PEM, dysautonomie, mastcelactivatieachtige klachten of inflammatoire biomarkers.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Een systematische review (preprint) uit 2025 met meta-analyse van observationele pre-poststudies bij patiënten met post-COVID, waarin PubMed, Embase, Cochrane Library, ClinicalTrials.gov en WHO ICTRP werden doorzocht tot 1 mei 2025. Er werden geen gerandomiseerde gecontroleerde trials gevonden. Vier observationele pre-poststudies uit de Verenigde Staten en Ierland, met samen 155 patiënten, voldeden aan de inclusiecriteria. De gebruikte LDN-doses varieerden van 1 tot 6 mg per dag.

De gepoolde analyses lieten gunstige veranderingen zien voor vermoeidheid, brain fog, slaapkwaliteit, pijn en dagelijks functioneren. De effectgroottes waren matig voor vermoeidheid (Hedges’ g −0,74), brain fog (−0,53) en slaapkwaliteit (−0,60), en groot voor pijn en dagelijks functioneren (beide −0,93). Er werden geen ernstige bijwerkingen gemeld in de twee studies die de veiligheid rapporteerden. De auteurs concludeerden dat het beschikbare bewijs van lage kwaliteit en dat goed opgezette trials nodig zijn om effectiviteit, dosering, behandelduur en respons-subgroepen vast te stellen.

Belangrijke individuele studies zijn onder andere een Ierse interventional pre-poststudie uit 2022, waarin LDN bij een post-COVID-cohort gedurende ongeveer twee maanden werd onderzocht. De studie rapporteerde verbetering van welbevinden en symptoomlast, maar had geen controlegroep. Een retrospectieve Stanford-cohortstudie uit 2023 met 59 PASC-patiënten vond dat LDN-gebruik geassocieerd was met minder symptomen, verbetering van vermoeidheid, PEM, niet-verkwikkende slaap, slaappatroon en functionele status. Een studie uit 2024 onderzocht LDN gecombineerd met NAD+ bij patiënten met persisterende vermoeidheid na COVID-19 en concludeerde dat deze combinatie veilig leek en mogelijk gunstig kon zijn bij een subgroep, maar de interventie combineerde twee middelen en bleef daardoor moeilijk te interpreteren als specifiek LDN-effect.

Een recent gepubliceerde gerandomiseerde, dubbelblinde studie uit Britisch Columbia onderzocht het effect van LDN bij 160 mensen met post-COVID fatigue syndrome. De deelnemers kregen gedurende 16 weken of LDN of een placebo.  Aan het einde van de studie was er geen significant verschil tussen beide groepen in vermoeidheid, pijn, dagelijkste fysieke activiteit, algemene klachten of kwaliteit van leven.  Het onderzoek vond daarmee geen bewijs dat LDN beter werkt dan een placebo bij post-COVID-vermoeidheid. Wel bleek het middel over het algemeen veilig en goed verdraagbaar. Op basis van de huidige gegevens is er onvoldoende bewijs om LDN breed als standaardbehandeling te adviseren. LDN blijft wel een interessante onderzoekskandidaat en kan in individuele gevallen als off-label proefbehandeling worden overwogen na zorgvuldige medische afweging.

Er zijn momenteel geen gecontroleerde studies die aantonen dat LDN-symptomen van POTS of andere vormen van dysautonomie verbetert.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Er zijn geen studies gevonden waarin LDN specifiek is onderzocht bij QVS. QVS is een langdurig post-infectieus vermoeidheidssyndroom na acute Q-koorts, met substantiële beperkingen in gezondheid, kwaliteit van leven en participatie, en heeft klinische overlap met ME/CVS en post-COVID. De LDN-literatuur bij ME/CVS en post-COVID kan daarom hoogstens indirect relevant zijn. Er kan echter geen uitspraak worden gedaan over werkzaamheid, responskans, optimale dosering of veiligheid specifiek bij QVS. De interventie is onvoldoende bekend bij deze postinfectieuze aandoening.

Chronische Q-koorts 

Er zijn geen klinische studies of richtlijnadviezen gevonden waarin LDN wordt aanbevolen als behandeling voor chronische Q-koorts. Chronische Q-koorts is een persisterende Coxiella burnetii-infectie met een ander pathofysiologisch en therapeutisch kader dan QVS of post-COVID. Behandeling is gericht op infectiecontrole en preventie of behandeling van complicaties. LDN kan niet worden beschouwd als behandeling van de onderliggende infectie. Eventuele symptomatische toepassing zou volledig experimenteel zijn en mag niet afleiden van infectiologische behandeling en follow-up.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen gecontroleerde klinische studies gevonden naar LDN bij langdurige klachten na vaccinatie of post-acute vaccinatie syndroom. Recente literatuur beschrijft wel klachtenbeelden na COVID-19-vaccinatie met overlap met post-COVID, zoals inspanningsintolerantie, vermoeidheid, brain fog, slapeloosheid, duizeligheid, dysautonomie en neurologische klachten. Deze studies beschrijven fenotypes en mogelijke biomarkers, maar evalueren LDN niet als behandeling. De interventie is daardoor onvoldoende onderzocht bij deze doelgroep.

Toegankelijkheid, kosten en vergoeding 

Naltrexon is enkel op recept verkrijgbaar. LDN is meestal niet als standaardgeregistreerde lage-dosisvorm beschikbaar en wordt vaak via apotheekbereiding geleverd, bijvoorbeeld als capsule of vloeistof. In sommige situaties worden tabletten gebruikt om een lage dosis te bereiden, maar zelf bereiden zonder arts en apotheker wordt afgeraden vanwege risico’s op doseerfouten, verontreiniging, stabiliteit en onduidelijke houdbaarheid. Gebruik bij post-COVID, QVS of klachten na vaccinatie is off-label en de vergoeding kan verschillen per situatie en verzekeraar.

LDN wordt in de beschikbare post-COVID-studies meestal als relatief goed verdragen beschreven. Mogelijke bijwerkingen zijn onder meer misselijkheid, levendige dromen, slapeloosheid, hoofdpijn, gastro-intestinale klachten en tijdelijke toename van klachten tijdens titratie. LDN is niet geschikt in combinatie met opioïden of wanneer opioïde pijnstilling nodig kan zijn, omdat naltrexon opioïdreceptoren blokkeert en onthoudingsklachten of verminderde pijnstilling kan veroorzaken. Medische begeleiding blijft noodzakelijk.

Bronnen en wetenschappelijk bewijs