Skip to main content

Diëten, voedingspatronen en vasten

Versie: 11-09-2026

Wat is de interventie? 

Een dieet of voedingspatroon beschrijft wat, hoeveel en wanneer iemand eet en drinkt. Een dieet kan om medische redenen worden aangepast, bijvoorbeeld bij diabetes, voedselallergie of ondervoeding, maar ook vanwege persoonlijke voorkeuren. Bij post-COVID worden uiteenlopende voedingspatronen als zijnde symptoomverlichtend genoemd, waaronder een mediterraan of overwegend plantaardig voedingspatroon, beperking van toegevoegde suikers, een histaminearm dieet en intermittent fasting (perioden met weinig of geen energie-inname). 

Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie? 

Voeding beinvloedt de algemene gezondheid, voedingstoestand, glucosehuishouding, cardiovasculaire gezondheid, inflammatie en samenstelling van het darmmicrobioom. Voedingspatronen met veel groente, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en onverzadigde vetten leveren vezels, vitaminen, mineralen en bioactieve stoffen. Deze kunnen het microbioom, cardiometabole gezondheid en ontstekingsprocessen gunstig beïnvloeden. Bij post-COVID zijn veranderingen beschreven in immuunactiviteit, energiemetabolisme, glucosehuishouding en het darmmicrobioom. Dit vormt ook bij Post-COVID een biologische rationale voor gezonde, vezelrijke voedingspatronen. Het effect van specifieke diëten voor symptoomverlichting bij Post-COVID is nog onduidelijk.  

Wat is er bekend over het effect? 

Post-COVID 

De totale evidence voor voeding bij post-COVID groeit, maar is nog onvoldoende om één specifiek dieet als standaardbehandeling aan te bevelen. Een scoping review uit 2025 includeerde 50 studies, waarvan 27 interventiestudies. Veel studies rapporteerden verbetering van één of meer klachten, maar de interventies varieerden sterk en bestonden vaak uit supplementen, aminozuren, vitaminen, probiotica of gecombineerde voedingsinterventies. De auteurs concluderen dat voeding mogelijk ondersteunend kan zijn, maar dat grotere, goed gecontroleerde onderzoeken naar complete voedingspatronen nodig zijn. Hieronder halen we de eerder benoemde diëten kort aan:

  • Mediterraan en overwegend plantaardig voedingspatroon
    Een mediterraan voedingspatroon bevat doorgaans veel groente, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten, olijfolie en andere onverzadigde vetten, met relatief weinig sterk bewerkte producten en rood of bewerkt vlees. Dit voedingspatroon heeft buiten post-COVID een goed onderbouwde plaats in de preventie van cardiometabole aandoeningen en past bij algemene richtlijnen voor gezonde voeding. Voor post-COVID is het directe bewijs nog beperkt. Reviews beschrijven het mediterrane voedingspatroon als biologisch plausibel vanwege de vezelrijke en overwegend plantaardige samenstelling en mogelijke effecten op ontstekingsprocessen en het microbioom. Het kan daarom worden geadviseerd als een gezond basispatroon voor mogelijke symptoom vermindering, niet als bewezen behandeling van post-COVID. Een volledig plantaardig of veganistisch voedingspatroon is niet aantoonbaar effectiever voor post-COVID dan een mediterraan of ander volwaardig voedingspatroon. Bij een volledig plantaardig voedingspatroon verdienen onder andere vitamine B12, calcium, ijzer, jodium, eiwit en omega-3-vetzuren extra aandacht; vitamine B12-suppletie is noodzakelijk.
  • Beperking van toegevoegde suikers
    Het beperken van suikerhoudende dranken, snoep en sterk bewerkte producten past binnen algemene voedingsrichtlijnen en kan bijdragen aan een betere voedingskwaliteit en cardiometabole gezondheid.
    De SARS-CoV-2-infectie is geassocieerd met een verhoogd risico op ontregeling van de glucosehuishouding en nieuw ontstane diabetes. De onderliggende mechanismen zijn multifactorieel en omvatten onder andere inflammatie, stressresponsen, veranderde insulinegevoeligheid en mogelijk directe effecten op metabole organen. Alertheid op deze complicaties is daarom van belang.  Er is momenteel onvoldoende onderzoek van voldoende omvang en kwaliteit beschikbaar om betrouwbare conclusies te kunnen trekken over de effectiviteit van een strikt suikerarm dieet als behandeling van post-COVID.
  • Intermittent fasting / time-restricted eating
    Intermittent fasting beïnvloedt onder andere glucose- en vetmetabolisme, ketonvorming en cellulaire stressroutes. In diermodellen wordt ook invloed op autofagie beschreven.
    In 2025 werd een gerandomiseerde cross-over studie gepubliceerd waarin 58 deelnemers met post-COVID de volledige 10-weekse interventie voltooiden. Beide perioden omvatten een dieet zonder toegevoegde suiker; een mild schema met time-restricted eating werd vergeleken met een intensiever schema met dagelijks 16 uur vasten plus eenmaal per week ongeveer 23–60 uur water-vasten. Tijdens het intensievere vasten nam de totale zelfgerapporteerde symptoomscore sterker af dan tijdens het mildere schema; ook het aantal gerapporteerde symptomen daalde sterker. Deze bevinding is interessant maar kent beperkingen. De studie was niet geblindeerd, stopte vroeg met inclusie, had een relatief kleine en geselecteerde populatie, gebruikte voornamelijk zelfgerapporteerde uitkomsten en combineerde vasten met een no-added-sugar dieet. Daardoor is niet duidelijk welke interventie verantwoordelijk was voor het effect. Er is nog onvoldoende bewijs om langdurig of intensief vasten routinematig aan mensen met post-COVID te adviseren. Bij ondergewicht, onbedoeld gewichtsverlies, beperkte inname, ernstige vermoeidheid, kwetsbaarheid, diabetes of gebruik van glucoseverlagende medicatie kan vasten risico’s geven, waaronder hypoglykemie, uitdroging en onvoldoende voedingsinname.  In deze situaties is begeleiding door een arts of diëtist aan te raden.
  • Histaminearm dieet
    Een histaminearm dieet wordt soms geprobeerd bij klachten die worden toegeschreven aan histamine-intolerantie of mestcelactivatie, zoals flushing, hoofdpijn, maag-darmklachten of jeuk. Bij volwassenen en kinderen met PAIS komt ook regelmatig het mestcelactivatiesyndoom (MCAS) voor. Bij MCAS produceren immuuncellen overmatig histamine en andere ontstekingsstoffen. Klachten lijken vaak op allergische reacties zoals ademhalingsklachten, kortademigheid, buiklachten, huid- en slijmvliesklachten, of in ernstige gevallen anafylaxie. Het voorkomen van triggers, zoals het vermijden van bepaald voedsel of histamine rijk voedsel kan bijdragen aan vermindering van klachten. Voor post-COVID ontbreekt overtuigend klinisch bewijs dat een histaminearm dieet de post-COVID-klachten vermindert. Bovendien verschillen lijsten met ‘histaminerijke’ voedingsmiddelen sterk en kan een restrictief dieet de voedingskwaliteit verslechteren. Wanneer er een duidelijke verdenking bestaat op voedingsgerelateerde histamineklachten, kan onder begeleiding van een diëtist eventueel een tijdelijke, gestructureerde eliminatie- en herintroductiefase worden overwogen. Een langdurig breed histaminearm dieet zonder evaluatie wordt niet aanbevolen.
Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) 

Er is onvoldoende onderzoek naar specifieke diëten of vasten als behandeling voor QVS. Een onderzoeksprogramma bij jongeren met chronische vermoeidheid, waaronder QVS, heeft gepersonaliseerde leefstijladviezen vergeleken met algemene voedingsadviezen, maar levert geen basis om een specifiek dieet als bewezen behandeling van QVS aan te bevelen. Gezonde, volwaardige voeding blijft belangrijk voor de algemene gezondheid en voor het voorkomen of behandelen van tekorten.

Chronische Q-koorts 

Er zijn geen klinische studies gevonden die een specifiek dieet, voedingspatroon of vasten als behandeling voor chronische Q-koorts ondersteunen. Chronische Q-koorts is een persisterende infectie en vereist specifieke medische behandeling en follow-up.

Klachten na vaccinatie 

Er zijn geen klinische studies gevonden die specifieke diëten of vasten hebben onderzocht als behandeling voor langdurige klachten na vaccinatie. De effectiviteit voor deze doelgroep is daarom onvoldoende bekend.

Toegankelijkheid wanneer van toepassing

Algemene voedingsadviezen kunnen worden gebaseerd op de Schijf van Vijf en vergelijkbare internationale richtlijnen voor gezonde voeding. Bij complexe klachten, ondergewicht, onbedoeld gewichtsverlies, maag-darmproblemen, voedselintoleranties, diabetes, nierziekte of het volgen van een restrictief dieet is begeleiding door een geregistreerde diëtist aangewezen. Bij mensen met ernstige vermoeidheid, post-exertionele malaise (PEM), gewichtsverlies, slik- of maag-darmklachten of een beperkte voedselinname moet vooral worden voorkomen dat voedingsaanpassingen leiden tot onvoldoende macro- of micronutriënteninname. Grote veranderingen worden daarom bij voorkeur samen met een diëtist afgestemd. In Nederland wordt dieetadvisering onder voorwaarden vanuit de basisverzekering vergoed; de precieze vergoeding en het eigen risico hangen af van de zorgsituatie en verzekeringspolis.

Praktische aandachtspunten:

  1. Kies als basis voor een volwaardig, gevarieerd en grotendeels plantaardig voedingspatroon met voldoende eiwit en energie.
  2. Voer veranderingen stapsgewijs door wanneer koken, boodschappen doen of plannen veel energie kost.
  3. Vermijd langdurige eliminatiediëten zonder duidelijke indicatie of evaluatie.
  4. Bij PEM of ernstige vermoeidheid kan gemak en voldoende inname belangrijker zijn dan een “perfect” dieet; eenvoudige, voedzame maaltijden en ondersteuning bij boodschappen of koken kunnen helpen.
  5. Vasten bij diabetes, glucoseverlagende medicatie, zwangerschap, eetstoornissen, ondergewicht, kwetsbaarheid of relevante comorbiditeit kan alleen onder begeleiding van een gespecialiseerde diëtiste plaatsvinden
Bronnen en wetenschappelijk bewijs 
  • Bigman G, Rusu ME, Shelawala N, et al. A Comprehensive Scoping Review on Diet and Nutrition in Relation to Long COVID-19 Symptoms and Recovery. Nutrients. 2025;17(11):1802. doi:10.3390/nu17111802.
  • Blom WM, Dessing MC, Wopereis S, van Bilsen JHM. Influence of lifestyle factors on susceptibility, disease course and recovery from post COVID-19 syndrome: a scoping review. BMJ Public Health. 2026;4:e003243. https://doi.org/10.1136/bmjph-2025-003243
  • Bozkir C, Kartal T, Hokelek B. Obesity and Nutritional Vulnerability in long COVID: A Neuroinflammatory and Cognitive Perspective. Curr Nutr Rep. 2026 Jan 16;15(1):5. doi: 10.1007/s13668-026-00730-y. PMID: 41543809; PMCID: PMC12811281.
  • Reyes Z, Stovall MC, Punyamurthula S, Longo M. The impact of gut microbiome and diet on post-acute sequelae of SARS-CoV-2 infection. J Neurol Sci. 2024;467:123295. doi:10.1016/j.jns.2024.123295.
  • Scheithauer TPM, Montijn RC, Mieremet A. Gut microbe-host interactions in post-COVID syndrome: a debilitating or restorative partnership? Gut Microbes. 2024;16(1):2402544. doi:10.1080/19490976.2024.2402544.
  • Lau RI, Su Q, Ng SC. Long COVID and gut microbiome: insights into pathogenesis and therapeutics. Gut Microbes. 2025;17(1):2457495. doi:10.1080/19490976.2025.2457495.
  • World Health Organization; Food and Agriculture Organization of the United Nations. What are healthy diets? Joint statement. Geneva: WHO; 2024.
  • Bunker T, Horne BD, Baldwin MD, et al. Intermittent fasting and a no-sugar diet for Long COVID symptoms: a randomized crossover trial. Sci Rep. 2025;15:27563. doi:10.1038/s41598-025-07461-0.
  • Voedingscentrum. Gezond eten voor mens en aarde met de Schijf van Vijf. Geraadpleegd september 2026.
  • Voedingscentrum. Hoe kan ik gezond veganistisch eten? en Onderbouwing eetvoorkeur 100% plantaardig. Geactualiseerd 2026.
  • Shitaye G, Getie M, Mekonnen Z, et al. Molecular analysis of long COVID and new-onset diabetes mellitus: pathobiological relationships and current mechanistic views. Front Endocrinol. 2025;16:1737894. doi:10.3389/fendo.2025.1737894.
  • Hemat Jouy S, Tonchev H, Mostafa SM, Mahmoud AM. Post-COVID Metabolic Fallout: A Growing Threat of New-Onset and Exacerbated Diabetes. Biomedicines. 2025;13(6):1482. doi:10.3390/biomedicines13061482.
  • British Dietetic Association. Long Covid and diet. Guidance on low-histamine diets and nutritional considerations. Geraadpleegd september 2026.
  • Nijhof SL, et al. Identifying disrupted biological factors and patient-tailored interventions for chronic fatigue in adolescents and young adults with Q-Fever Fatigue Syndrome, Chronic Fatigue Syndrome and Juvenile Idiopathic Arthritis (QFS-study): study protocol. 2022;23:666