Deze informatie dient gelezen te worden in samenhang met de Integrale Handreiking Post-COVID van Post-COVID Netwerk Nederland (PCNN), waarin PEM, energiebeperking, dysautonomie, ademhalingsproblematiek en veiligheid bij behandeling uitgebreid worden beschreven.
Wat is de interventie?
Ademtherapie is een behandelcomponent die deels binnen fysiotherpaie valt en een verzamelnaam voor interventies die het adempatroon, de ademspierfunctie of de omgang met benauwdheid proberen te verbeteren. Binnen fysiotherapie kan dit bijvoorbeeld bestaan uit ademregulatie, diafragmatische ademhaling, ontspanning, houdings- en bewegingsadvies of inspiratoire spiertraining met een trainingsapparaat.
Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie?
Bij een deel van de patiënten kunnen dyspneu, ademspierzwakte of een disfunctioneel adempatroon bijdragen aan klachten. Inspiratoire spiertraining geeft de ademhalingsspieren een gedoseerde weerstand en kan daarmee de inspiratoire spierkracht vergroten. Ademregulatie kan daarnaast gericht zijn op het verminderen van onnodig hoge ademarbeid en het normaliseren van een ontregeld adempatroon. Het mechanisme en de te verwachten uitkomst hangen dus af van het onderliggende probleem.
Wat is er bekend over het effect?
Post-COVID
Voor respiratoire training is specifiek klinisch bewijs beschikbaar. Een meta-analyse van zeven studies met 572 deelnemers vond verbetering van ademspierkracht en functionele capaciteit; dyspneu verbeterde vooral wanneer ademtraining werd gecombineerd met therapeutische oefening. Longfunctie verbeterde niet aantoonbaar. Gerandomiseerde studies naar inspiratoire spiertraining laten eveneens zien dat sommige patiënten kunnen profiteren. McNarry et al. onderzochten 281 volwassenen gedurende acht weken en vonden verbeteringen in verschillende domeinen van benauwdheid en borstklachten. Een RCT uit 2026 bij patiënten met aantoonbare inspiratoire spierzwakte vond een tussen-groepsverbetering van de inspiratoire spierkracht van 18% (95%-BI 5-30) en minder hoest, maar geen duidelijke verschillen voor de meeste andere secundaire uitkomsten. De studie omvatte slechts 44 deelnemers. Daarmee lijkt gerichte ademspiertraining vooral relevant wanneer ademspierzwakte, dyspneu of een passend respiratoir probleem aanwezig is. Voor algemene ademhalingsoefeningen, ademcoaching of alternatieve ademmethoden is de evidence minder sterk. Bij onverklaarde of ernstige benauwdheid moet eerst worden nagegaan of cardiale, pulmonale, autonome of andere medische oorzaken aanwezig zijn.
Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS)
Voor ademtherapie of inspiratoire spiertraining specifiek bij QVS zijn geen overtuigende klinische studies gevonden. Het ontbreken van onderzoek betekent niet automatisch dat ademtherapie niet kan helpen, maar wel dat effectiviteit grotendeels wordt geëxtrapoleerd vanuit post-COVID, ME/CVS en andere PAIS-aandoeningen.
Chronische Q-koorts
Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii, vaak met betrokkenheid van hartkleppen of bloedvaten, en vraagt specialistische medische behandeling. Voor ademtherapie als specifieke behandeling van chronische Q-koorts is geen bewijs gevonden.
Klachten na vaccinatie
Er is geen interventieonderzoek dat specifiek ademtherapie onderzoekt bij langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie (KNV). Voor ademtherapie geldt eveneens dat de behandeling gericht moet zijn op een aantoonbaar of aannemelijk respiratoir/functioneel probleem en niet op de veronderstelling dat de therapie de oorzaak van KNV wegneemt.
Toegankelijkheid wanneer van toepassing
Voor ademtherapie is het bewijs het sterkst voor gerichte respiratoire revalidatie en inspiratoire spiertraining bij passende klachten of aangetoonde ademspierzwakte. Voor haptonomie ontbreekt ziekte-specifiek bewijs. Bij dominante benauwdheid kan de beoordeling van het ademhalingspatroon en de ademspierfunctie helpen bepalen of ademtherapie of inspiratoire spiertraining passend is.
Bronnen en wetenschappelijk bewijs
- Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG). VSG advies medisch specialistische beweegzorg post-COVID-19 & PAIS: herstel fysieke fitheid. Versie 3.0. 2026. Nieuwe versie VSG-advies post-COVID – Sportgeneeskunde Nederland
- World Health Organization. Clinical management of COVID-19: living guideline. June 2025. Rehabilitation management of post-exertional symptom exacerbation.
- KNGF.Standpunt Fysiotherapie bij COVID-19: aanbevelingen voor fysiotherapeutisch handelen in de eerste lijn. 2022. (Ouder document; gebruiken in samenhang met nieuwere PAIS/PEM-inzichten.)
- Respiratory training effects in Long COVID-19 patients: a systematic review and meta-analysis. 2024. PMID: 38800959.
- Li S, Dai B, Hou Y, et al. Effect of pulmonary rehabilitation for patients with long COVID-19: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Ther Adv Respir Dis. 2025;19:17534666251323482. doi:10.1177/17534666251323482.
- RIVM. Q-koorts. Gewijzigd 18 februari 2026.
- Gezondheidsraad. Post-COVID. Advies nr. 2026/04. 13 mei 2026.
- Integrale handreiking | PostCOVID Netwerk Nederland