Skip to main content

Hydroxychloroquine (Plaquenil)

Versie: 26-09-2026

Wat is de interventie? 

Hydroxychloroquine (merknaam onder andere Plaquenil) is een geneesmiddel dat verwant is aan chloroquine. Het werd oorspronkelijk ontwikkeld als middel tegen malaria, maar wordt tegenwoordig vooral gebruikt vanwege de ontstekingsremmende en immunomodulerende werking bij auto-immuunziekten, waaronder systemische lupus erythematodes (SLE) en reumatoïde artritis. 

Hydroxychloroquine is een geneesmiddel enkel op recept verkrijgbaar. Het middel beïnvloedt verschillende processen binnen het immuunsysteem en werkt langzaam: bij reumatische aandoeningen kan het enkele weken tot maanden duren voordat het effect duidelijk wordt. Hydroxychloroquine kan bijwerkingen veroorzaken. Relatief vaak voorkomende klachten zijn maag-darmklachten, hoofdpijn en huidreacties. Bij langdurig gebruik is vooral schade aan het netvlies (retinopathie) een belangrijke mogelijke complicatie. Daarnaast kan hydroxychloroquine onder andere de hartgeleiding beïnvloeden en het QT-interval verlengen. Dit risico kan toenemen bij bepaalde hartaandoeningen, elektrolytstoornissen en in combinatie met andere QT-verlengende geneesmiddelen. 

Tijdens de COVID-19-pandemie is hydroxychloroquine uitgebreid onderzocht voor preventie en behandeling van acute COVID-19. Grote gerandomiseerde onderzoeken hebben uiteindelijk aangetoond dat het middel daarvoor niet effectief is.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Hydroxychloroquine beïnvloedt verschillende processen van het immuunsysteem. Het middel remt onder meer bepaalde receptoren die betrokken zijn bij ontstekingsreacties en beïnvloedt de productie van ontstekingsbevorderende signaalstoffen. Hierdoor kan het werkzaam zijn bij sommige auto-immuunziekten. Vanwege aanwijzingen voor immuundisregulatie, auto-antistoffen en persisterende ontstekingsactiviteit bij een subgroep post-COVID patiënten, is voorgesteld dat hydroxychloroquine theoretisch ook bij post-COVID van betekenis zou kunnen zijn.  

In 2023 beschreven Wang et al. deze hypothese en verschillende mogelijke aangrijpingspunten. Dit betrof echter een hypotheseartikel en geen klinische interventiestudie. Bij chronische Q-koorts heeft hydroxychloroquine een geheel andere en beter onderbouwde functie. Coxiella burnetii kan zich vermenigvuldigen in het zure intracellulaire milieu van fagolysosomen. Hydroxychloroquine verhoogt de pH in deze compartimenten en versterkt daarmee de antimicrobiële werking van doxycycline tegen C. burnetii. Dit vormt de rationale voor de combinatie van beide middelen bij chronische Q-koorts.  

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Hydroxychloroquine is tijdens de COVID-19-pandemie uitgebreid onderzocht voor de preventie en behandeling van acute COVID-19. Grote gerandomiseerde onderzoeken lieten geen klinisch relevant voordeel zien. Deze resultaten kunnen echter niet rechtstreeks worden vertaald naar post-COVID. 

Voor post-COVID werd in 2023 een theoretische rationale beschreven. Hydroxychloroquine zou mogelijk kunnen aangrijpen op persisterende immuunactivatie, cytokineproductie en auto-immuunprocessen. De auteurs benadrukten echter dat dit onderzocht zou moeten worden in klinische studies. Tot september 2026 zijn geen gerandomiseerde klinische studies gepubliceerd die aantonen dat hydroxychloroquine vermoeidheid, PEM, cognitieve klachten, POTS/dysautonomie, pijn of andere post-COVID-symptomen vermindert. De theoretische immunologische werking is daarom onvoldoende reden om hydroxychloroquine bij post-COVID voor te schrijven. Bovendien moet rekening worden gehouden met bekende bijwerkingen en geneesmiddelinteracties.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

QVS moet nadrukkelijk worden onderscheiden van chronische Q-koorts. Bij QVS is geen sprake van een aangetoonde persisterende actieve infectie, maar is een complexe aandoening van aanhoudende klachten na een acute Q-koorts infectie. Het valt daarmee, net als post-COVID, onder PAIS (post acute infectie syndromen). Er zijn geen klinische studies gevonden die aantonen dat hydroxychloroquine vermoeidheid, cognitieve klachten, PEM of andere symptomen van QVS vermindert. Ook bestaat er geen reguliere indicatie voor hydroxychloroquine als immunomodulerende behandeling van QVS. 

De bevinding dat hydroxychloroquine onderdeel is van de behandeling van chronische Q-koorts mag daarom niet worden vertaald naar QVS. Het betreft verschillende ziektebeelden en het behandeldoel is anders. 

Chronische Q-koorts 

In tegenstelling tot post-COVID en QVS heeft hydroxychloroquine wel een belangrijke rol bij de behandeling van chronische Q-koorts. Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii. De belangrijkste manifestaties zijn endocarditis en infecties van aneurysmata of vaatprothesen. Zonder adequate behandeling kan de aandoening ernstige complicaties veroorzaken, waaronder een hoge mortaliteit. Hydroxychloroquine wordt hierbij niet als monotherapie gebruikt, maar in combinatie met doxycycline. Hydroxychloroquine verhoogt de pH van het fagolysosoom waarin C. burnetii zich bevindt en versterkt daarmee de werking van doxycycline tegen de bacterie. 

De actuele LCI-richtlijn adviseert bij volwassenen met chronische Q-koorts met endocarditis of vasculaire infectie doxycycline 100 mg iedere 12 uur plus hydroxychloroquine 200 mg iedere 8 uur gedurende ten minste 18 maanden. De uiteindelijke behandelduur wordt mede bepaald door klinische en serologische respons en behandeling vindt plaats onder specialistische begeleiding.  

Langdurig gebruik van hydroxychloroquine vraagt onder andere aandacht voor retinale toxiciteit. Oogheelkundige controle is daarom onderdeel van de monitoring bij langdurige behandeling. Daarnaast moet rekening worden gehouden met onder andere geneesmiddelinteracties en cardiale bijwerkingen.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen klinische studies gevonden waarin hydroxychloroquine specifiek als behandeling voor langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie is onderzocht. 

Net als bij post-COVID bestaan hypotheses dat immuunactivatie of auto-immuunprocessen bij een subgroep van patiënten een rol zouden kunnen spelen. De immunomodulerende eigenschappen van hydroxychloroquine vormen echter op zichzelf geen bewijs dat het middel bij KNV werkzaam is. 

Er is momenteel geen bewijs dat hydroxychloroquine vermoeidheid, cognitieve klachten, PEM, POTS/dysautonomie of andere langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie vermindert. De resultaten uit studies naar auto-immuunziekten, acute COVID-19 of post-COVID kunnen niet zonder meer naar deze patiëntengroep worden vertaald. 

Wanneer iemand met KNV daarnaast een afzonderlijke aandoening heeft waarvoor hydroxychloroquine wél geïndiceerd is, bijvoorbeeld SLE of een andere relevante auto-immuunziekte, kan het middel vanzelfsprekend voor die aandoening worden voorgeschreven. 

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

Hydroxychloroquine is een receptplichtig geneesmiddel. Het wordt regulier voorgeschreven voor specifieke indicaties, waaronder bepaalde auto-immuunziekten en als onderdeel van de behandeling van chronische Q-koorts. Gebruik bij post-COVID, QVS of KNV valt niet onder een bewezen standaardbehandeling. 

Bij gebruik moet rekening worden gehouden met onder andere: 

  • maag-darmklachten, hoofdpijn en huidreacties; 
  • retinopathie en andere oogafwijkingen, vooral bij langdurig gebruik en hogere cumulatieve blootstelling; 
  • effecten op hartgeleiding en QT-verlenging; 
  • zeldzame cardiomyopathie; 
  • hypoglykemie; 
  • spier- en zenuwschade bij langdurig gebruik; 
  • mogelijke interacties met andere geneesmiddelen. 

Het risico op hartritmestoornissen verdient extra aandacht bij patiënten met bestaande hartziekten, bradycardie, een verlengd QT-interval, elektrolytstoornissen of gelijktijdig gebruik van andere QT-verlengende geneesmiddelen. De EMA waarschuwde tijdens de COVID-19-pandemie specifiek voor ernstige cardiale bijwerkingen bij ongecontroleerd gebruik van chloroquine en hydroxychloroquine. Bij langdurige behandeling, zoals bij chronische Q-koorts of auto-immuunziekten, zijn controles noodzakelijk. Welke controles nodig zijn hangt af van indicatie, dosis, behandelduur, comorbiditeit en gelijktijdige medicatie.

Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • RECOVERY Collaborative Group. Effect of Hydroxychloroquine in Hospitalized Patients with Covid-19. N Engl J Med. 2020;383:2030–2040. doi:10.1056/NEJMoa2022926.
  • Boulware DR, Pullen MF, Bangdiwala AS, et al. A Randomized Trial of Hydroxychloroquine as Postexposure Prophylaxis for Covid-19. N Engl J Med. 2020;383:517–525.
  • Skipper CP, Pastick KA, Engen NW, et al. Hydroxychloroquine in Nonhospitalized Adults With Early COVID-19: A Randomized Trial. Ann Intern Med. 2020;173:623–631.
  • Self WH, Semler MW, Leither LM, et al. Effect of Hydroxychloroquine on Clinical Status at 14 Days in Hospitalized Patients With COVID-19: A Randomized Clinical Trial. JAMA. 2020;324:2165–2176.
  • Wang SSY, Xu C. Hydroxychloroquine: is there a role in long COVID? Clin Rheumatol. 2023;42:977–978. doi:10.1007/s10067-023-06496-0.
  • Centers for Disease Control and Prevention. Clinical Guidance for Q fever. Updated 5 March 2025.
  • Wegdam-Blans MCA, et al. Chronic Q Fever Diagnosis—Consensus Guideline versus Expert Opinion. Emerg Infect Dis. 2015;21(7).
  • European Medicines Agency. COVID-19: reminder of the risks of chloroquine and hydroxychloroquine. 2020.
  • Cavalcanti AB, Zampieri FG, Rosa RG, et al. Hydroxychloroquine with or without Azithromycin in Mild-to-Moderate Covid-19. N Engl J Med. 2020;383:2041–2052.
  • Farmacotherapeutisch Kompas. Hydroxychloroquine. Zorginstituut Nederland. Geraadpleegd september 2026.
  • RIVM richtlijn Q koorts; Q-koorts | LCI-richtlijn | LCI-richtlijnen. Geraadpleegd november 2026.