Skip to main content

Paxlovid en andere antivirale medicatie

Versie: 14-10-2026

Wat is de interventie? 

Antivirale geneesmiddelen remmen de vermenigvuldiging van virussen. Paxlovid is de merknaam van een combinatie van nirmatrelvir en ritonavir. Nirmatrelvir remt een eiwit dat het coronavirus SARS-CoV-2 nodig heeft om zich te vermenigvuldigen. Ritonavir zorgt ervoor dat nirmatrelvir lang genoeg in het lichaam aanwezig blijft om werkzaam te zijn. Paxlovid wordt als tabletten gedurende vijf dagen gebruikt en moet bij een acute COVID-19-infectie zo snel mogelijk, uiterlijk binnen vijf dagen na het ontstaan van klachten, worden gestart. Het middel is bedoeld voor patiënten met een verhoogd risico op ernstige COVID-19, niet als reguliere behandeling van post-COVID.

Andere antivirale middelen tegen SARS-CoV-2 zijn remdesivir, dat via een infuus wordt toegediend, en molnupiravir, dat als tabletten wordt ingenomen. Hun werkingsmechanismen, toelating, beschikbaarheid en plaats in de behandeling verschillen. Sommige middelen, zoals ensitrelvir, zijn in bepaalde landen onderzocht of beschikbaar, maar zijn niet zonder meer onderdeel van de Nederlandse standaardzorg.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Nirmatrelvir remt het virale enzym 3CL-protease, dat nodig is om nieuw virus te maken. Ritonavir remt vooral de afbraak van nirmatrelvir door het leverenzym CYP3A4. Dit versterkt de werking, maar veroorzaakt ook belangrijke interacties met andere geneesmiddelen. Remdesivir remt de virale RNA-polymerase en molnupiravir verstoort de vermenigvuldiging van het virale erfelijk materiaal.

Het biologische uitgangspunt bij post-COVID is dat het onderdrukken van eventuele aanhoudende virusactiviteit klachten zou kunnen verminderen. Er bestaan daarnaast andere hypothesen over post-COVID, zoals ontregeling van het immuunsysteem, vaat- en zenuwstelsel of de energiehuishouding. Antivirale middelen beïnvloeden deze processen niet noodzakelijk. Of viruspersistentie bij een individuele patiënt aanwezig en behandelbaar is, kan momenteel niet met een algemeen beschikbare klinische test worden vastgesteld.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Voor de behandeling van reeds bestaande post-COVID is inmiddels meerdere keren gerandomiseerd onderzoek uitgevoerd met een verlengde kuur Paxlovid. De uitkomsten laten tot nu toe geen overtuigend klinisch voordeel zien. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen behandeling van een acute SARS-CoV-2-infectie, het mogelijk voorkomen van post-COVID na zo’n infectie en de behandeling van klachten die al maanden bestaan.

In de STOP-PASC-studie werden 155 volwassenen met minstens drie maanden post-COVID-klachten gerandomiseerd naar vijftien dagen nirmatrelvir/ritonavir of placebo met ritonavir. De ernst van zes klachtenclusters – vermoeidheid, hersenmist, pijn, cardiovasculaire klachten, kortademigheid en maag-darmklachten – werd na tien weken beoordeeld. Er was geen statistisch significant verschil tussen beide groepen. De studie werd vroegtijdig beëindigd vanwege een vooraf vastgestelde grens voor geringe kans op succes. De behandeling werd in deze geselecteerde onderzoeksgroep overwegend goed verdragen, maar de studieresultaten ondersteunen geen routinematige toepassing.

De PAX LC-studie onderzocht eveneens vijftien dagen nirmatrelvir/ritonavir tegenover placebo met ritonavir bij honderd volwassenen met post-COVID. De primaire uitkomst was de verandering in de lichamelijke gezondheidsscore (PROMIS-29) na 28 dagen. Ook deze studie liet geen overtuigend voordeel van de behandeling zien. Door de relatief kleine onderzoeksgroep en de beperkte duur van follow-up zijn kleine effecten of effecten in specifieke subgroepen niet volledig uit te sluiten.

In augustus 2026 verschenen de resultaten van de veel grotere RECOVER-VITAL-studie. Bij 959 deelnemers in de aangepaste intention-to-treat-analyse werd een kuur van vijftien of 25 dagen vergeleken met placebo. Deelnemers werden onderzocht binnen drie klachtprofielen: cognitieve klachten, autonome klachten en inspanningsgerelateerde klachten. Voor geen van deze profielen was de primaire uitkomst significant beter met Paxlovid. Voor het cognitieve profiel was het gecorrigeerde verschil tegenover placebo 3,2% (95%-BI −10,4 tot 16,8) na 25 dagen en −2,2% (−15,5 tot 11,1) na vijftien dagen. Ook de andere profielen en secundaire uitkomsten lieten geen overtuigend voordeel zien. In de studie werden geen nieuwe bijwerkingen of gezondheidsrisico’s gevonden, maar dat neemt de bekende interactierisico’s bij gebruik in de praktijk niet weg.

Deze drie placebogecontroleerde studies versterken de conclusie dat een verlengde kuur nirmatrelvir/ritonavir geen bewezen behandeling is voor bestaande post-COVID. Zij sluiten niet uit dat in de toekomst een nauwkeurig afgebakende subgroep baat zou kunnen hebben bij een andere antivirale behandeling of een andere behandelduur. Dat moet dan eerst in passend klinisch onderzoek worden aangetoond.

Een ander onderzoeksvraag is gecentreerd rondom de preventie voor de ontwikkeling van post-COVID na acute COVID-19. Observationele studies naar antivirale behandeling tijdens een acute infectie rapporteerden soms minder post-COVID-diagnoses op een later moment, maar de resultaten waren niet consistent en kunnen worden beïnvloed door verschillen tussen behandelde en onbehandelde patiënten. Een  meta-analyse uit de Europese richtlijn 2026 toonde een verband tussen antiviraal gebruik en minder post-COVID (oddsratio 0,69; 95%-BI 0,64–0,74), maar de heterogeniteit was zeer hoog (I²=98%). Daardoor kan geen betrouwbaar preventief effect worden aangenomen voor alle patiënten.

Hetzelfde geld voor een in juli 2026 gepubliceerde Noorse gerandomiseerde studie (PANORAMIC Norway), die specifiek onderzocht of nirmatrelvir tijdens acute COVID-19 latere post-COVID voorkomt. Na 3 maanden leek er een verminderd risico op post-COVID, echter vanwege een te kleine onderzoeksgroep zijn definitieve conclusies niet mogelijk en zijn de resultaten enkel richtinggevend voor verder onderzoek.

Voor andere antivirale middelen, waaronder remdesivir en molnupiravir, is geen overtuigend bewijs gevonden dat zij bestaande post-COVID-klachten zoals PEM, vermoeidheid, hersenmist of POTS verminderen. Onderzoek naar behandeling van acute COVID-19 kan niet zonder meer worden gebruikt als bewijs voor een effect bij langdurige klachten.

Bij een nieuwe SARS-CoV-2-infectie kan iemand die al post-COVID heeft opnieuw in aanmerking komen voor antivirale behandeling, maar alleen wanneer hij of zij voldoet aan de actuele medische criteria voor behandeling van acute COVID-19. Een eerdere post-COVID-diagnose is op zichzelf geen vastgestelde indicatie voor Paxlovid ter voorkoming van terugval.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Er zijn geen klinische studies gevonden waarin Paxlovid, remdesivir of molnupiravir specifiek als behandeling voor QVS zijn onderzocht. Deze geneesmiddelen richten zich op SARS-CoV-2 en niet op het mechanisme van QVS. Resultaten van onderzoeken naar COVID-19 kunnen daarom niet worden vertaald naar patiënten met QVS. Bij een afzonderlijke acute COVID-19-infectie gelden de gebruikelijke criteria voor antivirale behandeling.

Chronische Q-koorts 

Chronische Q-koorts wordt veroorzaakt door een persisterende infectie met de bacterie Coxiella burnetii. Antivirale middelen tegen SARS-CoV-2 werken niet tegen deze bacterie en vervangen geen antibiotische behandeling. Chronische Q-koorts vereist langdurige, gerichte antibiotische therapie en specialistische controle. Een eventuele indicatie voor Paxlovid bij een nieuwe COVID-19-infectie moet afzonderlijk worden beoordeeld, met extra aandacht voor interacties met bestaande medicatie.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen klinische onderzoeken gevonden naar Paxlovid of andere SARS-CoV-2-antivirale middelen als behandeling voor langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie. Deze middelen remmen de vermenigvuldiging van het virus bij een infectie; daarmee is geen werking op langdurige klachten na vaccinatie aangetoond. De resultaten van post-COVID-studies zijn niet rechtstreeks toepasbaar op KNV.

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

Paxlovid is in Nederland uitsluitend op recept beschikbaar voor daarvoor in aanmerking komende patiënten met acute COVID-19. De Europese registratie betreft patiënten met een verhoogd risico op een ernstig beloop die geen aanvullende zuurstof nodig hebben. De behandeling moet binnen vijf dagen na het ontstaan van symptomen starten. De gebruikelijke behandelduur is vijf dagen; de langere kuren die in post-COVID-studies werden onderzocht vallen buiten de geregistreerde toepassing.

Een belangrijk aandachtspunt is dat ritonavir de afbraak van veel andere geneesmiddelen beïnvloedt. Er kunnen ernstige interacties optreden, onder andere met bepaalde hartritmemiddelen, antistollingsmiddelen, statines en immunosuppressiva. Ook de nierfunctie en leverfunctie zijn relevant voor de keuze en dosering. Daarom is een actuele medicatiecontrole door arts en apotheker noodzakelijk. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn smaakverandering, diarree, misselijkheid en hoofdpijn.

Remdesivir vereist toediening via een infuus en heeft een andere plaats in de behandeling van acute COVID-19. Molnupiravir is niet gelijkwaardig aan Paxlovid en de registratie en beschikbaarheid verschillen per land. Voor patiënten met al bestaande post-COVID is een verlengde antivirale kuur buiten onderzoeksverband niet onderbouwd door de huidige gerandomiseerde studies.

Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • European Medicines Agency. Paxlovid: EPAR, productinformatie (laatst bijgewerkt 18 mei 2026). https://www.ema.europa.eu/en/medicines/human/EPAR/paxlovid.
  • Hammond J, Leister-Tebbe H, Gardner A, et al. Oral Nirmatrelvir for High-Risk, Nonhospitalized Adults with Covid-19. N Engl J Med. 2022;386:1397–1408. doi:10.1056/NEJMoa2118542.
  • Infectious Diseases Society of America. Guidelines on the Treatment and Management of Patients with COVID-19. https://www.idsociety.org/practice-guideline/covid-19-guideline-treatment-and-management/ (geraadpleegd oktober 2026).
  • Peluso MJ, et al. Targeting the SARS-CoV-2 reservoir in long COVID. 2025. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12151306/.
  • Geng LN, Bonilla H, Hedlin H, et al. Nirmatrelvir-Ritonavir and Symptoms in Adults With Postacute Sequelae of SARS-CoV-2 Infection: The STOP-PASC Randomized Clinical Trial. JAMA Intern Med. 2024;184:1024–1034. doi:10.1001/jamainternmed.2024.2007.
  • PAX LC investigators. Nirmatrelvir–ritonavir versus placebo–ritonavir in individuals with long COVID in the USA (PAX LC): a double-blind, randomised, placebo-controlled, phase 2, decentralised trial. Lancet Infect Dis. 2025. doi:10.1016/S1473-3099(25)00073-8.
  • RECOVER-VITAL Clinical Trial Group. Nirmatrelvir–ritonavir targeting viral persistence in post-COVID-19 condition (long COVID) in the USA (RECOVER-VITAL): a randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 2 trial. Lancet Infect Dis. 2026. doi:10.1016/S1473-3099(26)00406-8.
  • European Respiratory Society. Clinical practice guideline for long COVID prevention and treatment. Eur Respir J. 2026. https://publications.ersnet.org/index.php/content/erj/early/2026/03/05/1399300302611-2025.
  • Oppegaard O, Blomberg B, Cox RJ, et al. Nirmatrelvir for acute COVID-19 to prevent long COVID (PANORAMIC Norway): a double-blind, randomised, placebo-controlled trial. Lancet Infect Dis. 2026. doi:10.1016/S1473-3099(26)00244-6.