Wat is de interventie?
Metformine is alleen op recept verkrijgbaar en behoort tot de groep biguaniden. Het geneesmiddel wordt vooral voorgeschreven bij diabetes mellitus type 2. Het verlaagt de bloedglucose voornamelijk doordat de lever minder glucose aanmaakt en het lichaam gevoeliger wordt voor insuline. Metformine wordt doorgaans als tablet ingenomen. De behandeling is goed bekend binnen de diabeteszorg, maar metformine is niet geregistreerd voor de preventie of behandeling van post-COVID.
De hypothese achter de preventieve toepassing is dat beperking van virale replicatie tijdens de acute infectie mogelijk het risico op langdurige klachten vermindert. Het is echter onzeker in hoeverre dit mechanisme een rol speelt zodra post-COVID al aanwezig is. De vraag was of dit het risico op latere langdurige klachten kon verminderen. Dit is wezenlijk iets anders dan het starten van metformine bij iemand die al maanden of jaren post-COVID heeft. De onderzoeken gebruiken bovendien verschillende definities van langdurige klachten, wat vergelijking lastig maakt.
Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie?
Naast het effect op de glucosehuishouding beïnvloedt metformine verschillende processen die betrokken zijn bij de energieregulatie en eiwitsynthese in cellen, waaronder AMPK- en mTOR-gerelateerde signaalroutes. In laboratoriumonderzoek is onderzocht of het hierdoor de vermenigvuldiging van SARS-CoV-2 kan afremmen.
Wat is er bekend over het effect?
Post-COVID
Er zijn belangrijke aanwijzingen voor een mogelijk preventief effect wanneer metformine vroeg tijdens acute COVID-19 wordt gestart. Binnen de COVID-OUT-studie was de hoeveelheid virus in neusmonsters bij de metforminegroep gemiddeld lager dan bij placebo. Dat ondersteunt de mogelijkheid van een antiviraal effect tijdens de acute infectie. Het is echter niet bewezen dat metformine post-COVID kan voorkomen of bestaande post-COVID-klachten kan verminderen. Ook positieve effecten op chronische ontsteking bij post-COVID is nog onvoldoende klinisch aangetoond.
Verschillende grote studies suggereren dat het risico op nieuw ontstane diabetes verhoogd is na een COVID-19-infectie. De onderliggende mechanismen zijn nog niet volledig bekend. Mogelijke verklaringen zijn veranderingen in de glucosestofwisseling, toegenomen insulineresistentie, aanhoudende ontstekingsprocessen en effecten van de acute ziekteperiode. Deze observatie heeft mede geleid tot belangstelling voor metformine als mogelijke interventie bij COVID-19, maar vormt geen bewijs dat metformine bestaande post-COVID-klachten behandelt.
In de gerandomiseerde COVID-OUT-studie kregen volwassenen van 30–85 jaar met overgewicht of obesitas en een recente SARS-CoV-2-infectie gedurende twee weken metformine of placebo. Van 1.126 deelnemers met langdurige follow-up rapporteerde 6,3% van de metforminegroep en 10,4% van de placebogroep binnen ongeveer tien maanden een diagnose post-COVID. Dat is een absoluut verschil van 4,1 procentpunt en een relatief lager risico in de metforminegroep van ongeveer 41% (HR 0,59; 95%-BI 0,39–0,89). Het mogelijke voordeel leek groter bij een start binnen drie dagen na het begin van de symptomen, maar die subgroepanalyse is minder overtuigend.
Deze resultaten zijn interessant, maar de uitkomst berustte op een door deelnemers gerapporteerde diagnose van post-COVID. Bovendien bestond de onderzoeksgroep uit mensen met overgewicht of obesitas; de resultaten zijn niet automatisch toepasbaar op alle patiënten. Een systematische review uit 2025 beoordeelde de zekerheid van het bewijs voor preventie als laag, mede vanwege ontbrekende gegevens en beperkingen van de beschikbare studie.
De nieuwere ACTIV-6-studie onderzocht de behandeling met metformine bij bijna 3.000 volwassenen met milde tot matige acute COVID-19, vaak met eerdere vaccinatie of infectie. Na zes maanden waren COVID-19-klachten minder aanwezig in de metforminegroep, maar de absolute verschillen waren klein. Mede door de opzet van de studie, ontbraken eenduidige en duidelijke uitkomsten. Deze resultaten maken de preventieve werkzaamheid minder eenduidig dan op basis van COVID-OUT alleen werd aangenomen.
Ook voor het verkorten van acute COVID-19-klachten is het effect van metformine onzeker: een andere analyse uit ACTIV-6 vond geen statistisch overtuigende verkorting van de tijd tot herstel. Een lagere hoeveelheid virus in de acute fase betekent dus niet automatisch een merkbare klinische verbetering.
Ervaringen van patiënten met bestaande post-COVID zijn, minder vermoeidheid, betere concentratie of minder PEM na behandeling. Zulke ervaringen zijn relevant als signaal voor onderzoek, maar zonder geschikte controlegroep kan niet worden vastgesteld of de veranderingen door metformine kwamen. Er zijn momenteel geen gecontroleerde studies die aantonen dat metformine symptomen van POTS of andere vormen van dysautonomie verbetert.
De toepassing van Metformine wordt momenteel onderzocht in de Nederlandse RECLAIM-studie van het UMC Utrecht. De resultaten van deze platformtrial zijn nog niet bekend of gepubliceerd.
Samenvattend: vroege toediening tijdens acute COVID-19 zou mogelijk het latere risico op post-COVID kunnen verkleinen, maar resultaten van studies zijn niet volledig eenduidig en de zekerheid van het bewijs is beperkt. Metformine is geen bewezen behandeling voor mensen die al post-COVID hebben.
Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS)
Er zijn geen klinische studies gevonden waarin metformine specifiek is getest als behandeling voor QVS. De bevindingen over mogelijke preventie van post-COVID tijdens een acute SARS-CoV-2-infectie zijn niet toepasbaar op QVS. Er is geen bewijs dat metformine vermoeidheid, PEM of cognitieve klachten bij QVS vermindert. Als iemand met QVS daarnaast diabetes mellitus type 2 heeft, kan metformine daarvoor volgens de gebruikelijke richtlijnen worden voorgeschreven.
Chronische Q-koorts
Metformine bestrijdt Coxiella burnetii niet en heeft geen plaats als behandeling van de onderliggende infectie bij chronische Q-koorts. Daarvoor is specialistische behandeling met gerichte antibiotica nodig. Metformine kan wel afzonderlijk geïndiceerd zijn voor diabetes mellitus type 2. Bij ernstige infectie, uitdroging of een verslechterende nierfunctie moet het gebruik opnieuw worden beoordeeld vanwege het risico op lactaatacidose.
Klachten na vaccinatie
Er zijn geen klinische studies gevonden waarin metformine specifiek als behandeling van langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie is onderzocht. Onderzoek naar het voorkomen van post-COVID na een infectie kan niet naar KNV worden vertaald. Er is daarom geen onderbouwing voor metformine als algemene behandeling van KNV. Een afzonderlijke indicatie, zoals diabetes, staat hiervan los.
Toegankelijkheid wanneer van toepassing
Metformine is in Nederland receptplichtig en wordt meestal via de huisarts voorgeschreven bij een passende medische indicatie. De meest voorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid, diarree, buikpijn en verminderde eetlust, vooral bij het starten of verhogen van de dosering. Langdurig gebruik kan een vitamine-B12-tekort veroorzaken. Een vitamine-B12-tekort kan onder meer leiden tot vermoeidheid, concentratieproblemen en neurologische klachten. Bij langdurig gebruik van metformine wordt daarom soms controle van de vitamine-B12-status overwogen. Metformine veroorzaakt als monotherapie doorgaans geen hypoglykemie.
De nierfunctie moet voor en tijdens behandeling worden beoordeeld. Bij uitdroging, ernstig ziek zijn of een acute verslechtering van de nierfunctie kan tijdelijke onderbreking nodig zijn. Lactaatacidose is zeldzaam maar ernstig. Bij patiënten met post-COVID en inspanningsintolerantie is het extra belangrijk eventuele bijwerkingen niet te verwarren met de bestaande klachten. Gebruik zonder medische indicatie of buiten onderzoek wordt op basis van de huidige gegevens niet ondersteund.
Bronnen en wetenschappelijk bewijs
- Farmacotherapeutisch Kompas. Metformine. Zorginstituut Nederland. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/m/metformine (geraadpleegd oktober 2026).
- Bramante CT, Buse JB, Liebovitz DM, et al. Outpatient treatment of COVID-19 and incidence of post-COVID-19 condition over 10 months (COVID-OUT): a multicentre, randomised, quadruple-blind, parallel-group, phase 3 trial. Lancet Infect Dis. 2023;23:1119–1129. doi:10.1016/S1473-3099(23)00299-2.
- Bramante CT, Huling JD, Tignanelli CJ, et al. Randomized Trial of Metformin, Ivermectin, and Fluvoxamine for Covid-19. N Engl J Med. 2022;387:599–610.
- Chowdhury SR, et al. Metformin for covid-19: systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ Med. 2025;4:e001126. doi:10.1136/bmjmed-2024-001126.
- ACTIV-6 Study Group. Metformin on the Presence of COVID-19 Symptoms Over 6 Months: The ACTIV-6 Randomized Clinical Trial. 2025. PubMed PMID: 40832427; doi:10.1101/2025.08.08.25333305. Controleer publicatiestatus bij definitieve redactie.
- Bramante CT, et al. Favorable Antiviral Effect of Metformin on SARS-CoV-2 Viral Load in a Randomized, Placebo-Controlled Clinical Trial of COVID-19. Clin Infect Dis. 2024. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11327787/.
- Bramante CT, Stewart TG, Boulware DR, et al. Metformin and Time to Sustained Recovery in Adults With COVID-19: The ACTIV-6 Randomized Clinical Trial. JAMA Intern Med. 2025;185:1092–1101. doi:10.1001/jamainternmed.2025.2570.
- European Respiratory Society. Clinical practice guideline for long COVID prevention and treatment. Eur Respir J. 2026. https://publications.ersnet.org/index.php/content/erj/early/2026/03/05/1399300302611-2025.
- Reis G, et al. Effect of early treatment with metformin on risk of emergency care and hospitalization among patients with COVID-19: the TOGETHER randomized platform clinical trial. Lancet Reg Health Am. 2022;6:100142.
- Al-Aly Z, et al. Long COVID science, research and policy. Nat Med. 2024;30:2148–2164.
- Zhou J, Wang Y and Xu R (2024) Association of COVID-19 infection and the risk of new incident diabetes: a systematic review and meta-analysis. Front. Endocrinol. 15:1429848. doi: 10.3389/fendo.2024.1429848