Skip to main content

Fysiotherapie

Versie: 19-09-2026

Wat is de interventie? 

Deze informatie dient gelezen te worden in samenhang met de Integrale Handreiking Post-COVID van Post-COVID Netwerk Nederland (PCNN), waarin PEM, energiebeperking, dysautonomie, ademhalingsproblematiek en veiligheid bij behandeling uitgebreid worden beschreven.

Wat is de interventie? 

Fysiotherapie is een paramedische discipline met relatief veel onderzoek, die zich richt op het behouden of verbeteren van bewegen en lichamelijk functioneren. Fysiotherapie. Bij post-COVID en andere post-acute infectiesyndromen (PAIS) kan fysiotherapeutische begeleiding onder andere bestaan uit het beoordelen van inspannings- en bewegingsproblemen, spierkracht, balans, ademhaling en dagelijkse belastbaarheid, educatie over belasting en herstel en, wanneer passend, individueel gedoseerde oefentherapie. De precieze aanpak moet worden afgestemd op het klachtenpatroon. Bij post-exertionele malaise (PEM) is een standaardopbouwschema waarbij activiteit onafhankelijk van klachten steeds wordt verhoogd niet passend.

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie?

Fysiotherapie
Fysiotherapie kan verschillende aangrijpingspunten hebben. Bij patiënten zonder PEM kan individueel gedoseerde training de perifere spierfunctie, cardiorespiratoire conditie, functionele capaciteit en het vertrouwen in bewegen verbeteren. Bij patiënten met PEM ligt het accent juist op het herkennen van inspanningsgrenzen, het voorkomen van de push-crash-cyclus en het doseren van activiteiten binnen de individuele belastbaarheid. Bij patiënten met duidelijke PEM kan fysieke overbelasting leiden tot een tijdelijke, langdurige of zelfs blijvende verergering van klachten en afname van functioneren. Het voorkomen van dergelijke terugvallen is daarom een belangrijk behandeldoel. Bij POTS of andere vormen van dysautonomie kan een beweegprogramma bovendien aangepast moeten worden aan orthostatische klachten. Het VSG-advies uit 2026 besteedt daarom expliciet aandacht aan PEM, POTS, autonome disregulatie, hartslagpacing en herstelmonitoring.

Wanneer is fysiotherapie waarschijnlijk passend?

  • spierzwakte na deconditionering;
  • verminderde inspanningstolerantie zonder PEM;
  • balansproblemen;
  • ademhalingsproblemen;
  • herstel na ziekenhuisopname.

Wanneer is extra voorzichtigheid nodig?

  • duidelijke PEM;
  • ernstige inspanningsintolerantie;
  • POTS;
  • instabiele cardiale klachten;
  • syncope;
  • forse autonome ontregeling.

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

Voor revalidatie en fysiotherapeutische interventies bij post-COVID bestaat inmiddels een aanzienlijk grotere onderzoeksliteratuur dan enkele jaren geleden. Een systematische review en meta-analyse uit 2026 van 12 studies met 1.403 deelnemers vonden op korte termijn verbeteringen in inspanningscapaciteit, dyspneu en angst ten opzichte van gebruikelijke zorg. Voor langetermijneffecten waren de resultaten minder overtuigend en inconsistent. Een meta-analyse uit 2025 van 37 gerandomiseerde studies (3.363 deelnemers) naar pulmonale revalidatie rapporteerde verbeteringen in onder andere 6-minutenloopafstand, ademspierkracht, kwaliteit van leven, vermoeidheid en dyspneu. De interventies waren echter zeer heterogeen en bestonden vaak uit combinaties van bewegen, krachttraining en ademhalingsoefeningen. Hierdoor kan niet worden geconcludeerd dat één specifiek fysiotherapeutisch programma voor alle mensen met post-COVID effectief is.

Een belangrijk aandachtspunt is PEM. Een systematische review uit 2025 laat zien dat PEM veel voorkomt bij post-COVID. In vijf kleine studies waarin revalidatie nadrukkelijk pacing integreerde, nam de frequentie of intensiteit van PEM af. Bij individueel aangepaste oefenprogramma’s werden niet consequent verslechteringen gemeld, maar de onderliggende studies hadden een hoog tot zeer hoog risico op bias. De WHO adviseert bij PEM daarom educatie en energiebesparende strategieën zoals pacing.

De actuele Nederlandse benadering sluit hierbij aan. Het VSG-advies medisch-specialistische beweegzorg post-COVID/PAIS versie 3.0 (2026) benadrukt vroege herkenning van PEM, POTS en autonome disregulatie en waarschuwt voor een push-crash-cyclus. De behandeling moet worden afgestemd op de individuele inspanningsrespons; ‘meer trainen’ is dus niet automatisch beter.

Het ontbreken van onderzoek betekent niet automatisch dat fysiotherapie niet kan helpen, maar wel dat effectiviteit grotendeels wordt geëxtrapoleerd vanuit post-COVID, ME/CVS en andere PAIS-aandoeningen.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Voor fysiotherapie bij QVS is de wetenschappelijke onderbouwing aanzienlijk beperkter dan voor post-COVID. De Nederlandse LCI-richtlijn QVS uit 2019 vermeldt dat wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van paramedische behandeling bij QVS ontbrak. De geldigheidstermijn van deze richtlijn is inmiddels verlopen. Q-support adviseert daarom de actuele inzichten voor post-COVID en andere PAIS mee te nemen bij de begeleiding van QVS. Q-support beschrijft dat sommige patiënten gebruikmaken van fysiotherapie of een beweegprogramma, maar benadrukt inmiddels PEM, pacing, individuele belastbaarheid en flexibiliteit. De eerdere aanbeveling voor graded exercise therapy wordt door Q-support niet langer als geldig beschouwd. Het advies vanuit een bredere benadering is: niet gericht op prestatie of een vooraf vastgelegde opbouw, maar op duurzaam functioneren en het voorkomen van achteruitgang.

Chronische Q-koorts 

Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii, vaak met betrokkenheid van hartkleppen of bloedvaten, en vraagt specialistische medische behandeling. Fysiotherapie kan bij individuele patiënten ondersteunend worden ingezet bij functionele beperkingen, spierzwakte of herstel na ziekte of een operatie, maar behandelt de infectie niet.

De belastbaarheid kan mede worden bepaald door cardiale of vasculaire aandoeningen. Intensivering van lichamelijke training moet daarom worden afgestemd met de behandelende arts wanneer relevante cardiovasculaire problematiek aanwezig is.

Klachten na vaccinatie 

Er is nauwelijks interventieonderzoek dat specifiek fysiotherapie onderzoekt bij langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie (KNV). De VSG heeft in 2026 zijn advies verbreed naar post-COVID en PAIS en beschrijft ook patiënten met inspanningsgerelateerde klachten na vaccinatie. De principes rond het beoordelen van PEM, POTS, autonome disregulatie en individuele belastbaarheid kunnen daardoor in de praktijk relevant zijn, maar dit betreft grotendeels extrapolatie en expertadvies en geen bewijs uit specifieke gerandomiseerde KNV-studies.

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

Fysiotherapie kan bij geselecteerde mensen met post-COVID zinvol zijn, vooral wanneer de behandeling individueel wordt afgestemd op het dominante probleem en rekening houdt met PEM, POTS, autonome disregulatie en herstel na inspanning. Onderzoek laat gemiddeld gunstige effecten zien op fysieke capaciteit en dyspneu, maar resultaten kunnen niet zonder meer worden toegepast op ernstig aangedane patiënten of patiënten met PEM. Bij PEM staat het voorkomen van overbelasting en het toepassen van pacing centraal. Fysiotherapie staat bij post-COVID zelden op zichzelf en maakt vaak deel uit van een multidisciplinaire begeleiding waarin bijvoorbeeld ergotherapie, logopedie, psychologie, maatschappelijk werk en medisch-specialistische zorg samenwerken.

Bij QVS kan fysiotherapeutische begeleiding worden overwogen, maar direct wetenschappelijk bewijs is beperkt en oude GET-principes zijn niet passend bij de huidige kennis over PEM. Voor chronische Q-koorts en KNV is geen bewijs voor deze interventie als behandeling van de onderliggende aandoening.

Fysiotherapie is in Nederland rechtstreeks toegankelijk, hoewel een verwijzing door huisarts of medisch specialist soms wenselijk of voor vergoeding relevant kan zijn. De vergoeding hangt af van diagnose, polis en indicatie. De tijdelijke regeling voor paramedische herstelzorg na COVID-19 is beëindigd. De actuele vergoeding moet daarom bij de zorgverzekeraar worden nagegaan.

Bij verwijzing of keuze van een behandelaar zijn de volgende aandachtspunten relevant:

  • Kies bij complexe post-COVID/PAIS-klachten bij voorkeur een fysiotherapeut met kennis van PEM, POTS/dysautonomie en pacing.
  • Screen voor een trainingsopbouw expliciet op PEM/PESE. Een vooraf vastgelegde, symptoomonafhankelijke opbouw is bij PEM niet passend.
  • Bij ernstige of onverklaarde benauwdheid, pijn op de borst, syncope of duidelijke inspanningsintolerantie is medische beoordeling belangrijk voordat training wordt geïntensiveerd.
  • Bij chronische Q-koorts met cardiale of vasculaire betrokkenheid moet fysieke training worden afgestemd op de medische situatie.
Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
    • Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG). VSG advies medisch specialistische beweegzorg post-COVID-19 & PAIS: herstel fysieke fitheid. Versie 3.0. 2026. Nieuwe versie VSG-advies post-COVID – Sportgeneeskunde Nederland
    • World Health Organization. Clinical management of COVID-19: living guideline. June 2025. Rehabilitation management of post-exertional symptom exacerbation.
    • KNGF. Standpunt Fysiotherapie bij COVID-19: aanbevelingen voor fysiotherapeutisch handelen in de eerste lijn. 2022. (Ouder document; gebruiken in samenhang met nieuwere PAIS/PEM-inzichten.)
    • Respiratory training effects in Long COVID-19 patients: a systematic review and meta-analysis. 2024. PMID: 38800959.
    • McNarry MA, et al. Inspiratory muscle training enhances recovery post-COVID-19: a randomised controlled trial. Eur Respir J. 2022;60(4):2103101. doi:10.1183/13993003.03101-2021.
    • Törnberg A, Svensson-Raskh A, Rydwik E, et al. Effect of inspiratory muscle training on inspiratory muscle strength in adults with post-COVID-19 condition and inspiratory muscle weakness: a randomized controlled trial. J Rehabil Med. 2026;58:jrm44931. doi:10.2340/jrm.v58.44931.
    • Del Corral T, et al. Home-based respiratory muscle training on quality of life and exercise tolerance in long-term post-COVID-19: randomized controlled trial. Ann Phys Rehabil Med. 2023;66(1):101709.
    • Palau P, et al. Effect of a home-based inspiratory muscle training programme on functional capacity in postdischarged patients with long COVID: the InsCOVID trial. BMJ Open Respir Res. 2022.
    • Rehabilitation in long COVID: a systematic review and meta-analysis. 2026. PMID: 42549045.
    • Pouliopoulou DV, Hawthorne M, MacDermid JC, et al. Prevalence and Impact of Postexertional Malaise on Recovery in Adults With Post-COVID-19 Condition: A Systematic Review With Meta-analysis. Arch Phys Med Rehabil. 2025;106(8):1267-1278. doi:10.1016/j.apmr.2025.01.471.
    • RIVM. Q-koorts. Gewijzigd 18 februari 2026.
    • Gezondheidsraad. Post-COVID. Advies nr. 2026/04. 13 mei 2026.
    • Romanet C, et al. Effectiveness of physiotherapy modalities on persisting dyspnoea in long COVID: a systematic review and meta-analysis. Respir Med. 2025;236:107909. doi:10.1016/j.rmed.2024.107909.
    • PostCOVID Netwerk Nederland. 2026. Integrale handreiking. Geraadpleegd op 19-09-26, van Integrale handreiking | PostCOVID Netwerk Nederland