Wat is de interventie?
Bloed bestaat uit onder andere, rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en plasma. Plasma is het vloeibare deel van het bloed en bevat onder andere water, zouten, eiwitten, antistoffen, stollingsfactoren en ontstekingsmediatoren. Aferese is een medische techniek waarbij het bloed tijdelijk buiten het lichaam om wordt geleid, en waarbij één of meer bestanddelen worden verwijderd of vervangen. De overige bestanddelen, plus de eventuele vervangende component, worden teruggegeven aan de patiënt.
Er bestaan verschillende vormen van aferese. Bij plasmaferese of therapeutische plasmawisseling wordt plasma verwijderd en vervangen door donorplasma of een vervangvloeistof, zoals albumine. Bij immunoadsorptie worden vooral antistoffen uit het plasma gebonden en verwijderd. Bij HELP-aferese worden onder andere LDL-cholesterol en fibrinogeen verlaagd. Andere vormen zijn leukoferese, waarbij witte bloedcellen worden verwijderd, en erytrocytaferese, waarbij rode bloedcellen worden verwijderd of vervangen.
Aferese wordt binnen de reguliere zorg toegepast bij specifieke indicaties, zoals bepaalde auto-immuunziekten, neurologische aandoeningen, hematologische aandoeningen en ernstige vetstofwisselingsstoornissen. Voor post-COVID wordt plasmaferese ook aangeboden door sommige privéklinieken, soms onder benamingen zoals HELP-aferese, INUSferese of bioferese. De technieken, doelstoffen, kosten en medische onderbouwing verschillen per aanbieder.
Wat is bekend over het werkingsmechanisme van de interventie?
De rationale voor plasmaferese bij post-COVID is gebaseerd op meerdere hypothesen over mogelijke biologische mechanismen bij aanhoudende klachten. In de literatuur worden onder andere persisterende ontsteking, auto-antistoffen, immuuncomplexen, endotheelactivatie, afwijkende bloedstolling, fibrinogeen- of microstolselvorming en verstoorde microcirculatie genoemd als mogelijke factoren bij een deel van de patiënten.
Plasmaferese zou in theorie kunnen werken door verschillende factoren uit het plasma te verwijderen, zoals auto-antistoffen, cytokinen, immuuncomplexen, lipoproteïnen of stollingsgerelateerde eiwitten. Immunoadsorptie is specifieker gericht op het verwijderen van immunoglobulinen/antistoffen. HELP-aferese verlaagt vooral LDL-cholesterol, lipoproteïne(a) en fibrinogeen, en wordt in de context van post-COVID onderzocht vanwege de hypothese dat fibrinogeen, microstolsels en verhoogde viscositeit kunnen bijdragen aan verminderde doorbloeding en inspanningsintolerantie.
Deze mechanistische plausibiliteit betekent niet automatisch dat de behandeling klinisch effectief is. Post-COVID, QVS en andere post-acute infectieuze syndromen zijn heterogene aandoeningen. Het is daarom mogelijk dat een interventie alleen relevant is voor een subgroep met aantoonbare immunologische, stollings- of inflammatoire afwijkingen. Op dit moment is nog onvoldoende vastgesteld welke biomarkers betrouwbaar voorspellen wie baat heeft bij plasmaferese of immunoadsorptie.
Wat is er bekend over het effect?
Post-COVID
De klinische literatuur over plasmaferese bij post-COVID bestaat uit kleine observationele studies, mechanistische biomarkerstudies, een prospectieve cohortstudie naar immunoadsorptie bij post-COVID ME/CVS, een trialprotocol en één gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase-II-studie naar therapeutische plasmawisseling. De resultaten zijn niet eenduidig.
In een kleine observationele studie bij post-COVID-patiënten werd na therapeutische aferese een klinische verbetering gerapporteerd van symptomen zoals chronische vermoeidheid en brain fog, gemeten via gevalideerde subjectieve vragenlijsten. Dit ging samen met een daling van auto-antistoffen, lipiden, fibrinogeen en ontstekingsmarkers. Deze studie geeft biologische aanknopingspunten, maar had belangrijke beperkingen: geen controlegroep, kleine aantallen, mogelijke selectie van patiënten en subjectieve uitkomsten. Daardoor kan geen causaal effect/verband worden vastgesteld.
Een prospectieve cohortstudie bij 20 patiënten die voldeden aan de criteria van ME/CVS en verhoogde β2-adrenerge receptor-autoantistoffen onderzocht herhaalde immunoadsorptie. Een deel van de patiënten liet verbetering zien in functioneren, vermoeidheid, pijn of post-exertionele malaise. Ook hier ontbreekt echter een placebogecontroleerde vergelijking, waardoor placebo-effecten, regressie naar de gemiddelde en natuurlijke fluctuatie van klachten niet uitgesloten kunnen worden.
De sterkste beschikbare studie is een fase-II, dubbelblinde, placebogecontroleerde, gerandomiseerde trial waarin 50 patiënten met post-COVID zes sessies therapeutische plasmawisseling of sham-behandeling kregen en 90 dagen werden gevolgd. De veiligheid was vergelijkbaar tussen beide groepen, maar er werden geen verschillen gevonden in functionele status, symptomen, kwaliteit van leven, neurocognitieve klachten of biochemische parameters. Deze studie ondersteunt dus niet dat algemene therapeutische plasmawisseling effectief is voor de brede post-COVID-populatie.
Samenvattend is plasmaferese bij post-COVID biologisch plausibel en experimenteel onderzocht, maar het klinische bewijs is onvoldoende voor routinematige toepassing. Mogelijk is er een subgroep met specifieke auto-antistoffen, inflammatoire afwijkingen of stollingsgerelateerde kenmerken die kan reageren, maar deze subgroep is nog niet betrouwbaar afgebakend. Behandeling buiten onderzoeksverband vraagt daarom om grote terughoudendheid, zeker wanneer deze kostbaar is en via privéklinieken wordt aangeboden.
QVS
Er zijn geen klinische studies gevonden naar plasmaferese, HELP-aferese of immunoadsorptie bij QVS. Hoewel QVS, post-COVID en ME/CVS deels overlappende klachten kunnen hebben, zoals langdurige vermoeidheid, inspanningsintolerantie en cognitieve klachten, is niet aangetoond dat de onderliggende mechanismen gelijk zijn of dat resultaten uit post-COVID- of ME/CVS-studies kunnen worden vertaald naar QVS. De effectiviteit van aferese bij QVS is onvoldoende onderzocht.
Chronische Q-koorts
Er zijn geen studies gevonden die plasmaferese als behandeling voor chronische Q-koorts ondersteunen. Chronische Q-koorts is een persisterende infectie met Coxiella burnetii waarvoor langdurige antimicrobiële behandeling en specialistische follow-up nodig zijn. Plasmaferese verwijdert geen intracellulaire bacteriële infectie en is geen vervanging voor de aanbevolen behandeling van chronische Q-koorts. De effectiviteit van aferese bij chronische Q-koorts is onbekend en biologisch niet onderbouwd als causale behandeling.
Klachten na vaccinatie
Er zijn geen gecontroleerde klinische studies gevonden naar plasmaferese of immunoadsorptie bij langdurige klachten na COVID-19-vaccinatie. In hypothesevorm worden soms auto-immuniteit, ontsteking of stollingsprocessen genoemd, maar er is geen bewijs dat aferese bij deze doelgroep effectief of veilig is. De interventie is onvoldoende onderzocht bij klachten na vaccinatie.
Toegankelijkheid wanneer van toepassing
In Nederland wordt therapeutische aferese binnen de reguliere zorg toegepast voor erkende medische indicaties, zoals bepaalde auto-immuunziekten, neurologische aandoeningen, hematologische aandoeningen en ernstige vetstofwisselingsstoornissen, en op verwijzing van een medisch specialist. Voor post-COVID, QVS, chronische Q-koorts of klachten na vaccinatie is plasmaferese geen standaardbehandeling en wordt deze doorgaans niet vergoed.
Sommige privéklinieken in het buitenland en in toenemende mate ook dichter bij Nederland bieden aferese aan bij post-COVID of vergelijkbare klachten. De kosten kunnen hoog zijn en verschillen per techniek en aantal sessies. Omdat het bewijs voor effectiviteit beperkt en tegenstrijdig is, is het belangrijk dat patiënten vooraf goed worden geïnformeerd over de onzekerheid van effect, mogelijke risico’s, financiële kosten en het ontbreken van brede vergoeding.
Korte samenvatting
Aferese/plasmaferese is een medische techniek waarbij bestanddelen uit het bloed of plasma worden verwijderd. Voor post-COVID bestaat een biologische rationale, maar het klinische bewijs is beperkt en tegenstrijdig. Eén gecontroleerde fase-II-studie vond geen klinisch voordeel van therapeutische plasmawisseling ten opzichte van sham-behandeling. Immunoadsorptie en HELP-aferese blijven experimenteel en mogelijk alleen relevant voor nog onvoldoende gedefinieerde subgroepen. Voor QVS, chronische Q-koorts en klachten na vaccinatie ontbreekt bewijs voor effectiviteit.
Bronnen en wetenschappelijk bewijs
- Sanquin. Aferese en therapeutische aferese. Sanquin Bloedbank.
- Connelly-Smith L, Alquist CR, Aqui NA, et al. Guidelines on the Use of Therapeutic Apheresis in Clinical Practice – Evidence-Based Approach from the Writing Committee of the American Society for Apheresis: The Ninth Special Issue. J Clin Apher. 2023;38(2):77-278.
- Boedecker SC, et al. Immunoadsorption and plasma exchange – efficient treatment options for neurological autoimmune diseases. J Clin Apher. 2022;37(1):70-81.
- Stummvoll G, et al. Immunoadsorption in autoimmune diseases affecting the kidney. Semin Nephrol. 2017;37(5):478-487.
- Davis HE, McCorkell L, Vogel JM, Topol EJ. Long COVID: major findings, mechanisms and recommendations. Nat Rev Microbiol. 2023;21:133-146.
- Steenblock C, et al. Post-COVID and apheresis – where are we standing? Horm Metab Res. 2022;54(11):715-720.
- Fox T, Kelson M, Cuthbertson L, et al. Plasmapheresis to remove amyloid fibrin(ogen) particles for treating the post-COVID-19 condition. Cochrane Database of Systematic Reviews. 2023.
- Preßler H, Machule ML, Kedor C, et al. IA-PACS-CFS: a double-blinded, randomized, sham-controlled, exploratory trial of immunoadsorption in patients with chronic fatigue syndrome including patients with post-acute COVID-19 CFS. Trials. 2024;25:172.
- Achleitner M, Steenblock C, Dänhardt J, et al. Clinical improvement of Long-COVID is associated with reduction in autoantibodies, lipids, and inflammation following therapeutic apheresis. Mol Psychiatry. 2023;28:2872-2877.
- Jaeger BR, et al. The potential of heparin-induced extracorporeal LDL/fibrinogen precipitation (H.E.L.P.)-apheresis for patients with severe acute or chronic COVID-19. Front Cardiovasc Med. 2022;9.
- Tölle M, Freitag H, Antelmann M, et al. Myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome: efficacy of repeat immunoadsorption. J Clin Med. 2020;9(8):2443.
- Oesch-Régeni B, et al. The effect on quality of life of therapeutic plasmapheresis and intravenous immunoglobulins on a population of ME/CFS patients with elevated β-adrenergic and M3-muscarinic receptor antibodies – a pilot study. J Clin Med. 2025;14(11):3802.
- Stein E, Heindrich C, Wittke K, et al. Efficacy of repeated immunoadsorption in patients with post-COVID ME/CFS and elevated β2-adrenergic receptor autoantibodies: a prospective cohort study. Lancet Regional Health – Europe. 2025;49:101161.
- España-Cueto S, et al. Plasma exchange therapy for the post COVID-19 condition: a phase II, double-blind, placebo-controlled, randomized trial. Nat Commun. 2025;16:1929.
- Rony RMIK, et al. Therapeutic plasma exchange: current and emerging applications. 2025.