Skip to main content

Microbioom

Versie: 20-10-2026

Wat is de interventie? 

Het microbioom is de verzameling van bacteriën, virussen, schimmels en andere micro-organismen die in en op het menselijk lichaam leven. Met de term darmmicrobioom wordt specifiek verwezen naar de micro-organismen die zich in het maag-darmkanaal bevinden. Deze spelen een belangrijke rol bij onder andere de vertering van voeding, de productie van bepaalde vitamines en metabolieten, de regulatie van het immuunsysteem en de instandhouding van de darmbarrière.

Diverse leefstijl- en voedingsinterventies zijn gericht op het beïnvloeden van het darmmicrobioom. Voorbeelden hiervan zijn:

  • een vezelrijke voeding;
  • gefermenteerde voedingsmiddelen;
  • prebiotica;
  • probiotica;
  • synbiotica (combinatie van pre- en probiotica);
  • leefstijlveranderingen zoals meer lichaamsbeweging, stressreductie en verbetering van slaap.

Het idee achter deze interventies is dat veranderingen in de samenstelling en functie van het darmmicrobioom mogelijk kunnen bijdragen aan herstel van lichamelijke functies en vermindering van klachten.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Het darmmicrobioom staat in voortdurende wisselwerking met het immuunsysteem, het zenuwstelsel en de stofwisseling. Via de zogenoemde darm-brein-as kunnen darmbacteriën signalen beïnvloeden die betrokken zijn bij vermoeidheid, cognitie, stemming, pijnbeleving en autonome regulatie.

Bij verschillende postinfectieuze syndromen (PAIS) zijn afwijkingen beschreven in:

  • de samenstelling van het darmmicrobioom (dysbiose);
  • de productie van korteketenvetzuren zoals butyraat;
  • de darmbarrièrefunctie;
  • immuunactivatie en laaggradige ontsteking.

Butyraat en andere korteketenvetzuren spelen een belangrijke rol bij het behoud van een gezonde darmwand en hebben ontstekingsremmende effecten. Een verminderde aanwezigheid van bacteriën die deze stoffen produceren wordt regelmatig gevonden bij mensen met postinfectieuze aandoeningen.

Daarnaast wordt verondersteld dat veranderingen in het microbioom invloed kunnen hebben op mitochondriale functie, energiestofwisseling, serotonineproductie en neuro-inflammatie. Deze mechanismen worden onderzocht als mogelijke verklaring voor klachten zoals vermoeidheid, cognitieve problemen en inspanningsintolerantie.

Hoewel deze biologische mechanismen aannemelijk zijn, vormen zij op zichzelf geen bewijs dat behandeling van het microbioom leidt tot klinisch relevante verbetering van klachten. Veranderingen in het darmmicrobioom kunnen voorkomen bij mensen met en zonder maag-darmklachten. De aanwezigheid van darmklachten is daarom geen betrouwbare aanwijzing voor de aanwezigheid van microbioomafwijkingen.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Van de postinfectieuze aandoeningen is het microbioom het meest onderzocht bij post-COVID.

Verschillende studies tonen aan dat bij een deel van de patiënten maanden na een SARS-CoV-2-infectie afwijkingen in het darmmicrobioom aanwezig zijn. Daarbij worden onder andere lagere aantallen butyraatproducerende bacteriën en veranderingen in de bacteriële diversiteit gevonden. De ernst van sommige klachten lijkt in sommige studies samen te hangen met deze afwijkingen.

Een systematische review uit 2024 concludeerde dat er groeiend bewijs bestaat voor een verband tussen dysbiose, aanhoudende immuunactivatie en post-COVID-klachten. Tegelijkertijd bestaan er aanzienlijke verschillen tussen studies en is nog onduidelijk welke microbiële veranderingen oorzaak zijn en welke gevolg van ziekte.

In een gerandomiseerde dubbelblinde placebo-gecontroleerde studie met het synbioticum SIM01 rapporteerden deelnemers met post-COVID een grotere verbetering van diverse symptomen dan deelnemers die placebo gebruikten. Hoewel deze resultaten veelbelovend zijn, betreft het één interventie bij één specifieke patiëntenpopulatie en zijn meer onafhankelijke studies nodig om de werkzaamheid te bevestigen.

Een Nederlandse studie uit 2025 liet zien dat patiënten met post-COVID geen uniform microbioomprofiel hebben, er lijkt dus niet een specifiek post-COVID-microbioom te bestaan. Er werden verschillende subgroepen met uiteenlopende microbiële kenmerken gevonden. Hoewel groepsverschillen in het microbioom worden gevonden, zijn deze afwijkingen momenteel niet geschikt als diagnostische test op individueel niveau.

Een omvangrijke scoping review over voeding en post-COVID concludeerde dat voedingsinterventies die het microbioom beïnvloeden mogelijk gunstige effecten hebben, maar dat het huidige bewijs nog onvoldoende is om specifieke voedings- of supplementadviezen uitsluitend voor behandeling van post-COVID te rechtvaardigen.

Een andere vorm van microbioom gerichte behandeling is fecestransplantatie. Fecestransplantatie wordt onderzocht als mogelijke manier om het darmmicrobioom te beïnvloeden. Bij fecestransplanatie wordt ontlasting van een gezonde donor toegediend aan de darmen van een patiënt. Voor post-COVID en andere postinfectieuze aandoeningen is momenteel onvoldoende bewijs beschikbaar om deze behandeling buiten onderzoeksverband aan te bevelen.

Samenvattend zijn er aanwijzingen dat het darmmicrobioom betrokken kan zijn bij post-COVID, maar er is momenteel onvoldoende bewijs om te concluderen dat microbioomgerichte behandelingen effectief zijn voor alle patiënten.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Onderzoek naar het microbioom bij QVS is beperkt.

Een multiomics studie uit 2020 vond bij patiënten met QVS-afwijkingen in onder andere het darmmicrobioom, die overeenkomsten vertoonden met afwijkingen die eerder waren beschreven bij ME/CVS. De studie ondersteunt de hypothese dat veranderingen in het microbioom mogelijk een rol spelen bij postinfectieuze vermoeidheidssyndromen, maar toont niet aan dat deze afwijkingen de oorzaak zijn van klachten of dat behandeling hiervan tot herstel leidt.

Gegevens uit de vierjarige QVS-database van Q-support laten zien dat meer dan de helft van de patiënten darmklachten rapporteert. Prikkelbare darmklachten komen vaker voor dan in de algemene bevolking.

In een gezamenlijk project van Q-support en het Microbiome Center werden 85 patiënten met langdurig bestaand QVS en darmklachten begeleid met leefstijlinterventies en microbioomgerichte adviezen. Een aanzienlijk deel van de deelnemers rapporteerde verbetering van vermoeidheid, buikklachten en algemeen welzijn. Omdat deze gegevens afkomstig zijn uit een retrospectieve analyse zonder controlegroep kunnen hieruit echter geen conclusies worden getrokken. De gerapporteerde verbeteringen kunnen niet met zekerheid aan de interventies worden toegeschreven, omdat een vergelijkingsgroep ontbrak en spontane veranderingen, placebo-effecten of andere factoren niet kunnen worden uitgesloten.

Er zijn momenteel geen gerandomiseerde gecontroleerde studies gepubliceerd die aantonen dat microbioomgerichte behandeling effectief is voor QVS.

Chronische Q-koorts 

Chronische Q-koorts is een persisterende infectie en verschilt fundamenteel van postinfectieuze aandoeningen zoals QVS en post-COVID. Daardoor kunnen bevindingen uit onderzoek naar PAIS niet zonder meer worden toegepast op chronische Q-koorts. Er zijn geen studies gevonden die specifiek het darmmicrobioom of microbioomgerichte behandelingen bij chronische Q-koorts hebben onderzocht.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen wetenschappelijke studies gevonden die specifiek het darmmicrobioom of microbioomgerichte interventies bij klachten na vaccinatie hebben onderzocht.

Op basis van de huidige kennis kunnen geen uitspraken worden gedaan over effectiviteit bij deze doelgroep.

Toegankelijkheid, kosten en vergoeding 

Adviezen gericht op voeding en leefstijl zijn breed toegankelijk. De kosten van probiotica, prebiotica, synbiotica en commerciële microbioomanalyses kunnen sterk verschillen.

Microbioomonderzoek en de meeste microbioomgerichte interventies worden doorgaans niet vergoed vanuit de basisverzekering. Voor commerciële microbioomanalyses bestaat momenteel geen brede wetenschappelijke consensus over de klinische meerwaarde voor individuele patiënten.

Hoewel probiotica bij gezonde mensen doorgaans goed worden verdragen, kunnen bijwerkingen voorkomen, zoals buikpijn, winderigheid of diarree. Bij ernstig immuungecompromitteerde patiënten is voorzichtigheid geboden.

Conclusie

Er zijn aanwijzingen dat veranderingen in het darmmicrobioom een rol kunnen spelen bij postinfectieuze aandoeningen zoals post-COVID, QVS en mogelijk andere postinfectieuze syndromen. Vooral bij post-COVID is de hoeveelheid onderzoek de afgelopen jaren sterk toegenomen.

Vooralsnog is echter onvoldoende onderzoek van voldoende kwaliteit beschikbaar om te concluderen dat microbioomgerichte behandelingen effectief zijn voor het verminderen van vermoeidheid, cognitieve klachten of andere kernsymptomen van deze aandoeningen. De eerste resultaten van enkele interventiestudies zijn veelbelovend, maar aanvullende goed uitgevoerde gerandomiseerde studies zijn nodig voordat hierover betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken.

Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • Bigman G, Rusu ME, Shelawala N, et al. A Comprehensive Scoping Review on Diet and Nutrition in Relation to Long COVID-19 Symptoms and Recovery. Nutrients. 2025;17(11):1802. doi:10.3390/nu17111802.
  • Blankestijn JM, Baalbaki N, Beijers RJHCG, Cornelissen MEB, Wiersinga WJ, Abdel-Aziz MI, Maitland-van der Zee AH; P4O2 Consortium. Exploring Heterogeneity of Fecal Microbiome in Long COVID Patients at 3 to 6 Months After Infection. Int J Mol Sci. 2025 Feb 19;26(4):1781. doi: 10.3390/ijms26041781. PMID: 40004244; PMCID: PMC11855614.
  • Dubois N, Vincent C, Giroux I. Efficacy of Gut Microbiome-Targeted Interventions on Mental Health Symptoms in Women Across Key Hormonal Life Stages: A Systematic Review and Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials. Healthcare (Basel). 2025 Nov 10;13(22):2851. doi: 10.3390/healthcare13222851. PMID: 41302239; PMCID: PMC12652156.
  • DuPont AW, Postler TS, Ghosh S. The intestinal microbiome and chronic disease: therapeutic opportunities and challenges. Nat Rev Gastroenterol Hepatol. 2024.
  • Raijmakers, R.P.H., Roerink, M.E., Jansen, A.F.M. et al. Multi-omics examination of Q fever fatigue syndrome identifies similarities with chronic fatigue syndrome. J Transl Med 18, 448 (2020). https://doi.org/10.1186/s12967-020-02585-5
  • Reyes Z, Stovall MC, Punyamurthula S, Longo M. The impact of gut microbiome and diet on post-acute sequelae of SARS-CoV-2 infection. J Neurol Sci. 2024;467:123295. doi:10.1016/j.jns.2024.123295.
  • Scheithauer TPM, Montijn RC, Mieremet A. Gut microbe-host interactions in post-COVID syndrome: a debilitating or restorative partnership? Gut Microbes. 2024;16(1):2402544. doi:10.1080/19490976.2024.2402544.
  • Stemerdink et al., Vier jaar QVS database onderzoek. Erasmus MC en Q-support. 24 november 2025​
  • Lau RI, Su Q, Lau ISF, Ching JYL, Wong MCS, Lau LHS, Tun HM, Mok CKP, Chau SWH, Tse YK, Cheung CP, Li MKT, Yeung GTY, Cheong PK, Chan FKL, Ng SC. A synbiotic preparation (SIM01) for post-acute COVID-19 syndrome in Hong Kong (RECOVERY): a randomised, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet Infect Dis. 2024 Mar;24(3):256-265. doi: 10.1016/S1473-3099(23)00685-0. Epub 2023 Dec 7. PMID: 38071990.
  • Lau RI, Su Q, Ng SC. Long COVID and gut microbiome: insights into pathogenesis and therapeutics. Gut Microbes. 2025;17(1):2457495. doi:10.1080/19490976.2025.2457495.