Een van de deelnemers deelt zijn ervaringen
Van maart tot en met augustus kregen 80 patiënten met post-COVID, Q-koorts of klachten na COVID-19 vaccinatie de mogelijkheid om een participatietraject ‘Stap Vooruit’ te volgen. Dit traject is opgezet door C- en Q-support om mensen die 35-100% arbeidsongeschikt zijn, te begeleiden om binnen hun mogelijkheden meer te participeren in de samenleving. Frits* is een van de deelnemers die onlangs het traject heeft afgerond. Hij heeft veel gehad aan een casemanager die met hem meedacht en hem hielp meer te vertrouwen op zijn eigen ervaringen en keuzes.
Na het krijgen van post-COVID veranderde mijn wereld. Waar het eerder vanzelfsprekend was om activiteiten te plannen en te ondernemen, ontstond onzekerheid. Mijn energie werd grillig en moeilijk voorspelbaar. Wat op een goede dag mogelijk leek, kon een dag later ineens te veel zijn. Die onvoorspelbaarheid werkte door in alles: in afspraken, sociale contacten en misschien nog wel het meest in het vertrouwen in mijn eigen kunnen.
Ervaringen bespreken
Toen ik deelnam aan het Stap Vooruit-traject, was ik al lange tijd bezig om uit te zoeken wat voor mij werkte. Ik las, probeerde uit, observeerde mijn eigen lichaam en zocht steeds opnieuw naar een manier om mijn leven vorm te geven binnen de mogelijkheden die ik nog had. Juist omdat er bij post-COVID nog zoveel onzeker is en adviezen elkaar regelmatig tegenspreken, merkte ik hoe waardevol het was om mijn ervaringen te kunnen bespreken met de casemanager. Zij vertelde me niet hoe het moest, maar dacht met mij mee. De gesprekken boden ruimte om mijn eigen inzichten te toetsen, te ordenen en er met vertrouwen verder op voort te bouwen.
Grenzen verkennen en verleggen
De focus verschoof niet naar herstel in de klassieke zin, maar naar iets dat subtieler en misschien wel fundamenteler was: opnieuw leren afstemmen. Ik ontdekte steeds beter waar mijn grenzen lagen en welke bandbreedte er was waarbinnen bewegen, ontmoeten en deelnemen haalbaar bleven. Mijn casemanager hielp mij vooral door vragen te stellen, mee te denken en te bevestigen wat ik zelf al begon te herkennen.
In eerste instantie betekende dat niet iets nieuws doen, maar juist bewust kiezen voor wat al goed werkte. Het wandelen met een vriend is daar een goed voorbeeld van. Waar ik eerder geneigd was de afstand steeds verder op te bouwen, kwam ik tot het inzicht dat minder soms meer oplevert. Een wandeling van vijf kilometer werd geen beperking, maar een bewuste keuze. Niet de afstand stond centraal, maar het gesprek, de ontmoeting en het samenzijn, zonder dat ik daar in de dagen erna voor hoefde in te leveren.
Vrijwilligerswerk
Ook mijn aanwezigheid in de schooltuinen kreeg voor mij een andere betekenis. Wat eerder vooral een activiteit leek, werd steeds meer een plek waar ik mezelf kon zijn. Een plek waar gewerkt wordt met de seizoenen, waar zaaien en verzorgen samengaan met wachten en geduld. Ik merkte dat ik daar kon aansluiten zonder verwachtingen of prestatiedruk. Niet omdat iemand mij vertelde dat dit goed voor mij zou zijn, maar omdat ik zelf ervoer hoeveel rust en structuur deze omgeving mij gaf.
Mijn rol veranderde daarmee bijna ongemerkt. Minder gericht op doen en meer op aanwezig zijn. Juist daarin vond ik rust, ritme en een gevoel van verbondenheid, wat niet afhankelijk was van wat ik presteerde.

Nieuwe plek
Tegelijkertijd zag ik ook een uitdaging. De schooltuinen liggen in de winter grotendeels stil. Dat bracht mij op de vraag hoe ik ook in die winter periode mijn ritme en sociale contacten kon behouden. Vanuit die gedachte ging ik op zoek naar een plek die daarbij zou kunnen aansluiten. In de gesprekken binnen het Stap Vooruit-traject kon ik de verschillende mogelijkheden verkennen en afwegen. Zo kwam ik uit bij ‘De Groene Kas’, een groene proeftuin en ontmoetingsplek waar mensen samen werken aan natuur, elkaar ontmoeten en op hun eigen manier kunnen deelnemen.
Tijdens de kennismaking werd duidelijk dat het werk in de kas goed aansloot bij wat ik zocht: heemplanten verzorgen, zaden opkweken en jonge planten oppotten. Overzichtelijke werkzaamheden die ik op mijn eigen tempo kon uitvoeren en die voldoende ruimte lieten om rekening te houden met mijn belastbaarheid.
Belastbaarheid vraagt om flexibiliteit
In de afspraken die werden gemaakt, herkende ik dezelfde flexibiliteit waar ik naar op zoek was. Op dagen dat mijn energie beperkt was, kon ik ervoor kiezen alleen langs te komen voor een kop koffie of een gesprek. Op betere dagen kon ik als vrijwilliger meewerken in de kas. Die ruimte om zelf keuzes te maken gaf mij vertrouwen. Ik kon mijn kennis en ervaring inzetten, nieuwe dingen leren en mezelf voorzichtig blijven uitdagen, zonder steeds over mijn grenzen heen te gaan. Tegelijk ontstonden er nieuwe contacten met mensen die begrepen dat niet alles vanzelf gaat en die vooral keken naar wat wél mogelijk is.
Casemanager
De samenwerking met mijn casemanager bleef waardevol, juist omdat die ondersteunend was. Niet door oplossingen aan te dragen, maar door mee te denken, vragen te stellen en samen terug te kijken op de ervaringen die ik opdeed. Dat gaf mij de bevestiging om mijn eigen keuzes met meer vertrouwen te blijven maken.
De schommelingen bleven. Goede dagen en minder goede dagen wisselden elkaar af. Maar waar dat eerder vooral frustratie en onzekerheid opriep, ontstond er steeds meer acceptatie. Niet omdat de klachten verdwenen, maar omdat ik leerde vertrouwen op mijn eigen ervaringen en keuzes.
Aan het einde van het traject is er geen afgerond verhaal, geen duidelijke eindstreep. Maar er is wel beweging. In hoe ik naar mezelf kijk, in hoe ik mijn dagen vormgeef en in hoe ik opnieuw verbinding ervaar met mensen en plekken die voor mij van betekenis zijn.
* Deze deelnemer wil graag anoniem blijven. Zijn naam en de organisaties waar hij aan verbonden is, zijn daarom vervangen door fictieve namen.